Vaccins beschermen u en uw kind tegen infectieziekten. Veel infectieziekten worden veroorzaakt door bacteriën en virussen. Mensen kunnen ernstig ziek worden van deze infecties en kunnen zelfs overlijden aan de gevolgen van sommige infecties. Vaccins kunnen een groot aantal infectieziekten en daarmee ook de gevolgen van deze ziekten voorkomen.

Welke vaccins zijn er?

Er zijn onder andere vaccins tegen mazelen, bof, kinkhoest, polio, rodehond, baarmoederhalskanker, griep en hersenvliesontsteking. Er bestaat ook een aantal combinatievaccins, zoals het DKTP-Hib-HepB-vaccin (difterie, kinkhoest, tetanus, polio, H. influenza type B en hepatitis B) en het BMR-vaccin (bof, mazelen en rodehond). Hierbij wordt met een prik bescherming geboden tegen meerdere infectieziekten. Mazelen is bijvoorbeeld een zeer besmettelijke ziekte, waardoor een kind behoorlijk ziek kan worden, met hoge koorts en huiduitslag. Het kan in een deel van de gevallen ook ernstige gevolgen hebben, zoals een hersenvliesontsteking of longontsteking.

Ook zijn er vaccins die beschermen tegen andere ziekten zoals griep, rotavirus of gordelroos. En zijn er vaccins om reizigers te beschermen tegen ziekten die veel voorkomen in andere landen, zoals hepatitis A, hepatitis B en gele koorts.

Hier vindt u een overzicht van de vaccins die in Nederland geregistreerd zijn, met een verwijzing naar de productinformatie.

Hoe werkt een vaccin?

In een vaccin zitten stukjes virus of bacterie, of verzwakte virussen of bacteriën. Als deze in uw lichaam komen, maakt het lichaam stoffen aan om deze indringers onschadelijk te maken. Dit zijn antistoffen. Deze antistoffen blijven in uw lichaam aanwezig. Komt u daarna opnieuw met deze bacterie of dit virus in aanraking, dan herkent het lichaam deze indringers. Uw lichaam ruimt deze vervolgens op, met behulp van de aanwezige antistoffen, zonder dat u ernstig ziek wordt.

Door toediening van een vaccin bent u beschermd tegen deze infectieziekte. Hoe lang u beschermd bent, verschilt per vaccin. Sommige vaccinaties moeten herhaald worden om bescherming te behouden, zoals bij tetanus.

Welke stoffen zitten er in vaccins?

Elk vaccin bevat een actieve stof, verschillende hulpstoffen en soms reststoffen van het productieproces. Verder zit in een vaccin vooral water. Een overzicht van alle stoffen in een vaccin vindt u in de bijsluiter.

Hulpstoffen

Hulpstoffen zorgen ervoor dat de kwaliteit van het vaccin goed blijft en dat het vaccin langer bewaard kan blijven. Ook kan het de toediening gemakkelijker maken en zorgt het ervoor dat het vaccin beter werkt. Soms worden er hulpstoffen aan een vaccin toegevoegd omdat zonder deze stof het vaccin niet goed werkt. Een voorbeeld is aluminiumzouten.  Deze stoffen zijn goed onderzocht en er is al vele jaren ervaring mee. Bij griepvaccins worden hulpstoffen ook gebruikt om meer vaccins te kunnen maken, zodat meer mensen beschermd worden tegen de griep.

Een specifieke hulpstof voor de kwaliteit van het vaccin is het conserveermiddel thiomersal. Dat voorkomt dat er bacteriën en schimmels in het vaccin kunnen groeien. In de vaccins voor kinderen die gebruikt worden in het Rijksvaccinatieprogramma zit geen thiomersal.

Reststoffen

Reststoffen zijn stoffen die tijdens het productieproces van het vaccin worden toegevoegd. Deze moeten voorkomen dat er ongewenste bacteriën groeien in het vaccin. Deze reststoffen worden zo goed mogelijk verwijderd voordat het vaccin wordt verpakt en in de handel komt. Maar er kunnen zeer kleine hoeveelheden achterblijven. In deze kleine hoeveelheden kunnen de reststoffen geen gezondheidsschade veroorzaken.

Een voorbeeld van een reststof is formaldehyde. Het wordt bij het maken van vaccins gebruikt om de bacterie of het virus inactief te maken. De kleine hoeveelheid formaldehyde dat in het vaccin zit, is niet schadelijk voor de gezondheid.

Meer informatie over bestanddelen in vaccins kunt u vinden op de website van het Rijksvaccinatieprogramma.

Veiligheid van vaccins

Alle vaccins die in Nederland op de markt zijn, zijn beoordeeld op kwaliteit, werking en veiligheid. Het CBG stelt hoge eisen aan de kwaliteit van vaccins. Studies brengen de veiligheid van vaccins goed in kaart. Fabrikanten moeten nieuwe vaccins meestal bij enkele duizenden personen onderzoeken. Het vooraf testen op grote groepen personen geeft de zekerheid dat de kans op ernstige bijwerkingen beperkt is. Het CBG bekijkt zorgvuldig en kritisch alle onderzoeken met en over het vaccin. En beoordeelt samen met andere Europese landen of het vaccin op de markt mag komen.

Zie de vragen en antwoorden over de veiligheid van vaccins.

Rijksvaccinatieprogramma

In het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) van de overheid voor kinderen is een aantal vaccins opgenomen. In Nederland worden via het RVP ongeveer 2,5 miljoen vaccins per jaar gegeven. Zie de vragen en antwoorden over het RVP.

Specifieke vaccins

Lees meer over vaccins tegen: