kindergeneesmiddelen

Een groot deel van geneesmiddelen die aan kinderen worden voorgeschreven zijn nog niet of onvoldoende bij kinderen onderzocht. Gevolg hiervan is onvoldoende zekerheid over de werkzaamheid en risico's van het gebruik bij kinderen.

Het College hecht groot belang aan het verkrijgen van juiste gegevens over geneesmiddelen voor kinderen. Ontwikkeling van nieuwe kennis en meer informatie over toepassing van geneesmiddelen bij kinderen kan bijdragen aan een betere behandeling.

Het CBG heeft goede aansluiting gevonden bij vooraanstaande kinderartsen/apothekers in Nederland op het gebied van farmacotherapie bij kinderen waaronder het NKFK en diverse onderzoeksgroepen.

Informatie over Kindergeneesmiddelen:

Pediatrisch Comité

Op 26 januari 2007 is de Verordening voor geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik gepubliceerd en een comité van de EMA opgericht, het Pediatrisch Comité. Het Paediatric Committee (PDCO) neemt een sleutelpositie in als het gaat om controle op registratieonderzoek van geneesmiddelen voor kinderen.

Bij de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw geneesmiddel moeten nu ook de uitkomsten van onderzoek dat is gedaan op grond van een zogenaamd PIP (pediatric investigation plan) ingediend worden. Dit PIP moet door het PDCO goedgekeurd worden. Het PDCO kan ook uitstel verlenen voor het onderzoek bij kinderen of besluiten dat dit onderzoek niet uitgevoerd hoeft te worden (bijvoorbeeld omdat het geneesmiddel bestemd is voor ziekten die niet bij kinderen voorkomen). Als beloning voor het onderzoeken van nieuwe geneesmiddelen bij kinderen, wordt het octrooi voor het geneesmiddel (eigenlijk het Supplemenatry Protection Certificate = aanvullend beschermingscertificaat, SPC) met een half jaar verlengd.
Voor bestaande geneesmiddelen wordt de mogelijkheid gecreëerd om een speciaal kindergeneesmiddel (Paediatric Use Marketing Authorisation, PUMA) in de handel te brengen. Voor deze producten geldt een speciaal beschermingsmechanisme: ook al is het kindergeneesmiddel een line extension van een bestaand geneesmiddel, toch ontstaat een nieuwe dossierbeschermingsperiode.

Paediatric Worksharing procedures

In artikel 45 en 46 van de Verordening over geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik zijn twee verschillende soorten worksharing procedures beschreven. In artikel 45 van de Verordening is o.a. vermeld dat registratiehouders voor 26 januari 2008 de resultaten van alle onderzoeken van hun geneesmiddelen bij kinderen moeten indienen bij de autoriteiten. Alle registratiehouders hebben dit ondertussen gedaan, ook als voor hun product geen indicatie voor kinderen is toegestaan. Het doel van dit artikel van de Verordening is om alle reeds beschikbare data, die nog niet eerder waren ingediend, beschikbaar te krijgen en in een worksharing procedure te beoordelen. Na afloop van de worksharing procedure wordt een openbaar beoordelingsrapport gepubliceerd en indien mogelijk worden de SmPC’s en bijsluiters van de producten v.w.b. informatie over kinderen geharmoniseerd zullen worden. Deze worksharing procedure wordt gecoördineerd door de CMDh. Harmonisatie blijkt vaak moeilijk omdat de producten op voorhand niet geharmoniseerd zijn.

In artikel 46 van de Verordening staat dat registratiehouders alle onderzoeken van hun geneesmiddelen bij kinderen binnen 6 maanden na voltooing van het onderzoek bij de autoriteiten moeten indienen. Het doel van dit artikel van de Verordening is om alle nieuwe studies ook in een worksharing procedure te beoordelen, zodat deze nieuwe informatie direct op een geharmoniseerde wijze in de SmPC’s en bijsluiters van alle relevante producten in de EU opgenomen worden. Ook deze worksharing procedure wordt gecoördineerd door de CMDh.

