registratie via nationale procedure
Als de Nationale Procedure wordt gevolgd, is de verstrekte
handelsvergunning uitsluitend geldig voor Nederland. De
handelsvergunning wordt door het CBG afgegeven. Bovendien is deze
handelsvergunning niet gebaseerd op erkenning van een andere
handelsvergunning voor hetzelfde product, afkomstig van een
beoordelingsautoriteit uit een andere Lidstaat van de EU/EER. Het
geneesmiddel met het betreffende dossier komt dus alleen in
Nederland op de markt.
De Nationale Procedure kan ook gevoerd worden als eerste fase van een Wederzijdse
Erkenningsprocedure, wanneer Nederland als referentieland (RMS:
reference member state) optreedt in laatstgenoemde procedure.
Een Nationale Procedure is niet in alle gevallen mogelijk. Als
het geneesmiddel valt in de categorie waarvoor verplicht een
Centraal Europese procedure moet
worden gevolgd, geldt deze procedure. Ook wanneer het
geneesmiddeldossier van dezelfde aanvrager al in één van de
andere Lidstaten van de EU/EER een handelsvergunning heeft
verkregen, of er met het geneesmiddeldossier van dezelfde
aanvrager al een aanvraag voor een handelsvergunning in één van
de andere Lidstaten van de EU/EER in behandeling is, is een
Nationale Procedure niet mogelijk. In laatstgenoemd geval is een
Wederzijdse erkenningsprocedure
verplicht.
Registreren van een product
Voor het volgen van een Nationale Procedure moet een
registratiedossier worden ingediend bij het CBG. Van het
geneesmiddel wordt de balans werkzaamheid/ schadelijkheid opgemaakt
door het CBG. Het CBG heeft maximaal 210 dagen om tot een
eindoordeel te komen. Deze periode mag worden onderbroken om de
firma in de gelegenheid te stellen vragen te beantwoorden. Ook
bestaat de mogelijkheid voor een firma een mondelinge toelichting
te geven bij het ingediende dossier. Bij een positief oordeel wordt
tijdens de afgifte van de handelsvergunning ook de Samenvatting van productkenmerken, de
patiëntbijsluiter en de verpakkingstekst (inclusief lay out)
vastgelegd. De afgifte van de nationale handelsvergunningen
wordt bijgehouden in een register voor geneesmiddelen.
Geneesmiddelen die via de Nationale Procedure een handelsvergunning
hebben verkregen, dienen op de verpakking het nationale nummer van
de handelsvergunning te dragen dat begint met ‘RVG’. Overigens
geldt dat ook de geneesmiddelen die via de Wederzijdse
Erkenningsprocedure of de decentrale procedure zijn geregistreerd,
een dergelijk ‘RVG-nummer’ dragen. Voor relevante wetgeving wordt
verwezen naar de Geneesmiddelenwet.
Aan het in te dienen registratiedossier voor Nationale
Procedures worden verschillende eisen gesteld afhankelijk van de
aard de procedure. Zo is de Nationale Procedure uitgesplitst in
aanvragen voor:
Het door het CBG gehanteerde beleid ten aanzien van aanvragen
voor een handelsvergunning is vastgelegd in een serie
beleidsdocumenten. Deze zijn te vinden onder Richtlijnen en Aanleverspecificaties dossier.
Voor dossier-eisen te stellen aan dossiers voor geneesmiddelen met
een nieuw werkzaam bestanddeel, wordt tevens verwezen naar de
betreffende Europese 'Guidelines'. Deze zijn te vinden op de
website van de Europese Commissie.