Een Risk management plan (RMP) geeft informatie over het veiligheidsprofiel van een geneesmiddel, beschrijft de activiteiten van de vergunninghouder om tijdens de postmarketingperiode het veiligheidsprofiel verder te karakteriseren (activiteiten op het gebied van geneesmiddelenbewaking) en licht de maatregelen toe die worden genomen om de risico's van het geneesmiddel bij patiënten te voorkomen of tot een minimum te beperken (risicominimalisatie maatregelen). 

Een RMP moet worden ingediend als onderdeel van het dossier van alle nieuwe geneesmiddelaanvragen inclusief generieke middelen en nationale aanvragen, en het wordt door registratie autoriteiten beoordeeld voordat een geneesmiddel kan worden toegelaten. Registratie autoriteiten kunnen ook om een RMP verzoeken voor reeds toegelaten middelen waarvoor nog geen RMP is opgesteld wanneer er zorgen bestaan over een risico dat invloed heeft op de baten-risico balans. Het RMP moet informatie bevatten over:

  • het veiligheidsprofiel van een geneesmiddel waarin de belangrijke vastgestelde en potentiële risico's worden beschreven
  • plannen voor onderzoeken en andere activiteiten om meer inzicht te verkrijgen in de veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel (farmacovigilantie activiteiten)
  • op welke wijze de risico’s van het middel bij patiënten worden voorkomen of geminimaliseerd (risicominimalisatie maatregelen)
  • beoordeling van de effectiviteit van de risicominimalisatie maatregelen.

Uitgebreid advies over inhoud, opmaak en indiening van RMP's is te vinden op de EMA-website en in de Guideline on good pharmacovigilance practices (GVP) - Module V – Risk management systems.

Het template voor het EU-RMP is te vinden op de EMA-website: EMA guidance on the format of the risk management plan in the European Union.

Gedurende de levenscyclus van het geneesmiddel worden RMP's voortdurend gewijzigd en geactualiseerd als er nieuwe informatie beschikbaar komt. Vergunninghouders moeten een geactualiseerd RMP indienen:

  • op verzoek van het EMA, het CBG of een andere nationale bevoegde instantie
  • steeds wanneer het RMP wordt gewijzigd, met name als gevolg van het beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s, of nadat een belangrijke farmacovigilantie- of risicominimalisatie mijlpaal wordt bereikt.

De bevoegde instanties kunnen, wanneer dit gerechtvaardigd is door het risico, in uitzonderlijke gevallen ook een tijdstip specificeren voor indiening van het volgende geüpdatete RMP als voorwaarde voor de handelsvergunning.

Indienen van een risk management plan

Om de verwerking van de inzending te bespoedigen, vermeldt u in de aanhef van de begeleidende brief - voor zover van toepassing - de volgende gegevens (bij voorkeur in de hier aangegeven volgorde):

  • Alle productnamen waarop uw brief betrekking heeft, en alle bijbehorende RVG nummers of EU-licentienummers van de producten die zijn geregistreerd via de centrale procedure
  • Zaaknummer (indien beschikbaar)
  • Datum van onze brief waarop u reageert
  • Soort procedure (nationaal, MRP/DCP, centraal) met - waar van toepassing - bijbehorend procedurenummer
  • E-mailadres contactpersoon
  • Korte omschrijving van het onderwerp van uw brief
  • Of en wanneer een update van het RMP heeft plaatsgevonden:
    • indien een update heeft plaatsgevonden een korte beschrijving van de doorgevoerde veranderingen
    • bij geen update: aangeven dat er sinds <datum van de laatste EU RMP submissie> geen wijzigingen hebben plaatsgevonden

Als bijlage meesturen:

  • Het RMP waarin te zien is wat is gewijzigd (track changes)
  • de definitieve versie van het RMP  

In de begeleidende brief van een elektronisch dossier dienen nog de volgende extra gegevens te worden vermeld:

  • Het aantal CD's of DVD's voor het volledige dossier
  • Een verklaring dat de inhoud van de elektronisch aangeleverde informatie identiek is aan die van de corresponderende delen op papier
  • Een verklaring dat de inzending gecontroleerd is met een up-to-date virus-checker
  • Een verklaring dat de aanvraag is opgebouwd conform het ICH Granularity Document
  • Een overzicht van de inhoud van de CD's of DVD's

Risicominimalisatie maatregelen

Risicominimalisatie maatregelen zijn interventies bedoeld om het optreden van risico’s gerelateerd aan blootstelling aan een geneesmiddel te voorkomen of te verminderen, of om de ernst of impact van bijwerkingen als die zich voor zouden doen bij de patiënt te verminderen.

Risicominimalisatie maatregelen kunnen bestaan uit routine of aanvullende risicominimalisatie maatregelen.

Routine risicominimalisatie is van toepassing op alle geneesmiddelen en betreft het gebruik van de samenvatting van de productkenmerken (SmPC), de bijsluiter, de etikettering, de verpakkingsgrootte en het verpakkingsontwerp, en de wettelijke (voorschrijf-) status van het middel.

Voor sommige risico's zijn standaard risicominimalisatie maatregelen niet voldoende en zijn aanvullende maatregelen vereist. De aanvullende risicominimalisatie maatregelen voor een geneesmiddel worden gespecificeerd als eis in het Risk management plan (RMP) of in Bijlage II van de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen.

Voor aanvullende risicobeperking zijn er momenteel uiteenlopende instrumenten beschikbaar, zoals voorlichtingsmateriaal, gecontroleerde toegangsprogramma's of een zwangerschapspreventieprogramma. Dit veld is continue in ontwikkeling en de kans is groot dat er in de toekomst nieuwe instrumenten worden ontwikkeld. Technologische ontwikkelingen, zoals interactieve web-gebaseerde instrumenten, kunnen in de toekomst naast de op papier gebaseerde materialen een belangrijke plaats gaan innemen.

Voordat er in Nederland aanvullende risicominimalisatie maatregelen kunnen worden ingevoerd, moet het Nederlandse voorstel op nationaal niveau door het CBG worden beoordeeld. Alleen goedgekeurde risicominimalisatie maatregelen kunnen in Nederland worden verspreid. Het CBG biedt specifieke richtlijnen voor vergunninghouders inzake aanvullende risicominimalisatie maatregelen voor Nederland.

Het CBG heeft de verplichting om nationale implementaties/vertalingen van Europees opgelegde additionele risicominimalisatie maatregelen te beoordelen. Alleen geneesmiddelen met nationaal goedgekeurde additionele RMM mogen worden verhandeld.

Wanneer er goedgekeurde additionele risicominimalisatie maatregelen zijn, dan worden de betrokken materialen door de handelsvergunninghouder van het product aan de arts en/of apotheker verstrekt. Patiënten krijgen de materialen, indien van toepassing, via de arts of apotheker. Meer informatie over de specifieke additionele risicominimalisatie maatregelen kan opgevraagd worden bij de handelsvergunninghouder van het geneesmiddel.