Post marketing fase

Na ontvangst van een positief advies (en certificering) voor een medisch hulpmiddel kan er in een later stadium van de levenscyclus, indien nodig, een variatie ingediend worden of bijwerkingen of calamiteiten gemeld worden.

Variaties

Dit gaat om wijzigingen inzake de 'quality, safety or benefit/risk' van de substantie die een geïntegreerd onderdeel vormt van het medisch hulpmiddel maar die bij separaat gebruik een geneesmiddel zou zijn en waarbij voor deze substantie al een consultatie bij een bevoegde autoriteit in de EU heeft plaatsgevonden en het product is gecertificeerd.

Variaties onder MDD blijven mogelijk mits voldaan wordt aan ‘mineure’ wijziging, zie MDCG 2020-3 (Guidance on significant changes regarding the transitional provision under Article 120 of the MDR with regard to devices covered by certificates according to MDD or AIMDD March 2020).

Voor een variatie wordt u verzocht - voor wat betreft de in te dienen gegevens - waar mogelijk de documentatie conform of in analogie met de variatieverordening EC/1234/2008 voor geneesmiddelen in te sturen. Met de invoering van de MDR zal de procedure vooralsnog uit een ronde van 40 dagen en, indien nodig, een 2e ronde van 20 dagen (exclusief klok-stop) bestaan. De MDR maakt voor variaties geen onderscheid in mate van complexiteit en beoordelingstijd (zie MDR, Bijlage IX, Hoofdstuk II, 5.2 f). In de variatieverordening voor geneesmiddelen zijn er vier verschillende types variaties, te weten IA, IB, II en line-extensies.

  • Type IA variatie: dit betreft een wijziging die slechts een minimaal effect of helemaal geen effect heeft op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het actief bestanddel. Een Type IA variatie wordt alleen gevalideerd en niet inhoudelijk beoordeeld door het CBG. Het CBG moet binnen een jaar op de hoogte gebracht worden van de implementatie van een IA variatie. Het is mogelijk om een aantal type IA variaties te bundelen in een jaarlijks rapportage, in analogie met EC/1234/2008. Zo’n jaarlijkse rapportage zal afgehandeld worden in als een variatie, bestaande uit 2 rondes.
  • Type IB variatie: alle wijzigingen die niet als Type IA variatie, Type II variatie of als line extension zijn gedefinieerd en die geen significant effect hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het actieve bestanddeel. Een Type IB variatie wordt gevalideerd en beoordeeld.
  • Type II variatie: een wijziging die geen zogenaamde line extension betreft en een significant effect kan hebben op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het betreffende geneesmiddel. Een Type II variatie wordt gevalideerd en beoordeeld.
  • Line extension: een advies voor een medisch hulpmiddel op naam van dezelfde firma, waarbij alleen de sterkte verschilt van andere medisch hulpmiddel waarvoor de firma reeds een certificaat heeft, of heeft aangevraagd. Er wordt altijd een nieuwe consultatie procedure (CP) nummer toegekend.

Er is een aantal wijzigingen te voorzien die dermate ingrijpend zijn dat het product als nieuw medisch hulpmiddel moet worden beoordeeld. Als bij deze wijzigingen geen nieuwe substantie wordt toegevoegd, wordt het tarief zoals vermeld bij bekende substanties gehanteerd. Wordt een substantie toegevoegd dan is het tarief afhankelijk van het feit of sprake is van een nieuwe substantie of bekende substantie.

De volgende complexe wijzigingen kunnen niet via een variatieprocedure worden doorgevoerd:

Wijzigingen voor de geïntegreerde substantie

  • Toevoeging van één of meer geïntegreerde substanties.
  • Weglating van één of meer geïntegreerde substanties.
  • Kwantitatieve wijziging van de geïntegreerde substantie.
  • Vervanging van de geïntegreerde substantie door een ander zout / ester complex / derivaat.
  • Vervanging door een andere isomeer, een ander mengsel van isomeren of een mengsel door een geïsoleerde isomeer (bijvoorbeeld een racemaat door een enkele enantiomeer).
  • Vervanging van een biologische/biotechnologisch bereide substantie door één van een andere moleculaire structuur; of waarvoor een modificatie van een vector gebruikt ter bereiding van het antigeen/bron materiaal (inclusief een 'master cell bank' van een andere bron) is doorgevoerd.
  • Een nieuw ligand of bindingsmechanisme van een radiofarmacon.

Wijzigingen voor toepassing van het medisch hulpmiddel

  • Toevoeging van een indicatie in een ander therapeutisch gebied.
  • Wijziging naar een indicatie in een ander therapeutisch gebied.
  • Toevoeging van een nieuwe toedieningsweg.
  • Wijziging van de toedieningsweg.

Wijzigingen voor het medisch hulpmiddel

  • Waardoor het patroon en de mate van lokale en systemische vrijgifte van het geneesmiddel wijzigt.

Meldingen van bijwerkingen en calamiteiten

De bevoegde autoriteit voor alle medische hulpmiddelen is in Nederland de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Bijwerkingen en calamiteiten moeten bij de notified body, die het certificaat heeft verleend, en de IGJ gemeld worden. Informatie hierover treft u aan op de website van de IGJ. Uitsluitend in het geval dat het om een medisch hulpmiddel met geïntegreerde farmaceutische substantie gaat, wenst het CBG wel een afschrift te ontvangen. Dit kan elektronisch via het contactformulier.

Anderzijds zal het CBG de notified body adviseren zodra het CBG informatie over de ondersteunende stof verkrijgt die van invloed kan zijn op de eerder vastgestelde risico's of baten van de opname van de stof in het hulpmiddel. Het CBG adviseert de notified body in dat geval of deze informatie al dan niet van invloed is op de eerder vastgestelde risico's of baten van de opname van de stof in het hulpmiddel. De notified body dient bij de heroverweging van haar beoordeling van de conformiteitsbeoordelingsprocedure rekening te houden met dit advies van het CBG.

Bovenstaand advies wordt door het CBG uitsluitend gegeven indien het CBG eerder het advies in de consultatieprocedure heeft gegeven, een advies in een herconsultatie-procedure heeft gegeven, dan wel via transfer de rol van een eerdere geneesmiddelenautoriteit heeft overgenomen.