CBG-directeur Hugo Hurts gaat met pensioen

Hugo Hurts, tot 1 mei 2021 directeur/secretaris van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, gaat met pensioen. Hij kijkt terug op een carrière van 36 jaar bij de Rijksoverheid. “Balans zoeken, samenwerken én over de horizon kijken.”

Zesendertig jaar ambtenaar. “Niet wat ik voor me zag, toen ik nog studeerde”, zegt Hugo als hij hardop terugdenkt aan die tijd. “Terwijl mijn achtergrond en studie toch anders deden vermoeden. Ik heb algemene en monetaire economie gestudeerd. Mijn eerste baan was bij een onderzoeksinstituut dat onderzoek deed naar overheidsuitgaven. Achteraf gezien zat ik toen al héél dicht tegen de overheid aan. Ik heb er veel geleerd, maar het werd me wel duidelijk dat een carrière als onderzoeker niet echt iets voor mij was.” Na 6 jaar en een tip van een oud-collega solliciteerde Hugo op een financiële functie bij het toenmalige ministerie van WVC (nu VWS). “Ik was afgestudeerd op een financieel-bestuurlijk vraagstuk in de gezondheidszorg en had bij het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven ook gepubliceerd op dat terrein. Dus een stap naar het ministerie van Volksgezondheid was eigenlijk best logisch.”

Lange adem

In zijn eerste functie bij WVC raakte Hugo vanaf de start in 1986 betrokken bij een lang traject. Als groentje werd hij ondersecretaris bij de Commissie Dekker, die toen het voorstel ontwikkelde voor een basisverzekering voor ziektekosten: Ziekenfonds en particuliere verzekeringen zouden samenvloeien in één verplichte verzekering voor alle ingezetenen van Nederland. “Ingewikkelde materie, met complexe inhoudelijke, financiële en Europeesrechtelijke vraagstukken waarin ik mijn tanden kon zetten.”

Bijna twintig jaar duurde het, voordat het nieuwe stelsel uiteindelijk werd voltooid en de Zorgverzekeringswet in werking trad. Lange baanwerk dus. “Naar iets toewerken waarvan het einddoel over de horizon ligt heeft me altijd enorm aangetrokken. Ik kwam er al vrij snel achter dat dat soort onderwerpen vaak als kansloos wordt gezien. De waan van de dag regeert nu eenmaal in de politiek. Des te mooier als je daar toch beweging in krijgt. Daar moet je wel een lange adem voor hebben.”

Hugo Hurts
Beeld: Erik van Rosmalen/CBG

Van beleid naar uitvoering

In daarop volgende functies bij het ministerie nam Hugo die ervaring mee. Onder andere als directeur Geneesmiddelen en Medische Technologie. In die functie legde hij de basis voor beleid dat grote veranderingen mogelijk heeft gemaakt. Bijvoorbeeld sterke prijsverlagingen van veelgebruikte, generieke geneesmiddelen en het grotendeels beëindigen van kortingen en bonussen voor apothekers.

Ruim zeven jaar geleden maakte Hugo de overstap naar het CBG. Voor het eerst van beleid naar een uitvoeringsorganisatie. Wat trok hem zo in deze functie? “Politiek-bestuurlijk en strategisch opereren vanuit een leidinggevende functie had ik me in vorige functies al aardig eigen gemaakt. Net zoals het inzetten op samenwerking om doelen te bereiken. Wat er bij het CBG bij kwam? Een managementopgave op een schaal die ik niet gewend was. In een zeer internationale omgeving en in een organisatie waarin ik het handwerk nooit zelf zou kunnen doen. Dat was een echte uitdaging.”

