hoe wordt een ‘biosimilar’ geneesmiddel beoordeeld?
Biologische geneesmiddelen worden bereid door gebruik te maken
van levende, biologische, systemen. Inherent aan de aard van
biologische producten en hun productieproces is heterogeniteit.
Bovendien is het proces (en dus het eindproduct) erg gevoelig voor
wijzigingen in het productieproces (bereiding, zuivering,
formulering, etc.).
Twee onafhankelijk ontwikkelde productieprocessen voor hetzelfde
biologische geneesmiddel kunnen dus leiden tot gelijkwaardige
(soortgelijke), maar nooit identieke geneesmiddelen. Een biosimilar
geneesmiddel zal dus nagenoeg steeds verschillen vertonen ten
opzichte van het innovator product. Dit geldt echter ook voor twee
biologische referentiegeneesmiddelen die eenzelfde werkzaam
bestanddeel bevatten.
Omdat het biologische referentiegeneesmiddel al enkele jaren op
de markt is, is er informatie beschikbaar die niet opnieuw vergaard
hoeft te worden. In de wetgeving worden de onderzoeken omschreven
die uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat het ‘biosimilar’
geneesmiddel net zo veilig en effectief is als het innovator
product. Deze onderzoeken worden stapsgewijs uitgevoerd, te
beginnen met een vergelijking van de kwaliteit en de consistentie
van het geneesmiddel en van het productieproces. Er wordt ook
vergelijkend onderzoek gedaan naar de veiligheid en werkzaamheid
van de geneesmiddelen. Deze onderzoeken moeten aantonen dat er geen
verschillen van betekenis zijn tussen de veiligheid en de
werkzaamheid van het ‘biosimilar’ geneesmiddel en het innovator
product.
Wanneer het biologisch referentiegeneesmiddel bij verschillende
aandoeningen wordt toegepast, dan moeten de werkzaamheid en de
veiligheid van het ‘biosimilar’ geneesmiddel voor elke aandoening
worden aangetoond. Dit kan door per indicatie een klinische studie
uit te voeren, maar het is ook mogelijk dat met een goede
onderbouwing wordt aangetoond dat een studie met de ene aandoening
ook werkzaamheid en veiligheid aantoont voor de andere
aandoening.
‘Biosimilar’ geneesmiddelen worden geproduceerd volgens dezelfde
kwaliteitsnormen die voor alle andere geneesmiddelen gelden.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voert, net als bij
alle andere geneesmiddelen, tevens periodieke inspecties uit op de
productielocatie(s).