CBG-Wetenschapsdag: vrouwen goed vertegenwoordigd in klinisch geneesmiddelenonderzoek

Er doen voldoende vrouwen mee in klinische onderzoeken voor geneesmiddelenregistratie. Soms wordt er een (klein) verschil in effect van geneesmiddelen bij vrouwen en mannen vastgesteld. Deze verschillen zijn echter zijn niet zo groot dat vrouwen een andere dosering moeten krijgen. Hierover sprak dr. Christine Gispen (CBG) tijdens de CBG-Wetenschapsdag van 8 februari 2018 met het thema ‘Is drug treatment gender neutral? Gender during the drug life-cycle’. Gispen deed onderzoek naar recente registraties van geneesmiddelen.

Panel met van links naar rechts dr. Irene van der Horst-Bruinsma, prof. dr.ir. Eric Boersma, dr. Christine Gispen en dr. Sieta de Vries.

Het onderzoek beperkte zich tot geneesmiddelenregistraties van vier ziektedomeinen, waaronder infectieziektes en hart- en vaatziekten. Voor sommige ziektegebieden, zoals hepatitis C en trombose, nemen meer vrouwen deel aan klinische studies dan mannen. Bij geneesmiddelenonderzoeken voor ziekten aan hart- en bloedvaten en schizofrenie zijn meer mannen betrokken.

Genetische aanleg en leeftijd

Het is bij geneesmiddelenonderzoek belangrijker te kijken of de groep proefpersonen voldoende overeenkomt met de patiëntengroep, dan of er een gelijk aantal mannen en vrouwen meedoet, stelt prof. dr.ir. Eric Boersma (Erasmus MC en CBG Collegelid). Leeftijd en genetische aanleg spelen een grote rol bij ziekten en kunnen mogelijk de werking van geneesmiddelen beïnvloeden. Boersma stelt voor alleen extra onderzoek te doen naar een mogelijk ander effect van geneesmiddelen op gender als er duidelijke aanwijzingen zijn dat er verschillen te verwachten zijn in het ziektebeeld.

Verdieping nodig

Een beter begrip van genderverschillen is belangrijk om diagnose- en behandelopties voor zowel mannen als vrouwen te bevorderen. Bepaalde reumatische aandoeningen en migraine zijn voorbeelden van ziekten die vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen. Uit onderzoek van dr. Irene van der Horst-Bruinsma (VUmc) blijkt dat vrouwen bij sommige reumatische aandoeningen minder goed reageren op de voorgeschreven geneesmiddelen dan mannen. Er is verder onderzoek nodig om de oorzaak te achterhalen. Onderzoek in registratiedossiers kan hier mogelijk aan bijdragen. Ook bij migraine is verdiepingsonderzoek wenselijk, vindt dr. Antoinette Maassen van den Brink (Erasmus MC). Bijvoorbeeld naar migraine in combinatie met de gezondheidssituatie van vrouwen op gebied van hart- en bloedvaten en hormoonschommelingen.

Dr. Antoinette Maassen - van den Brink (Erasmus MC)

Verder onderzoek nodig

Vrouwen melden gemiddeld wel meer bijwerkingen dan mannen, maar dit lijkt in de placebogroepen ook het geval te zijn. Uit het onderzoek van dr. Sieta de Vries (UMCG) komt eveneens naar voren dat vrouwen vaker spontaan klachten melden bij bijwerkingencentrum Lareb. Om te achterhalen of bijwerkingen echt vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen, is verder onderzoek nodig volgens Gispen en De Vries. Het is belangrijk dat zorgprofessionals, farmaceutische bedrijven en registratieautoriteiten zich bewust zijn van een mogelijke andere werking van geneesmiddelen bij mannen en vrouwen. Zeker nu vaker blijkt dat het ziektebeeld bij mannen en vrouwen verschillend kan zijn. Dat geldt ook voor het effect van leeftijd bij geneesmiddelen.