CBG ondersteunt initiatieven om bestaande medicijnen te testen op zeldzame tumoren

Bestaande medicijnen testen om patiënten met zeldzame tumoren toegang te geven tot kankergeneesmiddelen; met dat doel werken oncologen, medicijnproducenten, zorgverzekeraars en het Zorginstituut samen, met steun van het KWF. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) hoopt dat dit initiatief zal leiden tot de registratie van nieuwe toepassingen.

‘Drug Rediscovery’, of het ontdekken van nieuwe toepassingen voor bestaande medicijnen, is niet nieuw. Zo geeft het CBG al langer wetenschappelijk advies om nieuwe toepassingen voor bestaande medicijnen te bevorderen, onder andere in samenwerking met ZonMw. Maar de financiering van onderzoek naar nieuwe toepassingen van een bestaand medicijn kan, bijvoorbeeld bij aandoeningen met een kleine patiëntenpopulatie, een probleem zijn. Binnen de DRUP studie (Drug Rediscovery Protocol) is voor de financiering een oplossing gevonden door samen te werken met medicijnproducenten en zorgverzekeraars.

De DRUP studie is gestart door oncologen uit het Antoni van Leeuwenhoek, maar inmiddels werken meer dan 30 Nederlandse ziekenhuizen mee. Binnen de DRUP studie worden medicijnen getest op patiënten die geen standaard behandeloptie meer hebben en waarvoor de patiënten-aantallen te klein zouden zijn voor een reguliere klinische studie. En de eerste resultaten lijken positief; volgens de onderzoekers was het immuuntherapie-medicijn nivolumab effectief bij 67% van de 30 patiënten met een andere type kanker dan waarvoor het geneesmiddel geregistreerd was.

Er komt nu een vervolg op deze studie, waardoor meer patiënten kunnen worden behandeld. De constructie om dit onderzoek te financieren is nieuw. Zo staat de fabrikant van nivolumab gedurende de eerste 16 weken garant voor de kosten en voor de patiënten die baat lijken te hebben bij dit middel, zal de zorgverzekeraar de verdere behandeling betalen.

Prof. dr. Ton de Boer, voorzitter van Nederlandse medicijnautoriteit CBG:

“Het CBG moedigt elk initiatief aan waarbij goed klinisch onderzoek leidt tot een uitbreiding van de behandelopties. Wel hopen wij dat dit onderzoek zal leiden tot een uitbreiding van de indicatie via de officiële route. Dan kan er een onafhankelijke beoordeling plaatsvinden van de werkzaamheid en veiligheid. Een aanpassing van de productinformatie maakt zo’n nieuwe toepassing voor heel Europa beschikbaar.”