geneesmiddelen
Voordat men in Nederland een geneesmiddel in de handel mag
brengen, moet het middel een registratie (ook wel handelsvergunning
genoemd) krijgen van het CBG. Geregistreerde geneesmiddelen zijn
dus door het CBG goedgekeurde geneesmiddelen. Ook deze
geregistreerde geneesmiddelen brengen risico’s ofwel bijwerkingen
met zich mee.
Het CBG beoordeelt of de voordelen van het gebruik van een
geneesmiddel aantoonbaar opwegen tegen de nadelen – de zogenaamde
balans werkzaamheid-veiligheid. Als de voordelen opwegen tegen de
nadelen, dan krijgt een geneesmiddel een handelsvergunning. Het CBG
kijkt hierbij zeer nauwkeurig naar de werkzaamheid, de risico’s en
de kwaliteit van het geneesmiddel.
Alle belangrijke informatie van het geneesmiddel komt in de
uitgebreide productinformatie voor arts en apotheker te staan
(samenvatting van productkenmerken). Voor de patiënten wordt een
samenvatting hiervan gemaakt in de vorm van een
patiëntenbijsluiter. Het CBG beoordeelt zowel de uitgebreide
productinformatie als de bijsluiter. Ook beslist het CBG over de
afleverstatus, dus over de vraag of het geneesmiddel uitsluitend
met recept of juist zonder verkrijgbaar is. Is een geneesmiddel
eenmaal op de markt, dan blijft het CBG het geneesmiddel volgen aan
de hand van
meldingen van bijwerkingen. Zodoende is er altijd actuele
informatie bekend over de werkzaamheid en mogelijke bijwerkingen
van geneesmiddelen. Als het noodzakelijk is, kan het CBG
maatregelen nemen zoals het aanpassen van de patiëntenbijsluiter of
- in het ergste geval - het geneesmiddel
schorsen of (laten) intrekken.
Een fabrikant kan een handelsvergunning aanvragen voor een
geneesmiddel voor één land of voor meer landen tegelijk. Voor het
verkrijgen van een nationale handelsvergunning van het CBG volgt de
fabrikant een
nationale aanvraagprocedure of een
wederzijdse erkenningprocedure. Voor het verkrijgen van een
Europese handelsvergunning volgt de fabrikant een
decentrale of
centrale procedure via het Europees geneesmiddelen
agentschap, de EMA.