GMP en kwaliteitsdefecten

Een goede manier van produceren (GMP), ook bekend onder de Engelstalige term Good Manufacturing Practice, is een kwaliteitsborgingssysteem voor de farmaceutische industrie. Alleen een zorgvuldig vastgelegd en gecontroleerd productieproces verzekert de kwaliteit van een geneesmiddel.

Geneesmiddelen moeten daarom altijd worden geproduceerd en gecontroleerd volgens:

  • de kwaliteitsregels voor de bedoelde toepassing en 
  • de eisen van de vergunning voor het in de handel brengen
Nieuwsupdate december 2020

Vertraging IGJ bij GMP-inspecties

Voor diverse (nationale) aanvragen voor handelsvergunningen of DCP-aanvragen is een GMP-inspectie door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vereist. De IGJ kampt momenteel met een achterstand in de verwerking van deze inspecties. Mede door de coronacrisis heeft IGJ langere tijd geen inspecties op locatie kunnen verrichten. Toen beperkte inspecties weer op gang kwamen, heeft IGJ prioriteit gegeven aan de inspecties van bedrijven die mogelijk een rol gaan spelen in de productie van coronavaccins.

Het gevolg is, dat de behandeling van vergunningsaanvragen is vertraagd. Een groot deel van de inspecties voor aanvragen die in 2020 zijn ingediend, kunnen niet tijdig plaatsvinden. De IGJ verwacht dat de inspecties pas in 2021 te kunnen uitvoeren, maar kan onder de huidige omstandigheden geen exacte datum geven. De vertraging geldt voor zowel humane als voor diergeneesmiddelen.
 

Wanneer is IGJ de aangewezen inspectieautoriteit?
De IGJ is aangewezen als inspectieautoriteit wanneer de eindfabrikant in Nederland is gevestigd. Ook als de vrijgiftefabrikant in ons land gevestigd is en de eindfabrikant buiten de Europese Unie, is de IGJ de aangewezen autoriteit om de inspectie uit te voeren van de eindfabrikant buiten de EU. Zijn er in het dossier meerdere vrijgiftelanden vermeld? Dan wijst het Europees Medicijnagentschap (EMA) de zogenoemde Supervisory Authority aan, die voor het toezicht buiten de EU verantwoordelijk is.

Meer informatie is te vinden op de website van de IGJ en van Farmatec.

GMP-certificaat

In Nederland geeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een GMP-certificaat af aan de fabrikant als deze zich houdt aan de GMP-richtlijnen. IGJ is de toezichthouder en voert inspecties uit om te onderzoeken of de fabrikant zich houdt aan de regels voor GMP.

De IGJ inspecteert ook fabrikanten in landen buiten de Europese Unie. Dit gebeurt in opdracht van het Europees geneesmiddelenagentschap EMA en het CBG. Verder adviseert de IGJ op verzoek van het CBG over de fabrikanten uit het dossier van de handelsvergunning (site clearance).

Werkt een fabrikant niet volgens de GMP-kwaliteitseisen, dan kan het CBG besluiten deze fabrikant te laten verwijderen uit het dossier van de handelsvergunning. Dit gebeurt via een variatie. Het CBG doet dit in overleg met de IGJ en andere Europese inspectieautoriteiten en de Europese organen CMDh/EMA.

Als hierdoor een tekort van een geneesmiddel voor Nederland kan ontstaan, dan moet de vergunninghouder dit melden bij het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten.

Schorsing of intrekking van een CEP

Het Europees directoraat voor de kwaliteit van geneesmiddelen en de gezondheidszorg (EDQM) geeft certificaten (CEP's) af aan fabrikanten van grondstoffen. Een CEP is een bevestiging dat de farmaceutische stof of werkzame bestanddelen zijn geproduceerd volgens de kwaliteitsvoorschriften voor de bereiding van medicijnen. CEP staat voor Certificate of Suitability to the monographs of the European Pharmacopoeia.

Inspecteurs van het EDQM onderzoeken of fabrikanten voldoen aan GMP en of ze produceren volgens het goedgekeurde CEP-dossier. Inspecteurs uit de lidstaten van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte (EU/EEA) leveren ook een bijdrage aan deze inspecties.

In de zogenoemde ‘Certification Database’ op de website van het EDQM staat of een CEP geldig is. Het EDQM kan een CEP schorsen of intrekken om onder meer de volgende redenen:

  • Bij inspectie van de fabrikant van de grondstof blijkt dat de fabrikant niet voldoet aan GMP- of CEP-vereisten.
  • De fabrikant van de grondstof weigert de inspectie.
  • Op verzoek van een fabrikant van een grondstof:
    • als deze tijdelijk niet kan produceren volgens het goedgekeurde CEP-dossier 
    • als de productie is gestopt, fabriek is gesloten of de CEP niet meer van toepassing is

Het CBG streeft ernaar fabrikanten met een geschorste of ingetrokken CEP uit de handelsvergunningsdossiers te laten verwijderen. Afhankelijk van de soort handelsvergunning zoekt het CBG dan afstemming op Europees niveau.

Als door de schorsing of intrekking van een CEP een tekort van een geneesmiddel voor Nederland kan ontstaan, dan moet de vergunninghouder dit melden bij het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten.

CBG altijd informeren over een kwaliteitsdefect

Een handelsvergunninghouder moet een kwaliteitsdefect altijd melden bij het CBG. De handelsvergunninghouder is verplicht dit te melden volgens artikel 49, derde en vierde lid van de Geneesmiddelenwet.

Het is belangrijk dat het CBG op de hoogte is van een kwaliteitsdefect van alle geneesmiddelen waarvoor in Nederland een handelsvergunning is afgegeven. Het CBG kan dan de nodige regulatoire acties in gang zetten.

De handelsvergunninghouder moet het kwaliteitsdefect melden bij het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten.

Richtlijnen GMP

De GMP-principes staan in de wetgeving en in de Richtsnoeren voor een goede manier van produceren (EU Richtlijn 2003/94).

In Volume 4 van The rules governing medicinal products in the European Union, Good manufacturing practice (GMP) Guidelines, staat een handleiding voor het toepassen van de GMP-richtlijnen en -principes.