Elk vaccin bevat een werkzame stof, dit is de stof die zorgt voor de afweerreactie. Daarnaast heeft een vaccin verschillende hulpstoffen en soms reststoffen van het productieproces. Verder zit in een vaccin vooral water.
Het belangrijkste onderdeel van elk medicijn is de werkzame stof. Dat is de stof die het medicijn zijn werking geeft. Het is de stof die bijvoorbeeld maagzuur remt, helpt tegen hoofdpijn, klachten van hooikoorts helpt verminderen of de bloeddruk verlaagt.
Hulpstoffen zorgen ervoor dat de kwaliteit van het vaccin goed blijft en dat het vaccin langer bewaard kan blijven. Ook kan het de toediening gemakkelijker maken en zorgt het ervoor dat het vaccin beter werkt. Soms zijn er hulpstoffen aan een vaccin toegevoegd omdat zonder deze stof het vaccin niet goed werkt. Dit is het geval bij eiwitvaccins. Er worden bijvoorbeeld aluminiumzouten toegevoegd. Deze stoffen zijn goed onderzocht en we gebruiken deze stoffen al veel jaren in vaccins. Bij griepvaccins worden hulpstoffen ook gebruikt om meer vaccins te kunnen maken. Zo zijn er meer mensen beschermd tegen de griep.
Reststoffen zijn stoffen die tijdens het productieproces van het vaccin worden toegevoegd. Ze worden bij bepaalde vaccins gebruikt voor het kweken van de virussen en bacteriën en de bewerking voor gebruik in een vaccin. Deze reststoffen worden zo goed mogelijk verwijderd voordat het vaccin wordt verpakt en in de handel komt. Maar er kunnen zeer kleine hoeveelheden achterblijven. In deze kleine hoeveelheden kunnen de reststoffen geen gezondheidsschade veroorzaken.
Veel van de stoffen in een vaccin hebben vaak een moeilijke naam. Maar je kent ze waarschijnlijk wel. Want ze komen ook voor in alledaagse producten, zoals voedsel.

Een overzicht van alle stoffen in een vaccin vind je in de bijsluiter.