Medicijnen tegen het coronavirus

In de strijd tegen het coronavirus spelen medicijnen een belangrijke rol. Dit, om ervoor te zorgen dat iemand die ziek is geworden is weer beter wordt. Of om de symptomen van de ziekte te verminderen. Op dit moment lopen er veel onderzoeken naar bestaande en experimentele medicijnen.

Bestaande medicijnen voor de behandeling van COVID-19

Medicijnen die al op de markt zijn en oorspronkelijk ontwikkeld zijn tegen andere aandoeningen, werken misschien ook tegen het coronavirus. Daarom kijken onderzoekers in de zoektocht naar een coronamedicijn ook naar bestaande medicijnen. Ernstig zieke coronapatiënten in ziekenhuizen over de hele wereld krijgen in studieverband verschillende bestaande medicijnen die mogelijk werken tegen een corona-infectie. Deze studies richten zich vooral op antivirale middelen (zoals lopinavir, zie verderop op deze pagina), medicijnen met invloed op het immuunsysteem en bloedplasmaproducten. 

Experimentele coronamedicijnen

Er zijn op dit moment experimentele medicijnen tegen COVID-19 in ontwikkeling die dus nog niet officieel goedgekeurd zijn. Vanwege de uitzonderlijke situatie is het mogelijk dat een experimenteel medicijn nog voordat het middel officieel op de markt wordt toegelaten buiten studieverband onder bepaalde voorwaarden, toch beschikbaar wordt gesteld. Dit kan dan op verschillende manieren, namelijk:

  • Via een compassionate use programma. Dit programma is bedoeld voor patiënten met een levensbedreigende, langdurige ziekte of met ernstig, blijvend letsel, die op dit moment niet behandeld kunnen worden met andere medicijnen. Voor het medicijn moet al wel voldoende bewijs zijn dat de balans werkzaamheid/veiligheid positief is.
  • Via een artikel 5(3)-procedure. Bij deze procedure doen andere partijen dan de firma een verzoek om de beschikbare data te beoordelen op werkzaamheid en veiligheid. Via deze procedure wordt op dit moment gekeken naar de beschikbare studieresultaten van studies naar monoklonale antilichamen. De uitkomst van een artikel 5(3)-procedure kunnen EU-lidstaten meenemen in hun besluit over het gebruik van een medicijn, nog voordat er formele goedkeuring is gegeven.

Medicijnen die inmiddels door EMA en CBG zijn goedgekeurd voor de behandeling van COVID-19

Remdesivir

Remdesivir is een antiviraal middel en is op basis van een positieve werkzaamheid/veiligheid balans onder voorwaarden goedgekeurd door de Europese medicijnautoriteiten als eerste medicijn tegen COVID-19. Met de voorwaardelijke toelating mag het medicijn voorgeschreven worden aan COVID-19-patiënten die met een longontsteking in het ziekenhuis liggen en extra zuurstof nodig hebben (mits bij de start van de behandeling geen mechanische middelen worden gebruikt om de spontane ademhaling te helpen of te vervangen). Er zijn aanwijzingen dat patiënten gemiddeld een aantal dagen eerder herstellen als ze met remdesivir worden behandeld. Er lopen momenteel nog een aantal studies waarin de werkzaamheid van remdesivir wordt onderzocht.

Dexamethason

Het medicijn dexamethason verlaagt het risico op overlijden bij ziekenhuispatiënten met COVID-19 die zuurstof krijgen toegediend of aan de beademing liggen. Dexamethason is al tientallen jaren goedgekeurd voor de behandeling van verschillende aandoeningen, zoals reumatische problemen, huidziekten, ernstige allergieën en astma. Het heeft ontstekingsremmende eigenschappen. Bij patiënten die geen zuurstof kregen toegediend of die niet aan de beademing lagen, had dexamethason geen aantoonbaar positief effect.

Lees meer in het nieuwsbericht van 18 september 2020.

