hoe kan het dat bijsluiters met dezelfde werkzame stof toch verschillen?
Het CBG streeft naar harmonisatie in bijsluiterteksten en
SPC’s voor producten die dezelfde werkzame stof bevatten. Ook
op Europees niveau wordt er gestreeft dat er voor hetzelfde product
in verschillende landen de bijsluiter en SPC gelijk zijn. Daarom
wordt er in Europa naast de SPC vanaf november 2007 ook een
Engelstalige bijsluiter vastgesteld, die daarna wordt vertaald naar
de verschillende nationale talen.
Om diverse redenen zijn de teksten nooit helemaal gelijk, een
aantal voorbeelden hiervan zijn:
- Productspecifieke eigenschappen:
-
- Vorm van geneesmiddel: tablet of drank
- Doseringen
- Verschil in verpakkingen en bewaarcondities
- Recent beoordeelde geneesmiddelen die vanwege nieuwe
wetenschappelijke inzichten verschillen van reeds geregistreerde
geneesmiddelen
Om bovenstaande redenen wordt er geprobeerd om - in
Europees verband- zoveel mogelijk tot harmonisatie te komen.
Harmonisatie – Artikel 30
Op Europees niveau wordt ieder jaar een lijst opgesteld van
producten waarvoor de bijsluiterteksten en SPC’s geharmoniseerd
worden. Deze lijst wordt door de Coördinatiegroep voor Mutual recognition and
Decentralised procedures (CMD(h)) opgesteld.
Dit gebeurt via een art. 30 arbitrageprocedure bij de European
Medicines Agency (EMEA) te Londen. Op de website van de CMD(h) is
een lijst van afgeronde,
lopende en geplande art. 30 arbitrageprocedures
gepubliceerd.
Als een art. 30 arbitrage procedure afgerond is, worden de
bijsluiterteksten en SPC’s van het innovatorproduct gewijzigd.
Vervolgens worden de bijsluiterteksten en SPC’s van de generieke
geneesmiddelen ook aangepast. Er kunnen echter verschillen in
productspecifieke eigenschappen blijven bestaan.
Verschillen die blijven bestaan tussen bijsluiters en SPC’s met
dezelfde werkzame stof
Innovatieve bedrijven kunnen soms voor hun geneesmiddel een
indicatie (een aandoening waarvoor het geneesmiddel gebruikt kan
worden) patenteren. Als er een patent rust op een indicatie, mag
deze indicatie in de bijsluiter van een generiek geneesmiddel
niet vermeld worden. Aangezien de patiënt toch het generieke
product kan krijgen, wordt er in de bijsluiter van het generieke
product gemeld dat het product ook is goedgekeurd voor andere
aandoeningen die niet in die bijsluiter staan vermeld.
Nog een belangrijke reden voor verschillen in bijsluiters is dat
niet alle bijsluiters 'vers van de pers' zijn. Een bijsluiter die
net vernieuwd is kan meer informatie bevatten of is
patiëntvriendelijker verwoord dan oudere bijsluiters.
Soms geeft een apotheker een 'eigen' bijsluiter mee. Vaak is dit
een algemene en verkorte versie van een bijsluiter die niet de
productspecifieke informatie bevat. Deze bijsluiter is niet
goedgekeurd door het College. De patiënt kan de apotheker vragen om
ook de producteigen bijsluiter mee te geven. De actuele bijsluiter
is ook altijd te vinden in de geneesmiddeleninformatiebank. Het CBG plaatst nieuwe
en vernieuwde bijsluiters en SPC’s in deze -voor iedereen
toegankelijke - database.