Experts Kindergeneesmiddelen

Het College hecht, net zoals de Europese Commissie, groot belang aan:

  • de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor kinderen
  • meer onderzoek over de toepassing van bestaande geneesmiddelen bij kinderen
  • het ontwikkelen van nieuwe farmaceutische vormen van bestaande geneesmiddelen ten behoeve van kinderen
  • om bij de uitvoering van haar taken dicht bij de medische (onderzoeks)praktijk te staan

Met het aannemen van de Verordening voor geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en daarmee de oprichting van het Pediatrisch Comite in Europa, heeft het College zijn expertise op het gebied van de kindergeneeskunde verbreed en uitgebouwd. Hiertoe is samenwerking gezocht met een aantal vooraanstaande kinderartsen/apothekers en onderzoeksgroepen in Nederland op het gebied van farmacotherapie bij kinderen.

Historie

Op 23 maart 2005 is op initiatief van de toenmalige voorzitter Frits Lekkerkerker de expertgroep kindergeneesmiddelen opgericht. Het College wilde graag een dergelijke klankbordgroep oprichten omdat er op het terrein van de regulatie en het onderzoek van kindergeneesmiddelen veel ontwikkelingen werden verwacht. Dit bleek uit de vele initiatieven die werden ondernomen zoals de oprichting van MCRN en NKFK en het van kracht worden van de paediatric regulation. Het was goed om daarbij de expertise te bundelen. Er bestond behoefte om een groep te hebben die de activiteiten van het College op het gebied van kindergeneeskunde kritisch volgde en de signalen uit de praktijk doorgaf aan het College. Een groep die gezamenlijk initiatieven zou nemen en op een regelmatige basis bij elkaar zou komen, een klankbordgroep voor het CBG. Daarnaast werden de leden op adhoc basis gevraagd om op grond van hun ervaring en kennis naar hun mening bij specifieke issues of problemen die zich voordeden. Tevens werd gevraagd om rapporten die door medewerkers van het CBG waren geschreven te peeren bij specifiek op kinderen gerichte geneesmiddelen of toepassingen.

Vanuit de groep kinderartsen kwamen twee duidelijke wensen naar voren die overeenkomen met de doelstellingen van het kenniscentrum voor kindergeneeskunde. Dit waren het stimuleren en uitbreiden van het kindergeneesmiddelonderzoek in Nederland. Daarnaast het beschikbaar hebben van een database over effectiviteit en veiligheid van kindergeneesmiddelen die beschikbaar kan zijn in de spreekkamer, zodat beter voorschrijven mogelijk is. Men wilde graag een proactieve houding van het College naar het veld zodat informatie snel en transparant beschikbaar zou komen. Er bestond duidelijk behoefte om goede wegen te vinden om resultaten betreffende kindergeneesmiddelen snel beschikbaar te hebben.

De expertgroep heeft voor het College en de ontwikkelingen binnen het gebied van de beoordeling van kindergeneesmiddelen en het verbinden van de medische praktijk bij de beoordeling van deze middelen een zeer belangrijke functie gehad.

Huidige samenwerking

Hoewel de expertgroep gedurende de laatste jaren op adhoc basis in belangrijke mate aan het werk van het College heeft bijgedragen, is toch gebleken dat de expertgroep in de huidige vorm waarbij op regelmatige tijdstippen bijeenkomsten werden gepland, niet meer bleek te voldoen aan de wederzijdse behoeften. Daarnaast is duidelijk geworden dat veel wegen om kennis en ervaring te delen ook buiten de bijeenkomsten van de expertgroep zijn gevonden en dat het College en de experts in het veld goed met elkaar kunnen samenwerken en er inmiddels een goed netwerk is ontstaan. Na grondige evaluatie van de afgelopen 6 jaar van samenwerking binnen het concept van een klankbordgroep is per juni 2011 besloten de samenwerking met experts op het gebied van kindergeneeskunde op een andere wijze gestalte te geven die waarschijnlijk beter aansluit bij de praktische invulling die er nu al aan gegeven wordt. Zo heeft het College onder andere goede aansluiting gevonden bij het NKFK en diverse onderzoeksgroepen.

Links

 

Bookmark and Share

Terug