Afleverstatus (kanalisatie) diergeneesmiddelen

Kanalisatie/afleverstatus is de wijze waarop diergeneesmiddelen bij de diereigenaar en het dier terecht komen. Het bepaalt de rol van dierenartsen, vergunninghouders, apothekers en diereigenaren bij de aflevering én toediening van diergeneesmiddelen. Een diergeneesmiddel mag slechts onder voorwaarden worden afgeleverd of toegepast door specifieke, daarvoor gekwalificeerde personen.

De Europese wetgeving kent 2 categorieën (kanalisatie/afleverstatus) voor diergeneesmiddelen:

  • Prescription Only Medicine (POM: op recept van een dierenarts)
  • NON-Prescription Only Medicine (NON-POM: vrij verkrijgbaar zonder recept (VRIJ))

In Nederland is de POM-categorie ingedeeld in 3 subcategorieën: UDD, UDA en URA.

In Nederland zijn diergeneesmiddelen, afhankelijk van de aan het diergeneesmiddel verbonden risico’s voor dier- en volksgezondheid, ingedeeld in totaal 4 categorieën, namelijk:

  • VRIJ: Vrij verkrijgbaar zonder recept – Diergeneesmiddelen die vrij verhandelbaar zijn
  • URA: Uitsluitend verkrijgbaar bij een dierenarts of op recept van een dierenarts bij een apotheek of leverancier met een vergunning
  • UDA: Uitsluitend verkrijgbaar bij een dierenarts of op recept van een dierenarts bij een apotheek – Diergeneesmiddelen die uitsluitend door de dierenarts of een apotheker – op recept van een dierenarts – aan de houder van dieren mogen worden afgeleverd
  • UDD: Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken – Diergeneesmiddelen die uitsluitend door de dierenarts mogen worden toegediend en daarom niet rechtstreeks mogen worden afgeleverd aan de houder van dieren.

Regelgeving

De Europese diergeneesmiddelenrichtlijn (Richtlijn 2001/82/EG) stelt in de artikelen 17, 65, 67 en 68, regels over kanalisatie/afleverstatus van diergeneesmiddelen. Artikel 8 van de Europese diervoederrichtlijn (Richtlijn 90/167/EG) stelt overeenkomstige regels voor diervoeders met medicinale werking.

In nationale regelgeving is kanalisatie vastgelegd in artikel 2.21 van de Wet dieren, in de artikelen 5.7 tot en met 5.10 van het Besluit diergeneesmiddelen en de artikelen 2.13 tot en met 2.18 van de Regeling diergeneesmiddelen.

Beleidsregel kanalisatie/afleverstatus

De Beleidsregel kanalisatie/afleverstatus is op 1 juli 2016 in werking getreden. Het uitgangspunt van de regels voor de kanalisatie/afleverstatus van diergeneesmiddelen is dat de risico’s voor de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn en het milieu van een individueel middel de kanalisatie/afleverstatus bepalen. Deskundigen, waaronder de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD), hebben criteria opgesteld. Als individuele diergeneesmiddelen hieraan voldoen, mag de dierhouder deze zelf toepassen in plaats van de dierenarts.

Tot 1 juli 2016 werden concrete groepen van diergeneesmiddelen bij wettelijk voorschrift voorzien van een kanalisatie/afleverstatus. De indeling is nu gebaseerd op de risico’s van een individueel diergeneesmiddel in plaats van op een groep. Daarom zijn bepaalde diergeneesmiddelen in een ander kanalisatieregime terechtgekomen. Als gevolg hiervan is van een aantal diergeneesmiddelen eind 2016 de kanalisatie/afleverstatus gewijzigd:

  • Van VRIJ naar UDA: vanwege de intramusculaire, of subcutane  toediening aan onder meer kleine huisdieren, is een instructie van dierenarts noodzakelijk om verzekerd te zijn van een juiste toediening. De CRD vindt vanwege de toepassing van deze diergeneesmiddelen een diagnose door de dierenarts noodzakelijk, om verzekerd te zijn van een juiste behandeling.  
  • Van VRIJ naar URA: vanwege de beperkte potentiële gevaren voor de gezondheid van de mens (wachttermijnen) en/of het milieu (milieu mitigerende maatregelen).