wat zijn de richtlijnen voor geneesmiddelen met een bekend werkzaam bestanddeel?
Van een bekend werkzaam bestanddeel is sprake als de werkzame
stof van het geneesmiddel al eerder is verwerkt in een ander
geneesmiddel waarvoor in de EU/EER een handelsvergunning is
verleend.
Bij een bekende werkzame stof hoeven onder voorwaarde geen
testresultaten van preklinische proeven en klinische proeven van
het geneesmiddel overgelegd te worden in het dossier. In dat geval
dient wel aangetoond te worden dat het geneesmiddel
'generiek' is ten opzichte van een referentiegeneesmiddel. Voor
dit referentiegeneesmiddel geldt dat sinds ten minste acht jaar in
de EU/EER een handelsvergunning is verleend.
Een generiek geneesmiddel is een geneesmiddel met dezelfde
kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling aan werkzame stoffen en
dezelfde farmaceutische vorm, waarvan bio-equivalentie met het
referentiegeneesmiddel is aangetoond.
De verschillende zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van
isomeren, complexen en derivaten van een werkzame stof worden
beschouwd als dezelfde werkzame stof, tenzij de eigenschappen
daarvan aanzienlijk afwijken wat betreft veiligheid of
werkzaamheid. In dat geval moet de aanvrager aanvullende gegevens
verstrekken om aan te tonen dat de verschillende zouten, esters of
derivaten van een toegelaten werkzame stof wel degelijk veilig
en/of effectief zijn. De verschillende orale farmaceutische vormen
voor directe vrijgifte worden beschouwd als één farmaceutische
vorm.
Onderzoek naar de biologische beschikbaarheid hoeft niet te worden
geëist van de aanvrager, als deze kan aantonen dat het generieke
geneesmiddel aan de in de passende gedetailleerde richtsnoeren
omschreven relevante criteria voldoet.
Overigens geldt nog dat een dergelijk generiek geneesmiddel niet
vóór het verstrijken van een periode van tien jaar volgend op het
verlenen van de oorspronkelijke vergunning voor het
referentiegeneesmiddel in de handel mag worden gebracht. Een
uitzondering op het bovenstaande geldt als de houder van de
handelsvergunning toestemming heeft verleend, om bij de behandeling
van een volgende aanvraag voor een geneesmiddel met dezelfde
kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling aan werkzame stoffen en
met dezelfde farmaceutische vorm, gebruik te maken van de de
farmaceutische, preklinische en klinische documentatie uit het
dossier van het eerste geneesmiddel.
Als een geneesmiddel niet voldoet aan de definitie van generiek
geneesmiddel of de bio-equivalentie niet via bio-equivalentiestudie
kan worden aangetoond of de werkzame stof(fen), de therapeutische
indicaties, de sterkte, de farmaceutische vorm of de wijze van
toediening wordt gewijzigd ten opzichte van het
referentiegeneesmiddel, dan moeten voor de ten opzichte van het
referentieproduct afwijkende aspecten resultaten van preklinische
of klinische proeven worden overgelegd in het dossier.