Interactie informatie voor artsen en apothekers

Ernst van mogelijke interacties: Sint-Janskruid met medicijnen (A-D)
Maximale risico
Abacavir (J05)4
Acenocoumarol (B01)3
Agomelatine (N06)4
Alprazolam (N05)3
Amitriptyline (N06)4
Atorvastatine (C10)1
Bupropion (N06)4
Buspiron (N05)4
Carbamazapine (N03)3
Chlorzoxazone* (M03)3
Ciclosporine (L04)4
Citalopram (N06)4
Clomipramine (N06)4
Debrisoquine (C02)3
Digoxine (C01)3
Duloxetine (N06)4

0: Geen ongemak
1: Kortdurend ongemak (minder dan 2 dagen) zonder blijvende effecten
2: Langdurig ongemak (tussen 2 en 7 dagen) zonder blijvende effecten
3: Blijvende effecten of invaliditeit
4: Falen van (op korte of lange termijn) levensreddende therapie en/of overlijden

* In Nederland geen handelsvergunning toegekend.

Brontabel als csv (354 bytes)
Ernst van mogelijke interacties: Sint-Janskruid met medicijnen (E-I)
Maximale risico
Efavirenz (J05)4
Erythromycine (J01)4
Escitalopram (N06)4
Ethinylestradiol (G03)2
Fenobarbital (N03)3
Fenprocoumon (B01)3
Fentanyl (N01)2
Fenyto��ne (N03)3
Finasteride (G04)3
Fluoxetine (N06)4
Fluvoxamine (N06)4
Gliclazide (A10)2
Imatinib (L01)3
Indinavir (J05)4
Ivabradine (C01)3

0: Geen ongemak
1: Kortdurend ongemak (minder dan 2 dagen) zonder blijvende effecten
2: Langdurig ongemak (tussen 2 en 7 dagen) zonder blijvende effecten
3: Blijvende effecten of invaliditeit
4: Falen van (op korte of lange termijn) levensreddende therapie en/of overlijden

* In Nederland geen handelsvergunning toegekend.

Brontabel als csv (329 bytes)
Ernst van mogelijke interacties: Sint-Janskruid met medicijnen (M-S)
Maximale risico
Mefenyto��ne* (N05)3
Mianserine (N06)4
Midazolam (N05)3
Mirtazapine (N06)4
Moclobemide (N06)4
Nefazodone* (N06)4
Nevirapine (J05)4
Nifedipine (C08)1
Omeprazol (A02)4
Paroxetine (N06)3
Propofol (N01)4
Quazepam* (N05)3
Sertraline (N06)4
Simvastatine (C10)1
Sirolimus (L04)4

0: Geen ongemak
1: Kortdurend ongemak (minder dan 2 dagen) zonder blijvende effecten
2: Langdurig ongemak (tussen 2 en 7 dagen) zonder blijvende effecten
3: Blijvende effecten of invaliditeit
4: Falen van (op korte of lange termijn) levensreddende therapie en/of overlijden

* In Nederland geen handelsvergunning toegekend.

Brontabel als csv (320 bytes)
Ernst van mogelijke interacties: Sint-Janskruid met medicijnen (T-Z)
Maximale risico
Tacrolimus dermaal (D11)1
Tacrolimus oraal en IV (L04)4
Talinolol* (C07)3
Trazodon (N06)4
Verapamil (C08)1
Voriconazol (J02)3
Warfarine* (B01)3
Zolpidem* (N05)3

0: Geen ongemak
1: Kortdurend ongemak (minder dan 2 dagen) zonder blijvende effecten
2: Langdurig ongemak (tussen 2 en 7 dagen) zonder blijvende effecten
3: Blijvende effecten of invaliditeit
4: Falen van (op korte of lange termijn) levensreddende therapie en/of overlijden

* In Nederland geen handelsvergunning toegekend.

Brontabel als csv (195 bytes)

Kruidenpreparaten met Sint-Janskruid kunnen een effect hebben op de hoeveelheid van een geneesmiddel in het lichaam omdat ze: 1) cytochroom P450 (CYP)-enzymen en het geneesmiddel-transporteiwit P-glycoproteïne induceren en 2) de heropname van neurotransmitters in de hersenen remmen.

Kruidenpreparaten met Sint-Janskruid leiden tot inductie van verschillende CYP-enzymen door middel van activatie van PXR en door stabilisatie van mRNA. Activatie van PXR leidt daarnaast tot inductie van geneesmiddel-transporters (bijvoorbeeld P‑glycoproteïne). In gezonde vrijwilligers is bij herhaalde inname van kruidenpreparaten met Sint-Janskruid een inductie van CYP2C19, CYP3A4 en P‑glycoproteïne gevonden. Uit andere onderzoeken bij gezonde vrijwilligers blijkt dat kruidenpreparaten met Sint-Janskruid geen effect hebben op CYP1A2, CYP2C9 en CYP2D6.

Verder induceren kruidenpreparaten met Sint-Janskruid CYP2E1 door stabilisatie van het mRNA. Dit blijkt uit in vitro onderzoeken en onderzoeken met gezonde vrijwilligers. De inductie van CYP2E1 leidt tot een lagere plasmaspiegel van geneesmiddelen die worden gemetaboliseerd door CYP2E1.

