wat zijn de richtlijnen voor site clearance?

Bij de behandeling van een registratieaanvraag wordt door het College, in samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, beoordeeld of elke site waar van toepassing over de vereiste vergunning beschikt, en of deze voldoet aan een adequate standaard van Good Manufacturing Practices (GMP). Na een positieve beoordeling wordt een site vrijgegeven voor de betreffende registratieaanvraag. Dit wordt aangeduid met de term site clearance.

Site clearance is van toepassing op elke registratieaanvraag voor een farmaceutisch product, en op elke aanvraag tot wijziging of toevoeging van een site. Site clearance is echter niet van toepassing op registratieaanvragen voor parallelimportproducten en afgeleide registraties. Bij parallelimportproducten is site clearance uitgevoerd door de lidstaat van waaruit het betreffende product wordt geïmporteerd. Bij afgeleide registraties is de site clearance afgedekt door de registratie van het oorspronkelijke product (daar het hier om het identieke product gaat, kunnen de fabrikant(en)/productie/vrijgiftelocatie(s) ook niet van elkaar afwijken).

Clearance van een bepaalde site is ondermeer gekoppeld aan een toedieningsvorm (eventueel gekoppeld aan het werkzaam bestanddeel, bijvoorbeeld penicillines). In het algemeen zal worden beoordeeld of de betreffende site over de vereiste vergunning beschikt voor de productie van de toedieningsvorm van het product waarvoor registratie wordt aangevraagd. Sommige landen geven vergunningen af waarin wordt verwezen naar een of meerdere bijlagen waarop de producten of farmaceutische vormen zijn vermeld waarop de vergunning van toepassing is. In dergelijke gevallen is het derhalve van belang dat deze bijlagen integraal in het registratiedossier zijn opgenomen. 

De site clearance betreft in eerste instantie de algemene GMP status van de fabrikant. Daarnaast kan het College de Inspectie voor de Gezondheidszorg verzoeken om productspecifieke inspectiegegevens, bijvoorbeeld indien er sprake is van parametrische vrijgifte. Dit kan leiden tot het uitvoeren van een productgerichte inspectie door de inspectiedienst van de verantwoordelijke lidstaat.

Bij een registratieaanvraag volgens de Wederzijdse Erkenningsprocedure of Decentrale Procedure waarbij Nederland Concerned Member State (CMS) is, zal in het algemeen de site clearance die is gegeven door de Reference Member State (RMS) worden erkend. Wel dienen kopieën van de betreffende vergunningen in het dossier aanwezig te zijn.

Procedures diverse sites
Alle fabrikanten en locaties die betrokken zijn bij de productie van een farmaceutisch product horen bij een registratieaanvraag te worden opgegeven in Module I Administrative information / Application Form (het oude Deel IA van het registratiedossier). Onder productie worden hier niet alleen alle (deel)bewerkingen bij de bereiding van het eindproduct inclusief verpakking en etikettering verstaan, maar ook de controles daarop en de uiteindelijke vrijgifte van elke partij binnen de Europese Economische Ruimte (EER; dit zijn de landen van de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).

Elke fabrikant/productie-/vrijgiftelocatie binnen de EER, en in landen waarmee de EU een operationeel Good Manufacturing Practices (GMP) Mutual Recognition Agreement (MRA) heeft, dient onder andere over een fabricagevergunning te beschikken en te voldoen aan de GMP-richtsnoeren. Voor elke site in één van deze landen vormt een kopie van de vergunning (als bijlage in annex 6.6 van het application form) een onderdeel van het dossier. Voor sites in overige landen behoeft geen vergunning in het dossier te worden opgenomen, aangezien dergelijke vergunningen in de EU niet worden erkend. Vanzelfsprekend dienen dergelijke sites wel te voldoen aan de GMP-richtsnoeren.

Site gelegen in Nederland
Aan de hand van de overgelegde vergunning wordt beoordeeld of de site de aangevraagde toedieningsvorm mag produceren. Voorts wordt, zo nodig in overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, beoordeeld of de GMP-status van de betreffende site voldoende is. In het algemeen wordt in Nederland geen termijn van geldigheid op de vergunning vermeld. Met name indien een procedure van Wederzijdse Erkenning of Decentrale Procedure gestart gaat worden met Nederland als RMS, dient er een recente vergunning (met Engelse vertaling) of een recente GMP-verklaring of “Statement on a Manufacturing License” te worden overgelegd. Dit is een Engelstalig document dat de Inspectie op verzoek van een firma opstelt.

Site gelegen buiten Nederland, maar binnen de EER
De vergunningen uit deze landen worden erkend. Vrijgiftefabrikanten uit alle EER landen mogen vrijgifte uitvoeren voor de andere landen van de EER. Inspecties die zijn verricht door een van de landen uit de EER buiten het grondgebied van de EER worden eveneens erkend.

