Interview: Wereldwijde zoektocht naar een vaccin of medicijn tegen corona

Vrijdag 1 mei 2020

Wereldwijd wordt hard gewerkt aan vaccins of medicijnen tegen het coronavirus. Hoe staat het ervoor? Ingrid Schellens en Leonoor Wijnans van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) zetten de opties op een rij.

Het dagelijkse werk bij het CBG is momenteel als gevolg van het coronavirus flink veranderd. “Er is regelmatig crisisoverleg, we gaan heel veel en vaak in gesprek met allerlei partijen en we houden onze belangrijkste partners op de hoogte, inclusief de leden van het College. Daarnaast is er een Europese stuurgroep waarin we veel samenwerken. We zijn druk aan de slag en houden de vinger aan de pols”, vertel Leonoor Wijnans, senior beoordelaar en vaccinexpert bij de Nederlandse medicijnautoriteit CBG. “Het niveau waarop er nu wordt samengewerkt, is echt ongekend. Wereldwijd trekken gezondheidsinstanties samen op om omstandigheden te creëren waarin zo snel mogelijk een medicijn of vaccin tegen het nieuwe coronavirus ontwikkeld kan worden,” vertelt Leonoor.

"Bij het CBG zorgen we ervoor dat onderzoeksdossiers voor toelating van nieuwe geneesmiddelen of vaccins sneller kunnen worden beoordeeld. Ook tijdens de ontwikkeling hebben we een rol."

Collega Ingrid Schellens (senior beoordelaar voor geneesmiddelen voor onder meer infectieziekten) vult aan: “Bij het CBG zorgen we ervoor dat onderzoeksdossiers voor de toelating van nieuwe geneesmiddelen of vaccins sneller kunnen worden beoordeeld. Ook tijdens de ontwikkeling van medicijnen en vaccins hebben we een rol. We geven bijvoorbeeld wetenschappelijk advies om onderzoek te helpen versnellen. Ook dat proces gaat nu sneller dan normaal.”

Gedegen onderzoek is belangrijk, want hoe groot de noodzaak ook is voor een werkend vaccin of geneesmiddel, niemand is gebaat bij een middel dat teveel of gevaarlijke bijwerkingen heeft of waarbij het onzeker is of het wel werkzaam is. Overal komt heel veel informatie voorbij over geneesmiddelen. Helaas is die soms onjuist, onvolledig, eenzijdig of niet meer dan een hoopvolle theorie. Leonoor en Ingrid zetten de onderzoeken die momenteel lopen op een rij.

Leonoor Wijnans (links) en Ingrid Schellens, senior beoordelaars bij het CBG.

“Het wereldwijde onderzoek naar een medicijn voor de behandeling van Covid-19 kun je grofweg in drie onderzoeksrichtingen verdelen”, legt Ingrid uit. “Wetenschappers kijken naar virusremmers, naar stoffen die het afweersysteem beïnvloeden en naar het gebruik van antistoffen van mensen die genezen zijn.”

Strategie 1: het virus afremmen

Onderzoek naar bestaande virusremmers is misschien wel het meest concreet. Ingrid: “In het laboratorium is gekeken welke bestaande geneesmiddelen het coronavirus kunnen afremmen. Voorbeelden zijn remdesivir (oorspronkelijk tegen ebola), kaletra (een ‘cocktail’ van twee aidsremmers) en de malariamiddelen chloroquine en hydroxychloroquine. Deze middelen worden nu in klinische studies onderzocht op hun werkzaamheid en veiligheid bij Covid-19.”

Omdat de meeste van deze middelen al beschikbaar zijn, kunnen ze in geval van nood in het ziekenhuis op bijvoorbeeld de intensive care worden gebruikt. “Onder het motto ‘beter iets dan niets’. Remdesivir lijkt effectief bij proefdieren, maar blijft experimenteel. Er zijn nog geen onderzoeksgegevens bij mensen waaruit we kunnen concluderen dat het werkt. Datzelfde geldt voor (hydroxy)chloroquine. Daarnaast, (hydroxy)chloroquine geeft bij een deel van de patiënten bijwerkingen aan het hart wat heel ernstig kan zijn. We weten gewoon nog niet écht of deze middelen effectief zijn in de mens.”

Strategie 2: het afweersysteem

De tweede aanvalsroute loopt via ons afweersysteem. “Gek genoeg is één tactiek daarin juist het afremmen daarvan. Het blijkt namelijk dat het immuunsysteem van iemand met corona soms zó hard werkt, dat het lichaam een overdreven reactie geeft. Met als gevolg longschade en orgaanuitval waar patiënten aan kunnen overlijden. Een middel dat het immuunsysteem remt kan dan helpen. Het omgekeerde geldt overigens ook: het versterken van je immuunsysteem, omdat duidelijk is dat fittere mensen minder ziek worden. Zo zijn er aanwijzingen dat een vaccin tegen tuberculose werkt als een ‘immuunbooster’, die het lichaam wapent waardoor het ook beter kan vechten tegen corona.”

Strategie 3: antistoffen

Als derde wordt gekeken naar transfusies met antistoffen in bloedplasma. “Ben je genezen van het coronavirus, dan heb je mogelijk beschermende antistoffen in je bloed. Zieken herstellen hopelijk sneller met die antistoffen. Het probleem is alleen dat we nog niet weten welke antistoffen effectief zijn en hoeveel je moet toedienen. Helaas kan dit ook niet op grote schaal, omdat je dan teveel donoren nodig hebt.”

