Aanbevelingen CMDh 25-27 juni 2018

De Coordination Group for Mutual Recognition and Decentralised Procedures – human (CMDh) heeft de herbeoordeling van hydroxyethylzetmeel (HES) bevattende producten afgerond. Ook is een PSUR follow-up procedure voor geneesmiddelen met atorvastatine gestart. Verder heeft de CMDh besloten tot aanpassing van de productinformatie van diverse geneesmiddelen.

Uitkomst herbeoordeling hydroxyethylzetmeel (HES-) bevattende geneesmiddelen

De CMDh heeft met meerderheid van stemmen besloten dat hydroxyethylzetmeel (HES-) bevattende geneesmiddelen op de markt kunnen blijven, mits een combinatie van aanvullende risicominimalisatie-maatregelen wordt geïmplementeerd.

In januari 2018 heeft de PRAC aanbevolen de handelsvergunningen voor deze geneesmiddelen te schorsen, omdat ze nog steeds werden gebruikt bij ernstig zieke patiënten en patiënten met sepsis, ondanks de beperkingen voor het gebruik die in 2013 waren ingevoerd om de risico’s van nierbeschadiging en overlijden te verkleinen.

De CMDh is het eens met de PRAC-beoordeling van de ernstige risico’s bij gebruik van deze middelen bij ernstig zieke patiënten en patiënten met sepsis. De CMDh heeft echter de plaats die HES inneemt in de klinische praktijk van sommige landen verder in overweging genomen. Tevens heeft CMDh opgemerkt dat eerdere risicominimalisatie-maatregelen enig effect hadden en is CMDh van mening dat een combinatie van nieuwe risicominimalisatie-maatregelen op effectieve wijze kan zorgen dat HES-oplossingen niet worden gebruikt bij risicopatiënten.

De nieuwe risicominimalisatie-maatregelen bestaan onder andere uit aanpassing van de productinformatie, de verspreiding van een DHPC en de invoering van een systeem voor gecontroleerde distributie. Daarnaast dienen handelsvergunninghouders de effectiviteit van de nieuwe maatregelen te onderzoeken middels een drug-utilisation (DUS) studie.

Het standpunt van de CMDh wordt nu voorgelegd aan de Europese Commissie, die een bindend besluit zal nemen.

Aanvullende informatie is gepubliceerd op de website van de EMA.

Voorbereidingen op de Brexit

  • Q&A Brexit
    Op 19 juni 2018 heeft de CMDh een nieuwe versie gepubliceerd van het document 'Questions and Answers related to the United Kingdom's withdrawal from the European Union with regard to national authorised medicinal products for human use'. Het document is op de website van de CMDh gepubliceerd onder 'Brexit'.
  • Template voor wijziging van RMS
    De CMDh heeft het template voor verzoeken om van referentielidstaat (RMS) te wijzigen, aangepast. Het template is gepubliceerd op de website van de CMDh onder 'Procedural guidance, General information'.

Aanpassingen productinformatie als gevolg van PSUSA-beoordelingen

De productinformatie (SmPC en bijsluiter) van diverse geneesmiddelen moet worden aangepast als gevolg van periodieke veiligheidsrapportbeoordelingen (PSUR’s). De CMDh heeft dit besloten op basis van de aanbevelingen van het geneesmiddelenbewakingscomité PRAC en de bijbehorende beoordelingsrapporten.

Het gaat om de geneesmiddelen met de volgende werkzame stoffen:

