BMR staat voor bof, mazelen en rodehond. Bof, mazelen en rodehond worden veroorzaakt door virussen. Bij deze ziektes verloopt de besmetting van mens op mens via de lucht, door hoesten, niezen of uitgeademde lucht. Het BMR-vaccin beschermt tegen deze ziektes en is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma.
Wat zijn bof, mazelen en rodehond?
Bof, mazelen en rodehond zijn zeer besmettelijke ziektes veroorzaakt door virussen. De ziektes kennen verschillende ziekteverschijnselen. Hieronder de meeste kenmerkende verschijnselen op een rij.
Bij een infectie met de bof krijgen mensen vaak dikke wangen en/of een dikke nek. Dit komt door een ontsteking van de speekselklieren onder de oren. Een infectie met de bof verloopt meestal zonder ernstige klachten maar kan in zeldzame gevallen leiden tot hersenvliesontsteking (met name bij kinderen) of doofheid. Bij mannen kan een bofinfectie zorgen voor een zaadbalontsteking, wat soms leidt tot onvruchtbaarheid.
Bij een mazeleninfectie hebben mensen klachten zoals:
- Koorts
- Droge hoest
- Neusverkoudheid
- Keelpijn
- Ontstoken ogen
- Gevoeligheid voor licht
- Hoofdpijn
- Moeheid
Deze klachten kunnen weken duren. Na een paar dagen verschijnen er rode vlekjes op de huid. In zeldzame gevallen veroorzaakt mazelen een ernstige hersenontsteking die gemiddeld pas jaren na de mazeleninfectie begint en fataal is. Bij een mazeleninfectie van een zwangere vrouw is er een verhoogd risico op een miskraam of vroeggeboorte.
Mensen die besmet zijn met het rodehond virus (ook wel: rubellavirus) kunnen last hebben van de volgende klachten:
- Moeheid
- Neusverkoudheid
- Lichte oogontsteking
- Gevoelige lymfeklieren
- Lichte koorts
Ook komen er vaak, maar niet altijd, rode vlekjes op de huid. De meeste mensen worden niet ernstig ziek van rodehond, al kan rodehond wel zorgen voor een (tijdelijk) tekort aan bloedplaatjes. Voor zwangere vrouwen is een infectie met rodehond wel gevaarlijk. Het kan een miskraam of zeer ernstige aangeboren afwijkingen bij de baby veroorzaken.
Hoe werkt het vaccin?
In het BMR-vaccin zitten drie levende verzwakte vormen van de bof-, mazelen- en rodehond-virussen. Deze virussen zijn zo bewerkt dat ze iemand niet meer ziek kunnen maken. Nadat je het vaccin hebt gekregen, maakt het lichaam antistoffen aan tegen de virussen. Komt jouw lichaam later nog eens in aanraking met een van deze virussen? Dan zorgen deze antistoffen ervoor dat je niet of minder ernstig ziek wordt.
Deze afbeelding toont in 4 stappen hoe een BMR-vaccin werkt.
Vaccin met verzwakte bof-, mazelen- en rodehond-virussen
Het lichaam maakt afweerstoffen aan
Het lichaam herkent het virus als indringer
Je bent beschermd en wordt niet of minder ziek
Hoe goed beschermt het vaccin?
Het BMR-vaccin is uitgebreid onderzocht in meerdere studies met kinderen en baby’s.
Uit een studie met 1.279 kinderen blijkt dat het vaccin in 98% van de gevallen bescherming biedt tegen ziekte van de drie virussen. Dit betekent dat van de 100 kinderen die zonder vaccinatie de bof, mazelen en/of rodehond krijgen, er na vaccinatie nog maar 2 kinderen zijn die deze ziektes krijgen.
Ook in een tweede studie met 1.997 kinderen, waar specifiek naar de bof werd gekeken, bleek dat het lichaam na een prik voldoende antilichamen aanmaakt tegen de bof. Bij een derde studie onder 776 kinderen kwam naar voren dat het niet uitmaakt of de prik in de spier of onder de huid werd gezet. De immuunrespons van het lichaam was gelijk.
