Als u een levensmiddel op de Europese markt wil brengen, dan is het van belang om na te gaan of het onder de definitie van een nieuw voedingsmiddel valt.
U raadpleegt hiervoor de pagina Definitie nieuwe voedingsmiddelen.
Om na te gaan of het levensmiddel is gebruikt in voeding binnen Europa vóór 1997 kunt u als hulpmiddel de zogenoemde novel food catalogue raadplegen op de website van de Europese Commissie. In deze catalogus zijn niet alle bestanddelen terug te vinden, u zult dan zelf informatie over eerdere consumptie moeten verzamelen uit andere bronnen.
Als u na alle beschikbare informatie te hebben bekeken, nog niet zeker weet of het levensmiddel dat u in de Europese Unie in de handel wil brengen een nieuw voedingsmiddel is, dan kunt u de lidstaat raadplegen waar u het nieuwe levensmiddel voor het eerst in de handel zou willen brengen. De stappen van de raadplegingsprocedure om vast te stellen of een voedingsmiddel een nieuw voedingsmiddel is staan beschreven in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/456. Dit document beschrijft de informatie die moet worden opgenomen in het raadplegingsverzoek en de procedurele stappen.
De contactgegevens van de autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het raadplegingsproces kunt u vinden op de website van de Europese Commissie. De regels rondom de procedurele stappen van de raadplegingsprocedure in Nederland zijn vastgesteld in de Warenwetregeling raadplegingsprocedure nieuwe voedingsmiddelen. Deze stappen zijn uitgewerkt in onderstaand schema. In Nederland kunt u het raadplegingsverzoek via e-mail sturen naar het Bureau Nieuwe Voedingsmiddelen (BNV).
Indiening raadplegingsverzoek bij BNV, desgewenst met een verzoek over vertrouwelijkheid van bepaalde informatie.
1. Validatiefase
BNV verifieert de geldigheid van het raadplegingsverzoek
- Indien nodig vraagt BNV de vraagsteller naar ontbrekende informatie.
- Indien van toepassing, informeert BNV de vraagsteller of de vertrouwelijkheid wordt toegekend.
BNV stuurt de beslissing over de geldigheid van het raadplegingsverzoek aan de vaagsteller, andere EU lidstaten, en de Europese Commissie.
2. Beoordelingsfase
BNV beoordeelt het geldige raadplegingsverzoek, en stelt een advies op aan de Minister voor Medische Zorg.
- Indien nodig vraagt BNV de vraagsteller naar aanvullende informatie.
De Minister voor Medische Zorg neemt een besluit over het raadplegingsverzoek en informeert de vraagsteller, andere EU lidstaten en de Europese Commissie.
De Europese Commissie publiceert de conclusie over de status.