wat zijn de richtlijnen betreffende parallelimport?
Het
beleidsdocument dat betrekking heeft op parallelimport is in
september 2011
herzien.
Relevante formulieren zijn: vergelijkingsformulier,
aanvraag tot inschrijving parallelimport, verklaring bij een
bijsluiter van een parallelimport, verklaring lidstaat van
herkomst parallelimport.
Wat is parallelimport?
Parallelimport is het importeren, en vervolgens in Nederland in
de handel brengen, van een elders in de Europese Unie (EU) of
Europese Economische Ruimte (EER) geneesmiddel waarvoor een
handelsvergunning is verleend, terwijl voor dit geneesmiddel ook
reeds in Nederland een handelsvergunning is verleend. Een
parallelimporteur kan dit doen vanwege economische redenen (prijs
geneesmiddel lager in de andere lidstaat). Om een
parallel-geïmporteerd geneesmiddel in de handel te mogen brengen,
is een parallelhandelsvergunning nodig. De parallelimporteur kan
een aanvraag voor zo'n parallelhandelsvergunning doen bij het
CBG.
Juridische grondslag
Parallelimport is geregeld in artikel 48 Geneesmiddelenwet (Gnw). Een
parallelimporteur betrekt een product uit de groothandel in de
lidstaat van waaruit het product in Nederland wordt
ingevoerd.
De Gnw (artikel 48) legt de voorwaarden voor het parallel
importeren van geneesmiddelen waarvoor reeds in Nederland een
handelsvergunning is verleend vast. Een persoon in Nederland, die
een farmaceutisch product zoals het in een andere lidstaat van de
EU of EER in de handel is gebracht vanuit die lidstaat wenst te
betrekken, kan op zijn verzoek door het College een
parallelhandelsvergunning verleend krijgen.
Krachtens artikel 48 geldt de inschrijving van het parallel te
importeren geneesmiddel voor dezelfde indicaties,
contra-indicaties, bijwerkingen, dosering, wijze van gebruik en
wijze van toediening als die van het geneesmiddel waarvoor in
Nederland reeds een handelsvergunning is verleend (het
referentiegeneesmiddel) . Dit heeft tot gevolg dat ook de
bijsluiter van het parallel te importeren product voor wat betreft
deze begrippen gelijkluidende informatie dient te bevatten. Ook
vanuit het belang van de volksgezondheid is zo'n situatie gewenst,
aangezien voorschrijvers en gebruikers mogen verwachten voor het
parallel geïmporteerde product en voor het oorspronkelijke product
dezelfde informatie te ontvangen.
De volgende conclusies zijn van kracht:
- De inschrijving van een parallel te importeren product
geschiedt onder de conditie dat de bijsluiter wat betreft de
rubrieken indicaties, contra-indicaties, bijwerkingen, dosering,
wijze van gebruik en wijze van toediening woordelijk gelijk is aan
die van het oorspronkelijke product.
- De aanvrager van inschrijving van het parallel te importeren
product dient ten behoeve van het archief een bijsluiter te
overleggen die aan het hierboven vermelde punt 1 voldoet.
- Na het verlenen van de parallelhandelsvergunning dient de
houder van de parallelvergunning regelmatig na te gaan of de
bijsluiter moet worden aangepast aan die van het oorspronkelijke
product. Het College zal daarbij van dienst zijn door de houder van
de parallelhandelsvergunning op de hoogte te brengen zowel van
belangrijke wijzigingen in de goedgekeurde Samenvatting van de
productkenmerken van het oorspronkelijke product. Een aangepaste
bijsluiter dient ten behoeve van het archief te worden
overgelegd.
Beoordeling
Tijdens de behandeling van een aanvraag voor een
parallelhandelsvergunning wordt beoordeeld of het parallel in te
voeren product niet verschilt van het Nederlandse
referentiegeneesmiddel wat betreft veiligheid en werkzaamheid; het
parallelproduct dient uitwisselbaar te zijn met het Nederlandse
referentiegeneesmiddel. Hierbij zijn de volgende
beoordelingscriteria van belang:
- De aanvrager moet een geneesmiddel aanwijzen waarvoor in
Nederland een handelsvergunning is verleend (het
referentiegeneesmiddel) Dit Nederlandse referentiegeneesmiddel moet
een geldige handelsvergunning hebben op het moment van aanvraag van
het parallelimportproduct.
- De kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling wat betreft
werkzame bestanddelen van het parallel in te voeren product moet
gelijk zijn aan die van het Nederlandse
referentiegeneesmiddel.
- De kwalitatieve samenstelling voor wat betreft de hulpstoffen
moet gelijk, hetzij nagenoeg gelijk zijn.
- De farmaceutische vorm van het parallel in te voeren product
moet gelijk zijn aan die van het Nederlandse
referentiegeneesmiddel.
- De te importeren verpakkingsgrootte dient bij voorkeur gelijk
te zijn als die goedgekeurd voor het Nederlandse
referentiegeneesmiddel; dit geldt met name voor
zelfzorggeneesmiddelen. Een afwijkende verpakkingsgrootte is alleen
acceptabel, indien deze binnen dezelfde afleverstatus valt en
indien hetzelfde doseringsschema (behandelduur) gevolgd kan worden
als goedgekeurd voor het Nederlandse
referentiegeneesmiddel.
Voor meer informatie over de beoordeling wordt verwezen naar het
Beleidsdocument
Parallelimport Registratie MEB 14-3.1.
Aanvraagformulier
Teneinde de verlening van de handelsvergunning voor een parallel
te importeren producten te bespoedigen heeft het College een
aanvraagformulier opgesteld. Dit formulier dient te worden
gebruikt bij iedere aanvraag tot inschrijving van een parallel te
importeren geneesmiddel.
RVG nummer
Producten waarvoor een parallelhandelsvergunning is verleend
krijgen een volgend registratienummer: RVG2//RVG1, waarbij RVG2 een
uniek nummer voor de betreffende parallelhandelsvergunning is en
RVG1 het registratienummer van het oorspronkelijke product.
Octrooi of aanvullend beschermingscertificaat
Degene die een geneesmiddel parallel wil invoeren in een
lidstaat waar een octrooi of een aanvullend beschermingscertificaat
geldt, dient aan de autoriteit die bevoegd is een vergunning tot
parallelinvoer te verlenen, in de vergunningaanvraag aan te tonen
dat de houder van het octrooi of het aanvullend
beschermingscertificaat, of zijn begunstigde, ten minste een maand
voor de vergunningverlening in kennis is gesteld van zijn voornemen
tot parallelinvoer. Het College zal bij de aanvraag van een
vergunning voor parallelimport van een geneesmiddel afkomstig uit
Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slowakije, Slovenië
of Tsjechië om een ingevulde en ondertekende verklaring (verklaring
lidstaat van herkomst parallelimport) vragen en er dient een kopie
van de kennisgeving aan de houder van het octrooi of het aanvullend
beschermingscertificaat bij de aanvraag te worden gevoegd. Het
model voor de ‘verklaring lidstaat van herkomst parallelimport’
vindt u in het hiernaast staande overzicht van documenten.
Deze registratieprocedure voor parallelimportproducten geldt
niet voor geneesmiddelen met een zogenaamde communautaire
handelsvergunning, dat wil zeggen een handelsvergunning afgegeven
door de Europese Commissie geldend in de gehele Europese Unie.
Voor vragen over parallelimport kunt u contact opnemen met
het hoofd van de desbetreffende
Farmaco Therapeutische groep.