wat kan het cbg doen als een geneesmiddel van de markt wordt gehaald?

Het CBG is zeer alert op de beschikbaarheid van geneesmiddelen in het kader van patiëntenbelangen. Als er een doorhaling van de registratie plaatsvindt (en de firma de productie staakt) onderzoekt het CBG of er volwaardige - al dan niet generieke - alternatieven op de markt zijn.

Als dit niet het geval is en er dus vanuit het oogpunt van de volksgezondheid een probleem is, dringt het CBG er bij de firma op aan dat de productie (op enigerlei wijze) wordt voortgezet. Dit kan door middel van overdracht van het geneesmiddel aan een ander bedrijf waarbij het CBG bemiddelend en adviserend kan optreden.

Marktwerking versus morele verplichting

Het komt voor dat farmaceutische ondernemingen om economische redenen de productie van of de handel in een geneesmiddel staken. De farmaceutische industrie heeft geen wettelijke verplichting tot het produceren van geneesmiddelen. In beginsel geldt ook bij de handel in geneesmiddelen het marktmechanisme. 
Wel kunnen bedrijven een morele verplichting hebben als er sprake is van levensreddende medicijnen waarvoor geen echt alternatief bestaat. In zulke gevallen probeert het CBG via de weg van overleg en overreding te bewerkstelligen dat de productie toch wordt voortgezet.

Praktijkvoorbeelden

Ondanks de beperkte wettelijke mogelijkheden heeft het CBG met succes een aantal geneesmiddelen beschikbaar kunnen houden voor de patiënt. Voorbeelden hiervan zijn Theofylline, Droperidol, Semap, DAF (Di-Adreson-Faquosum) en Nozinan.

Terug