Risico op alvleesklierontsteking bij gebruik carbimazol/thiamazol

Bij gebruik van het schildkliermiddel met carbimazol/thiamazol bestaat het risico op een alvleesklierontsteking (acute pancreatitis). In dit geval moet het gebruik direct worden gestopt. Gebruik het medicijn niet bij patiënten die eerder een alvleesklierontsteking hebben gehad tijdens het gebruik van carbimazol/thiamazol. Daarnaast adviseert medicijnautoriteit CBG dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd anticonceptie gebruiken. Dit aangescherpte advies geldt vanwege het verhoogde risico op aangeboren afwijkingen. Het risico is het hoogst in het eerste trimester van de zwangerschap en bij hoge doseringen.

Carbimazol/thiamazol wordt gebruikt bij patiënten met een overactieve schildklier (hyperthyroïdie).

Advies aan patiënten

  • Bent u een vrouw in de vruchtbare leeftijd? Overleg met uw arts en gebruik effectieve anticonceptie tijdens de behandeling met carbimazol/thiamazol.
  • Heeft u een kinderwens? Bespreek dan met uw arts wat de mogelijkheden zijn.

Advies aan artsen

  • Heeft uw patiënt een alvleesklierontsteking (acute pancreatitis)?  Stop dan direct met de behandeling van carbimazol/thiamazol.
  • Is er eerder een alvleesklierontsteking opgetreden tijdens het gebruik van carbimazol/thiamazol? Schrijf dit medicijn dan niet opnieuw voor.
  • Behandel een overactieve schildklier (hyperthyroïdie) bij zwangere vrouwen adequaat om ernstige complicaties bij moeder en ongeboren kind te voorkomen.
  • Weeg de voordelen en risico’s voor de individuele patiënte af om te bepalen of carbimazol/thiamazol tijdens de zwangerschap gebruikt mag worden. Schrijf  uitsluitend voor in de laagst effectieve dosering en gebruik niet samen met thyroïdhormonen.
  • Is de patiënte zwanger en gebruikt zij carbimazol/thiamazol? Monitor de moeder en het ongeboren kind dan.
Strumazol-thiamazol

Brief met risico-informatie

De firma Aspen Pharma Trading Limited heeft over dit onderwerp een brief verstuurd, een zogenaamde Direct Healthcare Professional Communication (DHPC). De brief met deze belangrijke risico-informatie is in overleg met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gestuurd naar huisartsen, endocrinologen, gastro-enterologen (MDL-artsen), gynaecologen, kinderartsen, ziekenhuisapothekers en openbare apothekers (alle genoemde zorgverleners ook in opleiding).

Het signaleren en analyseren van bijwerkingen gedurende de gehele levenscyclus van een geneesmiddel wordt geneesmiddelenbewaking of farmacovigilantie genoemd. Dit is een kerntaak van het CBG. In geval van urgente en/of belangrijke veiligheidsissues worden medische beroepsbeoefenaren door middel van een DHPC op de hoogte gebracht.