Het aantal Collegeleden van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) gaat de komende jaren wijzigen van 17 naar maximaal 13 personen. Met deze wijziging kan het CBG de deskundigheid van de Collegeleden gerichter inzetten en inspelen op veranderingen in het Nederlandse en Europese geneesmiddelenstelsel. 

Deze wijziging heeft geen effect op de kwaliteit of snelheid van de beoordeling van medicijnen voor de patiënt.  

Over het College 

Het College is een onafhankelijk, zelfstandig bestuursorgaan en verantwoordelijk voor de handelsvergunningen van medicijnen. Het beoordeelt de balans tussen de werkzaamheid en de bijwerkingen en risico’s van medicijnen. Daarnaast kijkt het College of de kwaliteit van het medicijn goed is en blijft. Op Europees niveau heeft het College een adviserende rol.  

Het College bestaat uit onafhankelijke medische en farmaceutische deskundigen. Zij worden ondersteund door ruim 500 medewerkers van het agentschap CBG (aCBG). Het agentschap bereidt nationale en Europese besluiten over de toelating van medicijnen voor en voert deze uit. 

Het College bestaat nu uit maximaal 17 deskundigen. De komende periode wordt dit aantal geleidelijk teruggebracht naar maximaal 13. 

Waarom verandert de samenstelling? 

De rol van het CBG binnen het Nederlandse en Europese geneesmiddelenstelsel is in de afgelopen jaren veranderd. De vernieuwing van de Europese geneesmiddelenwetgeving en de toenemende Europese samenwerking hebben invloed op de manier waarop geneesmiddelen worden beoordeeld en toegelaten. Steeds meer medicijnen worden via het Europese stelsel toegelaten. Daardoor verandert ook de deskundigheid die het CBG nodig heeft om deze Europese beoordelingen goed uit te voeren. 

Het CBG gaat zich daarom, in samenwerking en afstemming met andere Europese landen, gericht inzetten op een aantal focusgebieden. Zo kan het zijn kennis en expertise gericht inzetten voor een goede beoordeling van de werkzaamheid en veiligheid van medicijnen, in het belang van de patiënt. 

Deze ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor de samenstelling van het College. Het verminderen van het aantal Collegeleden past bij bovenstaande ontwikkelingen.  

Geen effect op medicijnbeoordelingen 

Brede kennis blijft de basis voor de beoordeling van geneesmiddelen en onze wettelijke taken. Tegelijkertijd is steeds meer specialistische kennis nodig. Door te specialiseren en kennis te verdiepen, kan het College zijn deskundigheid effectiever inzetten. De specialisatie heeft geen effect op de beoordeling van geneesmiddelen.  

Em. prof. dr. Ton de Boer, Collegevoorzitter: 

“Er verandert veel om ons heen. Door onze omvang en deskundigheid nu stevig te verankeren, staan we klaar voor de toekomst en waarborgen we de kwaliteit van geneesmiddelen.”