Bureau Diergeneesmiddelen

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Diervoeders

Het Bureau Diergeneesmiddelen (BD) voert, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, een aantal taken uit rondom diervoeders.

Voor een proef met een niet toegelaten diervoeder is vooraf toestemming nodig. Dit heet een proefontheffing. In een proefontheffing kunnen aanvullende voorwaarden staan om de proef te mogen uitvoeren.

Ook voor het mogen ontwikkelen van een nieuw diervoederadditief moet een bedrijf eerst toestemming hebben. Diervoederadditieven zijn stoffen met een specifieke functie (bijvoorbeeld vitaminen), die opzettelijk aan diervoeding worden toegevoegd. Men spreekt ook wel van ‘toevoegingsmiddelen’.

Dieetvoeders zijn voeders met een bijzonder voedingsdoel die dieren krijgen voor hun gezondheid in specifieke situaties. Bijvoorbeeld ter ondersteuning van de nieren bij chronische nierproblemen.

De toelating voor diervoederadditieven en dieetvoeders loopt via het SCOPAFF (Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed - Section Animal Nutrition). Het BD ondersteunt het ministerie van Economische Zaken bij de Nederlandse inbreng in dit Permanent Comité van de Europese Unie.

Het BD voert daarnaast projectmatig opdrachten uit voor het ministerie van Economische Zaken. Het Nationaal beoordelingskader claims op diervoeding en het Informatiebulletin over het gebruik van kruiden bij dieren zijn hier voorbeelden van. Waarbij een claim staat voor elke boodschap waarmee gesteld wordt dat een diervoeder bepaalde eigenschappen heeft.

Erkenning of toelating via NVWA

Bedrijven die een diervoeder produceren, verwerken, verhandelen of vervoeren, moeten ook over een erkenning of toelating beschikken van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) . Informatie hierover kunt u vinden op de website van de NVWA.

Meer informatie