De inductie van CYP2C19, CYP2E1 en CYP3A4 leidt tot een verhoogde biotransformatie van geneesmiddelen die door deze enzymen worden gemetaboliseerd (bijvoorbeeld orale anticonceptiva). Daarnaast heeft een inductie van de transporter P‑glycoproteïne een verhogend effect op de fractie die wordt geabsorbeerd of actief uitgescheiden. De inductie heeft als gevolg een lagere plasmaspiegel van het geneesmiddel dat door deze enzymen wordt gemetaboliseerd of door de transporter wordt getransporteerd.

De werking van het geneesmiddel kan daardoor verminderen. De ernst van de interactie is afhankelijk van de indicatie waarvoor het geneesmiddel werd voorgeschreven en de therapeutische breedte. In het geval van de volgende groepen geneesmiddelen is de ernst van de klinische effecten die kunnen optreden bij gelijktijdig gebruik van kruidenpreparaten met Sint-Janskruid zo ernstig dat het gebruik van kruidenpreparaten met Sint-Janskruid moeten worden gestaakt of niet worden gestart: antimycotica voor systemisch gebruik, antivirale middelen voor systemisch gebruik, oncolytica en immunosuppressiva. Bij gelijktijdig gebruik met de orale anticonceptiepil kan er sprake zijn van een verminderde bescherming tegen zwangerschap. Voor de overige geneesmiddelgroepen wordt aangeraden per geval te bepalen of kruidenpreparaten met Sint-Janskruid naast het geneesmiddel kunnen worden gebruikt. Hierbij moeten de voor- en nadelen van het gebruik van een kruidenpreparaat met Sint-Janskruid zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Wanneer wordt besloten tot gelijktijdig gebruik van een geneesmiddel met een kruidenpreparaat met Sint-Janskruid, wordt aangeraden de werkzaamheid van het geneesmiddel regelmatig na te gaan door controle van de plasmaspiegels of effectparameters van het geneesmiddel.

In vitro is gevonden dat kruidenpreparaten met Sint-Janskruid niet-specifieke remmers zijn van de heropname van verschillende neurotransmitters in de hersenen, zoals serotonine, noradrenaline, dopamine, GABA en glutamaat. Dit leidt tot een hogere concentratie van de neurotransmitters in de synaptische spleet en daardoor zorgen voor een versterkte en langer durende werking van de neurotransmitter.

Een remmend effect op de heropname van neurotransmitters kan leiden tot hogere concentraties van neurotransmitters in de hersenen dan gewenst. Een te hoge concentratie neurotransmitters kan ernstige gevolgen hebben, zoals het optreden van het serotonerg syndroom in geval van een te hoge concentratie serotonine. In klinisch onderzoek is een effect gevonden op de werking van psycholeptica en psychoanaleptica.

Wanneer kruidenpreparaten met Sint-Janskruid samen met andere remmers van de neurotransmitterheropname worden gebruikt kan een additief effect optreden.

Daarom wordt bij deze geneesmiddelen aangeraden het gebruik van kruidenpreparaten met Sint‑Janskruid direct te staken of niet met het gebruik van kruidenpreparaten met Sint-Janskruid te starten.

Het is van belang om bij de patiënt na te vragen of die kruidenpreparaten met Sint-Janskruid gebruikt of wil gaan gebruiken.

Referenties

  • SmPC Laif 900, filmomhulde tablet.  . 2016
  • SmPC A. Vogel Hyperiforce, tablet, 2018
  • Borrelli F, Izzo AA. Herb-drug interactions with St John's wort (Hypericum perforatum): an update on clinical observations. AAPS J 2009;11(4):710-727.
  • EMA-HMPC (2009). Assessment report on Hypericum Perforatum L., herba. https://www.ema.europa.eu/documents/herbal-report/assessment-report-hypericum-perforatum-l-herba_en.pdf
  • Hu Z, Yang X, Ho PC, Chan SY, Heng PW, Chan E, et al. Herb-drug interactions: a literature review. Drugs 2005;65(9):1239-1282.
  • Izzo AA, Ernst E. Interactions between herbal medicines and prescribed drugs: an updated systematic review. Drugs 2009;69(13):1777-1798.
  • Muller WE. Current St John's wort research from mode of action to clinical efficacy. Pharmacol Res 2003;47(2):101-109.
  • Natural Standard.
  • Rahimi R, Abdollahi M. An update on the ability of St. John's wort to affect the metabolism of other drugs. Expert Opinion Drug Metab Toxicol 2012;8(6):691-708.
  • Shi S, Klotz U. Drug interactions with herbal medicines. Clin Pharmacokinetics 2012;51(2):77-104.
  • Sinz M, Wallace G, Sahi J. Current industrial practices in assessing CYP450 enzyme induction: preclinical and clinical. AAPS J 2008;10(2):391-400.
  • WHO (2004). WHO Monographs on Selected Medicinal Plants - Volume 2. http://apps.who.int/medicinedocs/en/d/Js4927e/16.html
  • Tiesjema et. al., 2015. Interacties tussen kruiden en geneesmiddelen : Sint Janskruid. RIVM briefrapport 090425001/2013

  • RIVM 2015. Een deel van het onderzoek naar de interacties is door het RIVM uitgevoerd in opdracht van de NVWA.

Hoort bij