Aan de hand van de overgelegde vergunning wordt beoordeeld:

  • of de site de aangevraagde toedieningsvorm mag produceren,
  • of de vergunning nog geldig is, 
  • of de GMP-status van de betreffende site ten tijde van het indienen van de registratieaanvraag door de bevoegde inspectiedienst recent (<3 jaar) als voldoende is beoordeeld.

Niet in alle landen worden regelmatig vernieuwde vergunningen verstrekt. In geval op de vergunning van een site geen uiterste geldigheidsdatum is vermeld en deze langer dan 3 jaar geleden is verstrekt of hernieuwd, dient een recent GMP-certificaat (<3 jaar) of een recent Certificate of Pharmaceutical Product volgens het WHO-model (< 3 jaar) bij de aanvraag in het dossier te worden opgenomen.
Indien de overgelegde informatie onvoldoende wordt geacht, kan het noodzakelijk zijn dat via de Inspectie voor de Gezondheidszorg aanvullende gegevens worden opgevraagd bij de bevoegde inspectiedienst van het betreffende land.

Site gelegen in een MRA-land
MRA-landen zijn: Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland. Vergunningen en inspecties door de bevoegde inspectiediensten van de MRA-landen worden erkend, echter, alleen indien de geïnspecteerde site op het grondgebied van het MRA-land zelf ligt. Een inspectie buiten het eigen grondgebied wordt niet erkend. Voor MRA-landen is er geen na-analyse van de monsters nodig als het testende laboratorium in het MRA-land ligt. Vrijgifte moet echter altijd gebeuren in een land van de EER.

Site gelegen buiten de EER en buiten MRA-landen
Aangezien vergunningen en GMP-certificaten uit deze landen niet worden erkend, zal door de Inspectie voor de Gezondheidszorg worden nagegaan of de betreffende site recent is geïnspecteerd door de bevoegde inspectiedienst van een van de lidstaten van de EER, en of deze inspectie betrekking had op het product, althans de farmaceutische vorm, waarvoor registratie wordt aangevraagd. Indien dit het geval is, kan site clearance worden afgegeven op basis van het samenvattend inspectieverslag. In andere gevallen zal de site vóór registratie moeten worden geïnspecteerd, in principe door de bevoegde inspectiedienst van het land waar het farmaceutisch product in de EER wordt geïmporteerd, d.w.z. het land waar de uiteindelijke vrijgifte plaatsvindt.

De site clearance procedure kan door de registratieaanvrager worden versneld door het samen met de aanvraag inzenden van gegevens die betrekking hebben op een recente inspectie door de inspectiedienst van een van de lidstaten van de EER.

Niet eerder geïnspecteerde site
De registratieaanvrager kan het College verzoeken om een inspectie te organiseren voor een site die nog niet eerder is geïnspecteerd door een bevoegde inspectiedienst van een van de landen van de EER. Een dergelijk verzoek dient aan het College gericht te zijn. Tevens dient de firma te verklaren dat de firma alle kosten die met de inspectie gemoeid zijn, op zich zal nemen. Geadviseerd wordt dat de firma dit verzoek zo snel mogelijk bij het College indient, aangezien er maanden overheen kunnen gaan alvorens een site door de inspectie is bezocht en in orde bevonden. Met name bij variaties (type I-variaties) dient de firma derhalve al geruime tijd voor indiening van de variatie contact op te nemen met het College.

Vergunningen
Vergunningen of Good Manufacturing Practices (GMP)-certificaten mogen niet ouder zijn dan 3 jaar. Dit geldt ook voor sites buiten de EER (en niet gelegen in een MRA-land), waar een inspectie langer dan 3 jaar geleden door een EER-land is verricht.

Indien de overgelegde vergunning of het GMP-certificaat ouder is dan 3 jaar, maar minder dan 5 jaar, wordt de aanvraag niet “invalid” verklaard, maar de aanvrager wordt wel verzocht een recenter exemplaar in te dienen.

Het College accepteert documentatie in het Nederlands, Engels, Duits en Frans. Vergunningen die in een andere taal zijn gesteld, dienen vergezeld te gaan van een officiële vertaling in een van de genoemde talen.



GMP voor grondstoffen
Sinds 1 november 2005 geldt dat actieve bestanddelen, of ze nu binnen de EER of buiten de EER zijn gefabriceerd, volgens de GMP voor grondstoffen (Good Manufacturing Practices for Active Pharmaceutical Ingredients) moeten zijn gefabriceerd.

Bij iedere aanvraag, of variatie voor toevoeging of verandering van grondstofleverancier is het noodzakelijk dat de aanvrager verklaringen bijvoegt dat het actieve bestanddeel gefabriceerd wordt volgens de GMP voor grondstoffen.



Terug