Aanvullend is er tijdens een vierde onderzoek met 1.620 baby’s gekeken naar hoe de bescherming is na twee doses van het vaccin, wanneer je het eerste vaccin krijgt bij een leeftijd van 9 maanden in vergelijking met 12 maanden oud. Hieruit blijkt dat het voor de bescherming tegen de bof en rodehond niet uitmaakt of je het eerste vaccin op een leeftijd van 9- of 12 maanden hebt gekregen. De bescherming tegen mazelen was bij de baby’s die met 9 maanden een eerste prik kregen wél lager in vergelijking met 12 maanden. In Nederland wordt de eerste prik gegeven bij 14 maanden.
Voor wie is het vaccin?
Het BMR-vaccin is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Kinderen krijgen een uitnodiging voor de BMR-vaccinatie als ze 14 maanden oud zijn. In het jaar dat ze 3 jaar worden volgt een herhaling van de prik.
Wat zijn de bijwerkingen van het vaccin?
Net zoals bij andere vaccins kun je na een prik met het BMR-vaccin last hebben van bijwerkingen. De meest voorkomende bijwerkingen zijn:
- Koorts of een koortsstuip (bij jonge kinderen)
- Hangerigheid
- Huiduitslag
- Pijn, roodheid, zwelling of blauwe plek op de plek waar je geprikt bent
Deze bijwerkingen komen regelmatig voor en verdwijnen na een paar dagen.
Lees de bijsluiter voor meer informatie over de bijwerkingen van het BMR-vaccin.
Vermoed je dat jouw kind last heeft van een (mogelijke) bijwerking na een BMR-vaccinatie? Meld deze dan bij Bijwerkingencentrum Lareb. Of neem contact op met jouw huisarts, apotheker of verpleegkundige.
Wat zijn de voor- en nadelen van het vaccin?
De voordelen van het BMR-vaccin zijn:
- Je bent beschermd tegen de bof, mazelen en rodehond;
- Na twee prikken ben je levenslang beschermd.
De nadelen van het BMR-vaccin zijn:
- Op de plek van de prik kun je last hebben van wat pijn, roodheid of een lichte zwelling;
- Na de prik kun je ook last hebben van koorts, hangerigheid en huiduitslag;
Veelgestelde vragen over het vaccin
Het BMR-vaccin verkleint de kans dat je besmet raakt met de bof, mazelen of rodehond. Maar een besmetting is niet helemaal uitgesloten. Als je gevaccineerd bent en wel besmet raakt, dan word je vaak niet of minder ernstig ziek.
In het BMR-vaccin zitten drie levende verzwakte vormen van de bof-, mazelen- en rodehond-virussen. Deze virussen zijn zo bewerkt dat ze je niet meer ziek maken, maar er wel voor zorgen dat het lichaam antistoffen aanmaakt tegen de virussen.
In sommige gevallen kun je je wel wat ziekjes voelen na de prik. Je kunt dan bijvoorbeeld pijn hebben op de prikplek, of last hebben van vermoeidheid of hoofdpijn. Dit noemen we bijwerkingen.
Nee, uit onderzoek blijkt dat er geen verband is tussen vaccinaties en autisme. Dit geldt ook voor het BMR-vaccin. Autisme is grotendeels erfelijk bepaald. De stoornis wordt vaak vastgesteld op jonge leeftijd. Het gerucht over een mogelijk verband tussen autisme en vaccinaties is waarschijnlijk ontstaan naar aanleiding van een artikel uit 1998 van de Engelse arts Andrew Wakefield. Hierin legde hij een verband tussen het mazelen-vaccin en autisme. Kort na publicatie is deze studie ingetrokken vanwege fraude.
In veel gevallen verlopen deze ziektes onschuldig. Maar iedereen die ziek wordt kan te maken krijgen met ernstige complicaties. Je kunt hierdoor blijvende schade, zoals onvruchtbaarheid, oplopen of er zelfs aan overlijden.
Ja dat kan. Het hebben van een kippeneiwit allergie is geen reden om het vaccin niet te krijgen. De cellen van bevruchte kippeneieren worden alleen gebruikt om de virussen te kweken die nodig zijn in het BMR-vaccin. Het eiwit wordt daarbij niet gebruikt.
Meer informatie
Wil je meer informatie over het BMR-vaccin? Je vindt alle productinformatie over dit vaccin in de Geneesmiddeleninformatiebank.
Over het CBG
Het CBG heeft alle vaccins die in Nederland op de markt zijn beoordeeld op werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit. Ook nadat vaccins op de markt zijn houden we de (mogelijke) bijwerkingen goed in de gaten en ondernemen we actie als dat nodig is. Meer informatie.