kunnen ‘biosimilar’ geneesmiddelen uitgewisseld worden?
‘Biosimilar’ geneesmiddelen zijn ‘soortgelijk’, maar niet
‘identiek’. Hiervan moet men zich bewust zijn wanneer overwogen
wordt om tijdens een behandeling over te gaan van het ene
biologische geneesmiddel naar het andere biologische geneesmiddel,
of wanneer in de apotheek een ‘biosimilar’ geneesmiddel wordt
afgeleverd.
De behandelend arts moet bij een overgang van het ene naar het
andere biologische geneesmiddel betrokken zijn. Omdat de
biologische producten niet per definitie identiek zijn, is het van
groot belang dat te allen tijde te traceren is welk product een
patiënt heeft gekregen, zeker in geval er een vermoeden bestaat van
een oorzakelijk verband met een opgetreden bijwerking.
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen is van mening
dat:
- Nieuwe patiënten met een biosimilar behandeld kunnen
worden.
- Patiënten zo veel mogelijk op een biologisch geneesmiddel
moeten worden gehouden als ze daar klinisch goed op reageren wat
betreft werkzaamheid en bijwerkingen.
- Ongecontroleerde - dit wil zeggen zonder adequate klinische
monitoring - uitwisseling tussen biologicals (onafhankelijk of het
hier innovator producten of biosimilar geneesmiddelen betreft) moet
worden vermeden.
- Wanneer er toch uitwisseling plaatsvindt in het
patiëntendossier op detailniveau (product en batch) informatie moet
worden vastgelegd, zodat bij mogelijke problemen traceerbaarheid
van het product geborgd is.
Over het uitwisselen van biosimilar geneesmiddelen heeft het
College voor zorgverzekeringen (CVZ) het CBG in 2010 een
aantal vragen gesteld. Download het antwoord van het CBG aan
CVZ.