"Juist nu is het belangrijk dat de neuzen dezelfde kant op staan als het gaat om de vereisten voor registratie van vaccins.”

Voorkomen in plaats van genezen: vaccins

Een geneesmiddel is welkom, maar hetzelfde geldt voor een vaccin wat ziekte voorkomt. “Ook daarbij is het uitermate belangrijk dat we geen concessies doen als het gaat om de veiligheid”, vertelt Leonoor. “Een vaccin wil je immers toedienen aan heel veel gezonde mensen tegelijkertijd. Dan wil je écht zeker weten dat je geen schade aanbrengt.”

“Tegelijkertijd realiseren we ons ook dat er een noodzaak is voor een vaccin. Zowel om kwetsbare mensen te beschermen als om overdracht van het virus te voorkomen. Daarom denken we nu na waar in de ontwikkeling bijvoorbeeld stappen overgeslagen kunnen worden of hoe studies versneld kunnen worden uitgevoerd. Zonder concessies aan de veiligheid.”

“Dit alles gebeurt in overleg met medicijnautoriteiten wereldwijd”, vertelt Ingrid. "Juist nu is het belangrijk dat de neuzen dezelfde kant op staan als het gaat om de vereisten voor registratie van vaccins, om kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid vast te stellen.”

Op dit moment zijn er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wereldwijd ruim 75 vaccins in ontwikkeling.

Als je een vaccin ontwikkelt, vergelijk je normaal gesproken groepen gevaccineerde én niet-gevaccineerde vrijwilligers. Leonoor: “Zijn er na verloop van tijd minder mensen ziek in de vaccingroep dan in de andere groep? Dan beschermt het vaccin. Maar dat kost tijd, soms maanden. Sneller dan wachten op ziekte, kan het zijn om te kijken hoeveel antistoffen vrijwilligers aanmaken. Dat is lastig bij het coronavirus, omdat we nog niet veel over die antistoffen weten.”

“Een van de opties waar nu over gedacht wordt, is het vaccineren van vrijwilligers en die vervolgens blootstellen aan een verzwakte vorm van het coronavirus”, vervolgt Leonoor. ”Dat is eerder gedaan bij bijvoorbeeld de ontwikkeling van griep- en malariavaccins. Dit zou heel snel inzicht kunnen geven in de bescherming die een vaccin biedt. Alleen hoe ethisch is het uitvoeren van zulke studies, en zijn ze wel snel op te zetten?”

Bestaande technieken

Veel van de vaccins in ontwikkeling zijn gebaseerd op vaccinplatform-technologieën. Leonoor: “Dat houdt in dat je dezelfde, bekende technieken toepast die al uitgebreid bij andere ziektebeelden zijn getest. Bijvoorbeeld, een ontwikkelaar gebruikt dezelfde methode die eerder is gebruikt bij de ontwikkeling van een vaccin tegen ebola. Daarover is al veel veiligheidsdata beschikbaar. Daardoor zijn bijvoorbeeld bepaalde studies, die de veiligheid van het vaccin in dierproeven onderzoeken, niet meer nodig.”

Een belangrijke andere factor om rekening mee te houden is voor wie een vaccin bedoeld is. “Gaan we het alleen toedienen aan de echte risicogroepen? Of misschien ook wel aan kinderen, die minder risico lijken te lopen om ernstig ziek te worden? In dat laatste geval moeten we nóg voorzichtiger zijn.”

Net als de zoektocht naar geneesmiddelen, is het ontwikkelen van een vaccin ook complex. “We maken ons bijvoorbeeld ook zorgen over het verschijnsel dat vaccins juist een heftigere infectie kunnen veroorzaken bij gevaccineerden. “Dat zagen we bij dierproeven bij de ontwikkeling van een vaccin tegen SARS in 2003. Sommige gevaccineerde dieren reageerden veel heftiger op een besmetting dat niet-gevaccineerde dieren. Hoe dat kon gebeuren, weten we niet precies, en ook niet of dat bij mensen ook zo zou werken. Het is wel iets waar we rekening mee houden, ook omdat SARS door een coronavirus veroorzaakt wordt, net als COVID-19.”

"Alle inspanningen voor de ontwikkeling ervan zijn er op gespitst om zo snel, maar ook zo veilig en effectief mogelijk resultaat op te leveren."

Snel, effectief én veilig

De meest prangende vraag is natuurlijk wanneer er een geneesmiddel of vaccin is. Die is lastig te beantwoorden. “Alle inspanningen voor de ontwikkeling ervan zijn er op gespitst om zo snel, maar ook zo veilig en effectief mogelijk resultaat op te leveren. Toch verwachten we dat dat nog wel een tijd duurt”, zegt Ingrid. “Het is heel moeilijk te voorspellen allemaal. Er zijn zoveel stappen die gezet moeten worden voordat een vaccin of medicijn op grote schaal beschikbaar is. Als CBG denken we in ieder geval volop mee, samen met andere medicijnautoriteiten wereldwijd, en kijken we waar we het proces kunnen versnellen, zonder op veiligheid in te boeten!”