In ‘de pil’ zitten 2 hormonen, oestrogeen en progestageen. De ‘pil’ heet daarom ‘combinatiepil’. Ook de anticonceptiering en de anticonceptiepleister hebben 2 hormonen. Als u de combinatiepil, de ring of de pleister gebruikt, dan heeft u een kleine kans op een bloedstolsel (trombose).

Gebruikt u anticonceptie met 1 hormoon (progestageen) dan heeft u geen verhoogde kans op trombose.

Welke anticonceptiemiddelen hebben hormonen?

De stoffen (hormonen) in anticonceptie zorgen ervoor dat u niet zwanger kunt worden.

Anticonceptie met 2 hormonen:

  • de combinatiepil
  • de vaginale ring
  • de pleister

Anticonceptie met 1 hormoon:

  • Anticonceptiepil met alleen progestageen (voorheen: minipil)
  • Hormoonspiraal
  • Hormoonstaafje (in de arm)

Wat is de kans op trombose voor u?

Het gebruik van de combinatiepil, de ring of de pleister is veilig. De kans op trombose is klein. De kans op trombose is bijvoorbeeld groter tijdens de zwangerschap en in de eerste 6 weken na de bevalling. In het overzicht hieronder kunt u zien wat de kans op trombose is bij:

  • anticonceptie met 2 hormonen
  • anticonceptie met 1 hormoon
  • geen anticonceptie
  • zwangerschap
  • de eerste 6 weken na de bevalling

Welke combinatiepil heeft het laagste risico op trombose?De combinatiepillen met het laagste kans op trombose zijn de pillen met de werkzame stof ethinylestradiol/levonorgestrel of ethinylestradiol /norgestimaat. De naam van het hormoon kunt u vinden op de verpakking en in de bijsluiter van uw anticonceptiemiddel.

Hoe herkent u trombose?

Gebruikt u de pil of een ander anticonceptiemiddel met 2 hormonen? Dan is de kans dat u last krijgt van trombose iets groter dan als u de pil niet gebruikt. Trombose is een stolsel in een bloedvat. Het risico op trombose is klein. De kans op trombose is bijvoorbeeld groter tijdens de zwangerschap en in de eerste 6 weken na de bevalling. De volgende klachten kunnen wijzen op een trombose:

  • Pijn, roodheid en zwelling van het been
  • Plotseling optreden van kortademigheid en hoesten, soms met wat bloed
  • Pijn op de borst tijdens het ademhalen, een versnelde ademhaling en verhoogde hartslag
  • Onverklaarde zware hoofdpijn.

Denkt u dat u een trombose heeft? Ga dan gelijk naar de arts. Meer informatie over de kans op trombose bij het gebruik van anticonceptie kunt u lezen in de informatiekaart voor gebruiksters. Lees bij het gebruik van anticonceptiemiddelen ook altijd de bijsluiter. Dit kan in de CBG Geneesmiddeleninformatiebank.

U heeft meer kans op trombose als:

  • u al eerder een trombose gehad hebt
  • u een erfelijke afwijking hebt waardoor uw bloed sneller stolt
  • trombose in uw familie voorkomt, bijvoorbeeld bij uw moeder, vader, broer of zus
  • u net bevallen bent (eerste 6 weken)
  • u net geopereerd bent
  • u veel te zwaar bent (BMI van 30 of hoger)
  • u ouder dan 35 jaar bent
  • u een blessure hebt door bijvoorbeeld een ongeluk of sporten
  • u een tijd weinig beweegt, bijvoorbeeld als u lange tijd op bed moet liggen of niet mag lopen

Welke anticonceptie is voor u het meest geschikt?

U bepaalt samen met uw huisarts welke anticonceptie u kiest. In de informatiekaart voor gebruiksters kunt u lezen wat u allemaal aan uw dokter moet laten weten. Dan kan hij of zij u goed adviseren. Er zijn wel bepaalde richtlijnen die uw arts gebruikt om te bepalen wat hij u voorschrijft.