nieuw actualisatieprogramma: risicogestuurd beoordelen
Van september 2004 tot september 2008 heeft een project gelopen
waarbij dossiers van vóór 1980 zijn geactualiseerd. Per 2011 is een
nieuw actualisatieprogramma gestart. Met dit nieuwe programma geeft
het College invulling aan de ambitie om registratiedossiers
risicogestuurd te beoordelen. Het uitgangspunt hierbij is dat de
beschikbare middelen en capaciteit vooral worden besteed aan het
actualiseren van dossiers van geneesmiddelen die als ‘riskant’ voor
de patiënt en volksgezondheid worden beschouwd. Dit impliceert dat
het College zich niet tot nationale registraties zal beperken, maar
ook het initiatief zal nemen tot actualisatie van producten die via
MRP-, DCP- of centrale procedures zijn geregistreerd.
Stoffen / producten worden geselecteerd op basis van de volgende
risicocriteria:
- hoog gebruik in Nederland;
- veel verschillende registratiehouders/fabrikanten;
- oudheid van de dossiers (en geen harmonisatie voorzien);
- gebruik in bijzondere doelgroepen;
- bijzondere toedieningsvorm;
- zelfzorggebruik.
In een eerste actualisatieronde worden een zestal
stoffen/producten opgenomen. Voor Ibuprofen, Metoprolol,
Dextrometorfan en antithrombotica (Acetylsalicylzuur en
Carbasalaatcalcium) worden registratiehouders gevraagd de
productinformatie te actualiseren. Voor Doxycycline en Pregnyl
worden registratiehouders gevraagd zowel de productinformatie als
het kwaliteitsdossier te actualiseren. De eerste tranche van zes
stoffen / producten worden geëvalueerd t.b.v. het vervolg van het
actualisatieprogramma in de komende jaren.
Na 1 juli 2011 kunnen registratiehouders voor de genoemde stoffen /
producten brieven verwachten met het verzoek dossieronderdelen te
actualiseren door het op de gebruikelijke wijze indienen van één of
meerdere variaties, conform de variatierichtlijn. Per stof /
product zal één casemanager als aanspreekpunt voor de actualisatie
fungeren. De verschillende variaties die onderdeel uitmaken van de
actualisatie, kunnen door verschillende casemanagers worden
behandeld. Voor deze actualisatie wordt van registratiehouders de
volgende werkwijze verwacht:
- U wordt verzocht het dossier te actualiseren via het insturen
van één of meerdere variaties conform de huidige
variatierichtlijn.
- Deze variaties dienen op gebruikelijke wijze ingediend te
worden bij het CBG. De variaties zullen onder nieuwe en aparte
zaken in behandeling worden genomen.
- In de aanbiedingsbrief (en het variatie applicatie formulier)
van elke variatie dient u te vermelden dat deze variatie onderdeel
is van een actualisatieproject op verzoek van het College en,
indien van toepassing, een opsomming te geven van de parallel
ingestuurde variaties.
- De variaties die nodig zijn om het dossier te actualiseren
dienen los van elkaar ingestuurd te worden, met een eigen
aanbiedingsbrief en een eigen set van onderliggende
documentatie.
- Daarnaast wordt u verzocht om binnen een maand na ontvangst van
het actualisatieverzoek een overzicht te geven van welke variaties
voor dit actualisatieproject ingestuurd zullen worden. Dit
overzicht dient u per e-mail te sturen naar het e-mailadres
case@cbg-meb.nl onder vermelding van
het zaaknummer van de actualisatiezaak in het onderwerp van uw
e-mail. Voor de goede orde, het actualisatiezaak-nummer is een
intern nummer dat wij gebruiken om toezicht op de voortgang van de
actualisatie te houden.
- Een update van de productinformatie dient binnen 3 maanden na
ontvangst van het actualisatieverzoek te zijn ingediend. Voor een
update van het kwaliteitsdossier én de productinformatie geldt een
termijn van 6 maanden. Indien u niet binnen deze gestelde termijn
kunt reageren, wordt u verzocht contact op te nemen met de
contactpersoon van het desbetreffende actualisatie
project.
In de brieven aan de firma’s worden per RVG-nummer nadere
aanwijzingen voor de actualisatie opgenomen. Zo zal bijvoorbeeld in
bepaalde gevallen een integraal tekstvoorstel voor de
productinformatie worden gedaan, waarvan alleen beargumenteerd
afgeweken kan worden. Bij het opstellen van de brieven en het
beoordelen van de variaties volgt het CBG ondermeer onderstaande
punten.
Productinformatie
- De SmPC dient te zijn opgesteld conform de vigerende
QRD-template, waarbij alle rubrieken en subrubrieken moeten zijn
ingevuld. De omschrijving “geen gegevens bekend” is niet
toelaatbaar, met name niet voor adviezen rond vruchtbaarheid,
zwangerschap en lactatie, daarnaast geldt dit ook voor overdosering
of dosering bij risicogroepen.
- Het is niet de bedoeling dat bestaande claims (indicaties,
werkingsmechanisme, etc.) opnieuw worden bewezen.