Lopende onderzoeken naar coronamedicijnen

Op dit moment lopen er in Nederland en wereldwijd verschillende studies naar zowel experimentele als reeds op de markt beschikbare medicijnen voor de behandeling van COVID-19. Bestaande medicijnen mogen in Nederland in principe alleen als onderdeel van een klinische studie en in lijn met het advies van Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (SWAB) ‘off-label’ worden ingezet. Off-label betekent dat een medicijn wordt gebruikt voor een andere aandoening, dan waarvoor het middel is goedgekeurd. De middelen waarvan de werking wordt onderzocht zijn te verdelen in middelen met een directe werking tegen het virus en middelen die werken op het immuunsysteem van de patiënt en helpen om het virus onder controle te krijgen. Hieronder volgt een kort overzicht van welke medicijnen op dit moment worden of zijn onderzocht.

Medicijnen met een mogelijk effect op het virus zelf

Experimentele monoklonale antilichamen

Monoklonale antilichamen zijn antilichamen tegen een stukje van het virus (vaak het S-proteïne). Deze experimentele medicijnen tegen COVID-19 zijn in ontwikkeling en dus nog niet officieel goedgekeurd zijn Deze middelen blokkeren het mechanisme waarmee het virus zich aan de menselijke cel probeert te hechten. Indien het virus niet in de cel terechtkomt kan het zich niet vermenigvuldigen in het menselijk lichaam. Er zijn op dit moment verschillende monoklonale antilichamen in ontwikkeling. Deze worden nu getest in grote studies. De eerste berichten over de mogelijke werkzaamheid lijken positief. De verwachting is wel, dat nieuwe varianten van het virus ook weer vragen om nieuwe monoklonale antilichamen. Inmiddels zijn verschillende monoklonale antilichamen door het EMA beoordeeld via een artikel 5 (3) procedure, wat nationaal gebruik nu al mogelijk zou maken. De volledige beoordeling van verschillende monoklonale antilichamen loopt nu in een versnelde procedure. Er wordt dus op dit moment naar alle studieresultaten gekeken. Zie ook de updatespagina over het coronavirus.

Ivermectine

Ivermectine is goedgekeurd voor de behandeling van infecties met parasieten. In laboratoriumstudies lijkt ivermectine ook te werken tegen het coronavirus. De dosis voor effectiviteit tegen het virus lijkt alleen hoger te moeten zijn dan de dosis die is goedgekeurd voor infecties met parasieten. De studies die tot nu toe zijn gepubliceerd over de werkzaamheid en veiligheid van ivermectine bij COVID-19-patiënten, laten een aantal tekortkomingen zien. Daarom is de rol van ivermectine bij de behandeling van deze patiënten op dit moment nog niet goed vast te stellen. Het wachten is op de resultaten van grote klinische studies waarin de behandeling met ivermectine is vergeleken met placebo of een andere werkzame behandeling. Op basis daarvan kan worden bepaald of ivermectine werkzaam is bij deze patiënten. Lees ook het nieuwsbericht hierover op onze website.

Lopinavir/ritonavir

In laboratoriumstudies bleek de HIV-remmer lopinavir/ritonavir effectief te zijn tegen SARS-CoV1-, MERS- en SARS-CoV2 (COVID) virussen. In de studies werden zieke proefdieren behandeld met lopinavir/ritonavir. De dieren werden minder ziek, maar de hoeveelheid virusdeeltjes in hun bloed bleef gelijk. Het effect van lopinavir/ritonavir op COVID-19 bij patiënten in het ziekenhuis is ook onderzocht in twee grote gerandomiseerde klinische studies naar de veiligheid en werkzaamheid van verschillende medicijnen bij patiënten met COVID-19 (de RECOVERY-studie en de SOLIDARITY-studie). In de RECOVERY trial was er geen effect op de overlijdenskans, de kans op beademing of de duur van de ziekenhuisopname, wanneer het middel werd gegeven aan patiënten die met COVID-19 in het ziekenhuis lagen. Ook in de SOLIDARITY-studie had lopinavir bij vergelijkbare patiënten geen effect op overlijden, wel of niet starten van beademing of de duur van de ziekenhuisopname.