  • Atorvastatine. Toevoeging van een aanbevolen maximale dosering voor patiënten die gelijktijdig elbasvir/grazoprevir gebruiken. Toevoeging van een contra-indicatie voor het gelijktijdig gebruik met glecaprevir/pibrentasvir. Toevoeging van een waarschuwing over het risico van gelijktijdig gebruik met elbasvir/grazoprevir. Toevoeging van informatie over de interactie met elbasvir/grazoprevir en glecaprevir/pibrentasvir. Toevoeging van informatie over de farmacokinetische eigenschappen van atorvastatine, met het oog op mogelijke geneesmiddeleninteracties.
  • Deoxycholinezuur. Toevoeging van de bijwerking hypo-esthesie op de injectieplaats met frequentie ‘niet bekend’.
  • Epinastine. Toevoeging van de bijwerking overgevoeligheidsreactie inclusief symptomen of tekenen van oculaire allergie en extra-oculaire allergische reacties, zoals angio-oedeem, huiduitslag en roodheid als ook oog zwelling en / of ooglidoedeem met de frequentie 'niet bekend'.
  • Morfine. Toevoeging van informatie over het risico op acuut chest syndroom (ACS) bij patiënten met sikkelcelziekte. Toevoeging van informatie over de risico’s op bijnierinsufficiëntie, hypogonadisme (een tekort aan geslachtshormonen) en hyperalgesie. Toevoeging van informatie over het risico van gelijktijdig gebruik met rifampicine. Toevoeging van informatie over het risico van gelijktijdig gebruik met sedatieve geneesmiddelen zoals benzodiazepinen. Toevoeging van de bijwerkingen anafylactische reactie, angst en dysforie (als symptomen van ontwenning van het geneesmiddel), hyperhidrose, droge mond, afhankelijkheid, ontwenningssyndroom, allodynie en hyperalgesie. Toevoeging van informatie over het risico op beschadiging van de chromosomen en verminderde vruchtbaarheid. Toevoeging van informatie over het risico op het ontstaan van neonataal abstinentiesyndroom bij pasgeborenen van moeders die worden behandeld met opioïden. Toevoeging van een waarschuwing over de mogelijke gevolgen van overdosering (overlijden en aspiratiepneumonie). Verduidelijking van de informatie over het optreden van ontwenningsverschijnselen bij abrupt staken van de behandeling, het risico op lichamelijke afhankelijkheid bij langdurig gebruik, en het risico op misbruik.
    Voor morfine bevattende geneesmiddelen voor injectie/infusie wordt informatie toegevoegd met betrekking tot de onverenigbaarheid met 5-fluorouracil (er ontstaat in dat geval neerslagvorming).
  • Treprostinil. Toevoeging van de bijwerking 'pijn in de extremiteiten' met frequentie ‘vaak’ . Toevoeging van de bijwerking 'high-output hartfalen' met frequentie niet bekend.

Meer informatie over de vastgestelde teksten voor de productinformatie van bovengenoemde producten en het tijdschema van de implementatie worden gepubliceerd op de website van het Europees geneesmiddelenagentschap EMA.

Geneesmiddelen met rifampicine
In het kader van de PSUSA-uitkomst voor morfine heeft de PRAC geoordeeld dat het risico van gelijktijdig gebruik van morfine en rifampicine ook moet worden opgenomen in de productinformatie van geneesmiddelen die rifampicine bevatten. De te implementeren bewoording is gepubliceerd in het CMDh persbericht

Combinatieproducten met atorvastatine
In het kader van de PSUSA-uitkomst voor atorvastatine, heeft de PRAC geoordeeld dat het verhoogde risico op myopathie door gelijktijdig gebruik met elbasvir/grazoprevir of glecaprevir/pibrentasvir ook moet worden opgenomen in de productinformatie van combinatieproducten (‘fixed dose’ combinaties) met atorvastatine. Hiervoor gelden dezelfde tijdslijnen als voor de implementatie van de uitkomst van de PSUSA voor atorvastatine.

CMDh heeft ook de volgende aanbevelingen gedaan:

  • PSUR-vervolgprocedure (PSUFU) voor geneesmiddelen die atorvastatine bevatten

Op  basis van de PSUSA-uitkomst voor atorvastatine heeft de CMDh, op aanbeveling van de PRAC, besloten een PSUR follow-up procedure (PSUFU) te starten voor het nader beoordelen van het risico op Systemische Lupus Erythematodes (SLE) / en spierruptuur.

Duitsland is Lead Member State, het procedurenummer is DE/H/PSUFU/00010347/201710.

Meer informatie over de PSUFU-procedure is te vinden in het guidance document dat gepubliceerd is op de CMDh website onder 'Pharmacovigilance, PSUR'.

Deze onderwerpen zijn besproken in de bijeenkomst van de CMDh (Co-ordination group for Mutual recognition and Decentralised procedures human) van 25-27 juni 2018.

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is in dit Europese orgaan vertegenwoordigd.