- Voor 5.1 van antibiotica is het van belang dat de bestaande
gegevens over resistentie en gevoeligheid wel onderbouwd worden.
Dus hiervoor geldt niet alleen onderbouwen van nieuwe
informatie.
- Nieuwe, aanvullende informatie (bijv. nieuwe interacties,
gegevens over overdosering, etc.) of het eventueel verminderen of
weglaten van informatie dient te zijn onderbouwd. De aanvullende
informatie die nodig is voor de onderbouwing dient te zijn
opgenomen in de desbetreffende module.
- De productspecifieke Notes for Guidance, zoals opgesteld door
de CHMP dienen in acht te worden genomen.
- Ten aanzien van de bijwerkingen rubriek 4.8 kan het volgende
worden opgemerkt:
-
- Informatie over de frequentie van bijwerkingen dient in de SPC
vermeld te worden.
- Eventuele PSURs kunnen worden gebruikt ter onderbouwing.
- Informatie vanuit de 'Core Safety Information-sheet' is
minimaal vereist en zonder meer aanvaardbaar.
- MedDRA terminologie dient gebruikt te
worden.
- Bijsluiters van geactualiseerde generieke geneesmiddelen moeten
gelijkluidend zijn aan die van de innovator.
- De beoordeling van bijsluiters vindt plaats conform het
vigerend beleidsdocument.
- Indien de bijsluiter inhoudelijk volledig is herschreven dient
eveneens een leesbaarheidstest uitgevoerd te worden (indien
mogelijk is bridging ook toegestaan). Voor wanneer wel/niet een
leesbaarheidstest nodig is, wordt tevens verwezen naar de
desbetreffende Question&Answer op de HMA site waarin dit staat
beschreven.
- Indien voor een bepaald werkzaam bestanddeel en farmaceutische
vorm recent een SmPC is vastgesteld via een artikel 30 referral,
paediatric worksharing, CSP of pharmacovigilance aanbeveling wordt
deze productinformatie in principe beschouwd als basis voor de te
actualiseren productinformatie van het desbetreffende geneesmiddel.
Daarnaast kan worden gerefereerd aan teksten voortkomend uit
MRP/DCP met Nederland als RMS of CMS. Afwijkingen van een door het
CBG voorgestelde tekst moeten worden onderbouwd door de firma,
waarbij ook verwezen kan worden naar eerder overgelegde gegevens
(bijvoorbeeld indien in Nederland een extra indicatie is
toegestaan, welke in de Europese procedure niet is aangevraagd).
Wanneer de rubrieken 4.1 t/m 5.3 integraal worden overgenomen uit
een Europese tekst behoeft geen Module 5 te worden overgelegd.
Opmerking: recent vastgestelde teksten kunnen niet automatisch als
geactualiseerde teksten beschouwd worden, aangezien er sprake kan
zijn van aanpassing van enkele rubrieken waarbij andere rubrieken
van de productinformatie niet beoordeeld zijn.
Chemisch-farmaceutische informatie
- Het dossier dient volgens CTD-format te worden ingediend.
- Het dossier moet de actuele situatie beschrijven: er dient door
de firma gedetailleerd commentaar op wijzigingen ten opzichte van
het oude dossier te worden geven, met name waar het gaat om
wijzigingen in samenstelling en/of bereiding en de consequenties
daarvan voor de biologische beschikbaarheid en
bio-equivalentie.
- Daar waar normaliter informatie wordt verwacht, wordt
argumentatie verwacht als de informatie niet wordt overgelegd.
- Gegevens die alleen zinvol zijn voor nieuwe producten (bijv.
pharmaceutical development, versneld houdbaarheidsonderzoek, etc.)
zijn niet noodzakelijk.
- Volledige wetenschappelijke gegevens over het werkzaam
bestanddeel zijn noodzakelijk bijv. in de vorm van een Drug Master
File; indien het bestanddeel beschreven is in de Ph.Eur. heeft een
Certificate of Suitability een duidelijke voorkeur.
- De specificaties voor het eindproduct behoeven mogelijk
uitbreiding. Ze moeten worden onderbouwd met analyseresultaten. De
geschiktheid van de gewijzigde specificaties of analysemethoden
dienen te worden besproken.
- Nieuw houdbaarheidsonderzoek is in principe niet noodzakelijk,
tenzij relevante wijzigingen zijn opgetreden in samenstelling,
productiemethoden of verpakkingsmateriaal; in dit geval heeft
onderzoek onder ICH-condities de voorkeur, maar wordt ook follow-up
stabiliteitonderzoek, zoals verricht vanuit GMP-oogpunt,
geaccepteerd. Indien een verlenging van de houdbaarheid of
versoepeling van de opslagcondities wordt aangevraagd, dient
onderzoek onder ICH-condities te worden overlegd.
- De houdbaarheidstermijn en bewaarcondities moeten aanwezig zijn
in het dossier en aan het huidige richtsnoer “Note for Guidance on
declaration of storage conditions for medicinal products in the
product particulars” voldoen.