Het Europese aspect

Op het gebied van kijken naar de toekomst, strategisch opereren en samenwerken was er meteen werk aan de winkel. Veel taken en verantwoordelijkheden in de geneesmiddelenketen in Nederland zijn namelijk gescheiden, dus samenwerking met ketenpartners is noodzaak. Om die reden heb ik altijd ingezet op goede relaties. Met de ministeries van VWS en LNV en de andere ketenpartners. Meer openheid brengt verbetering. Dat is misschien wel de belangrijkste bijdrage die ik hier heb kunnen leveren. Ik zal vast niet de best denkbare operationele manager zijn geweest. Maar ik heb in de afgelopen jaren wel de ramen en deuren open gezet en dingen in beweging gebracht. Het CBG heeft mede daardoor flink kunnen groeien. In omvang, maar ook in kracht, maatschappelijke relevantie en invloed. Dat is natuurlijk niet de verdienste van de directeur, maar van alle medewerkers die op een heel hoog kwalitatief niveau en onder hoge tijdsdruk continu presteren. En die kansen zien en ze benutten. De trots bij medewerkers om bij het CBG te werken is groot en volgens mij is dat helemaal terecht. En ik ben trots op al die mensen!”

Wat Hugo ook trok in de functie van directeur van het agentschap was het Europese aspect, een belangrijk thema in zijn carrière. “Het begon al bij de Europees-rechtelijke aspecten van het zorgstelsel in periode van de Commissie Dekker en bij de directie Zorgverzekeringen, maar ook daarna bij het opbouwen van een Europees netwerk van autoriteiten op het gebied van prijzen en vergoedingen van geneesmiddelen. Ik heb veel gereisd en internationale contacten gelegd. Het heeft me altijd al getrokken. Europees samen optrekken is van enorm belang.”

Het idee dat we in een Europees netwerk elkaars concurrenten zijn is een misvatting, zegt Hugo. “Samen optrekken brengt iedereen veel goeds. Een behoorlijk Europees ingestelde organisatie als het CBG moet daar strategisch naar kijken. Hoe we de balans vinden tussen wat nationale autoriteiten doen en wat ‘Europa’ doet, bijvoorbeeld. Als we het werk goed en efficiënt organiseren, is er veel meer te doen dan we op dit moment met z’n allen in Europa aankunnen. We hoeven dus totaal niet bang te zijn dat we bij het CBG te weinig werk meer zullen hebben als anderen meer gaan doen.”

'Wie over de horizon wil kijken, wordt nog wel eens voor eigenwijs versleten'

De taart vergroten

Het is wel belangrijk dat Europa voorop blijft lopen in regulatoire vernieuwing en het wegnemen van onnodige administratieve lasten. “Dan kan de taart blijven groeien. Het is veel prettiger om je energie te besteden aan het optimaliseren van de werkverdeling in een groeiende Europese markt dan in een krimpende”, vindt Hugo. Multinational Assessment Teams (MNAT’s) zijn volgens hem een heel mooi voorbeeld van hoe we onszelf vooruit kunnen helpen. “Een paar jaar terug werd er binnen  het CBG nog met enig wantrouwen naar MNAT’s gekeken. Schieten we niet in onze eigen voet als we een deel van ons werk afstaan, was waarschijnlijk de gedachte voor sommigen? Ik zie het zo niet. Door goede samenwerking in MNAT’s, en ook via het International Collaboration Program (ICP), profiteert iedereen. Verder vooruitkijken is ook daarin mijn devies!” En ja, dan word je wel eens voor eigenwijs versleten, voegt hij er glimlachend aan toe.

Dat vooruitkijken werpt wel zijn vruchten af. Een groot deel van de MNAT’s wordt inmiddels gedaan met ICP-landen. “Landen die voorheen weinig meededen dus. Bij hen groeien nu de kennis en het zelfvertrouwen. Wij hebben door het ICP in beeld waar de mensen zitten met wie we goed kunnen samenwerken en waar er tijd en capaciteit is. Er is enorm veel werk en zo benutten we de totale Europese capaciteit beter én we leren van elkaar.” Europa heeft alleen maar baat bij dit soort samenwerking, besluit Hugo. “En wij worden er in Nederland niet slechter van, juist beter.”