(Hydroxy)chloroquine

Chloroquine en hydroxychloroquine zijn goedgekeurde medicijnen voor de behandeling van malaria en verschillende auto-immuunziekten. Beide medicijnen zijn al lange tijd op de markt voor de behandeling van deze aandoeningen en hebben bij deze aandoeningen en dosering een redelijk gunstig veiligheidsprofiel. Wel is bekend dat chloroquine en hydroxychloroquine bij sommige patiënten hartritmestoornissen kunnen veroorzaken.

Bij aanvang van de pandemie werd laboratoriumonderzoek gepubliceerd waaruit zou blijken dat deze middelen de vermenigvuldiging van het coronavirus remmen. Daarna is in verschillende klinische onderzoeken de werkzaamheid en de veiligheid van (hydroxy-)chloroquine bij de behandeling van COVID-19 onderzocht. Uit deze studies is gebleken dat deze middelen niet effectief zijn bij de behandeling van COVID-19. Wel bestaan er zorgen over de mogelijke bijwerkingen. De bijwerkingen van deze middelen, zoals de genoemde hartritmestoornissen, kunnen bij mensen met een zwakke gezondheidstoestand mogelijk een grotere rol spelen. Zie ook het bericht over bijwerkingen door (hydroxy)chloroquine.

Combinatie hydroxychloroquine en azitromycine

Azitromycine is in niet-gecontroleerde studies in combinatie met hydroxychloroquine onderzocht bij patiënten met COVID-19. Omdat beide middelen hartritmestoornissen kunnen veroorzaken en dit effect mogelijk versterkt wordt door de middelen tegelijkertijd te geven, raden EMA en CBG dit gebruik af.

Over ernstige bijwerkingen met (hydroxy)chloroquine, al dan niet in combinatie met azitromycine, hebben zowel het EMA als CBG eerder al waarschuwingen uitgebracht.

Medicijnen met een effect op het immuunsysteem

Bij ernstige symptomen van COVID-19 kan er een te sterke reactie optreden van het immuunsysteem. Een aantal middelen die aangrijpen op het immuunsysteem kunnen mogelijk een rol spelen bij de behandeling van COVID-19.

Tocilizumab (Interleukine-6 remmer)

Tocilizumab wordt momenteel in verschillende studies voor de behandeling van patiënten met COVID-19 die in het ziekenhuis opgenomen zijn. Recent zijn de resultaten van de REMAP-CAP studie bekendgemaakt; dit is een doorlopende Europese studie naar de behandelmogelijkheden voor patiënten met longontsteking. In deze studie had tocilizumab (net als sarilumab) een gunstig effect op de overleving van mensen die met COVID-19 op de intensive carelagen en ook al met dexamethason werden behandeld. Nadat de studieresultaten bij de EMA zijn ingediend kan de beoordeling van de balans werkzaamheid/veiligheid starten.

Interferon-beta-1a

In de literatuur zijn studies beschreven met wisselende effecten van interferon. Interferonen zijn lichaamseigen eiwitten, die een rol spelen in ons immuunsysteem. De WHO SOLIDARITY studie liet geen effect zien van interferon-beta-1a op overlijden, de kans op beademing of de duur van de ziekenhuisopname, wanneer het middel werd gegeven aan patiënten die met COVID-19 in het ziekenhuis lagen.

Overige middelen

Zink, vitamine C, Vitamine D

Mineralen als zink of vitamines, als onderdeel van een gezond eetpatroon, hebben een gunstig effect op het afweersysteem. Er zijn geen goed opgezette klinische studies uitgevoerd waarin een eventuele werkzaamheid bij COVID-19 kan worden beoordeeld.

Disclaimer

Laatste update: 2 april 2021

Alleen voor remdesivir en dexamethason hebben EMA en CBG de data beoordeeld die de behandeling van COVID-19 ondersteunen. Voor de monoklonale antilichamen loopt er momenteel een beoordelingsprocedure.

Voor de andere middelen die op deze pagina genoemd worden zijn er bij EMA en CBG nog geen studiedata ingediend.