Brexit

Een memorabele gebeurtenis tijdens het directeurschap van Hugo was toch wel de Brexit. Hoewel de media natuurlijk overliepen over het mogelijke vertrek van de Britten uit de Europese Unie kwam die toch nog behoorlijk onverwacht. “Nooit gedacht dat ze het echt zouden doen. Het leverde voor ons wel een gigantisch probleem op met de hoeveelheid werk. Alle beoordelingen van de Britten moesten over de andere landen verdeeld worden. Daar heeft het CBG een flink aandeel in genomen. Daarnaast zat het Europees Medicijnagentschap EMA in Londen en het zou daar weg moeten. We zijn daarom ook onmiddellijk in gesprek gegaan met VWS om de haalbaarheid te bespreken om het EMA naar Nederland te halen. Het ICP bewees daarbij zijn meerwaarde en heeft misschien wel een doorslaggevende rol gespeeld.”

Europese financieringsstructuur

De vestiging van het EMA in Amsterdam was en is een bevestiging van de centrale rol van Nederland in Europa. “Onze aanwezigheid en invloed zijn groot in Europa. Kijk maar naar het aantal procedures van bijna elke soort die we doen. En ook de leidende posities die CBG’ers hebben in de wetenschappelijke comités van het EMA. Keerzijde is wel dat we relatief veel centrale procedures doen die niet kostendekkend zijn. Het staat voor mij daarom vast dat we op Europees niveau op den duur naar een ander financieringssysteem toe moeten. Ook dat is weer iets wat op lange termijn speelt en daarom altijd  ‘later’ aan de orde komt. Maar ‘later’, dat is nu. De hele coronapandemie heeft dat versneld zichtbaar gemaakt. Kijk naar de versnelde procedures, de voorwaardelijke goedkeuringen en alle extra taken op het gebied van de geneesmiddelenbewaking. Daardoor wordt nog beter duidelijk dat we de financiële regelingen in Europa moeten herzien. Het probleem ligt nu onvermijdelijk op tafel. Ik ben heel benieuwd wat ervan terecht gaat komen.”

‘Transparantie en samen optrekken helpt iedereen verder’

Pragmatischer reguleren

Hugo is ook benieuwd hoe de regulering zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Hij hoopt op een meer pragmatische opzet. “In de zestig jaar sinds het thalidomide-schandaal is er steeds meer gereguleerd – en dat was niet voor niets. De werkzaamheid, kwaliteit en veiligheid stonden daarbij altijd voorop en dat moet ook zo blijven. Maar er is de afgelopen decennia wel heel weinig gekeken naar hoe het anders en minder gecompliceerd kan. Het kan echt wel wat pragmatischer en ICT-oplossingen en het effectief in Europa bijdragen aan en toepassen van wereldwijde standaarden kunnen daarbij een heel belangrijke rol spelen. Hierin ligt een echte basis voor toekomstige regulatoire optimalisatie. De nieuwe Europese Veterinaire Verordening, waarvan de implementatie nu wordt voorbereid, geeft al een aardig doorkijkje van wat er op dit gebied mogelijk is, denk ik. Ik ga zeker volgen hoe dat zich gaat ontwikkelen de komende jaren.”

Beeld: Erik van Rosmalen/CBG

Balans blijft de rode draad

Wat Hugo gaat doen met alle tijd die hij nu krijgt? Hij weet het nog niet. Stilzitten in ieder geval niet, want ook daar is balans de rode draad. “Ik ga zeker meer tijd nemen voor sociale contacten. Die zijn er in de hectiek van de afgelopen tijd wat karig van afgekomen. Maar ik ga in elk geval niet thuiszitten. Interesses genoeg. Ik moet nog gaan kiezen wat ik ga doen.” Wordt dat iets met een verwantschap aan de zorg? “Dat sluit ik zeker niet uit. Maar ik ben ook erg geïnteresseerd in duurzame energie en biodiversiteit, dus misschien dat ik me wel met iets op een van die vlakken bezig ga houden. Iets heel anders dus. Verandering is ook goed!”