hoe gaan cbg en igz om met off-label gebruik?
Het CBG en de IGZ geven zoveel mogelijk informatie aan
beroepsbeoefenaren (artsen, apothekers et cetera) over mogelijke
off-label toepassingen van geneesmiddelen. Deze informatie wordt
gegeven en actueel gehouden, zodat beroepsbeoefenaren weten wanneer
off label niet meer van toepassing is voor een bepaalde medicijn.
Bijvoorbeeld als een fabrikant wél toestemming heeft gevraagd voor
een bepaalde toepassing, maar dat deze toepassing vervolgens is
geweigerd door het CBG, omdat het voordeel toch niet tegen de
gezondheidsrisico’s bleek op te wegen bij die toepassing. Deze
toepassing komt dan niet in de productinformatie te staan, maar bij
artsen in de praktijk zou ten onrechte het idee kunnen voortleven
dat het geneesmiddel nog steeds ‘off label’ gebruikt kan worden,
omdat de wetenschappelijke literatuur in eerste instantie een
gunstig beeld gaf. Ook verzamelen het CBG en de IGZ informatie over
bijwerkingen van geneesmiddelen, ook bij off-label gebruik, zodat
voorschrijvers hier rekening mee kunnen houden. De IGZ houdt
toezicht op de beroepsuitoefening en zorgverlening door artsen. Als
sprake is van onacceptabel off-label gebruik, wordt de arts hierop
aangesproken en zonodig tuchtrechtelijk aangepakt.
Productinformatie
Ook proberen het CBG en de IGZ zo veel mogelijk informatie over
bijwerkingen van off-label gebruik van geneesmiddelen te
verzamelen, zodat door voorschrijvers rekening gehouden kan worden
met de informatie die dit oplevert. Het CBG kan daarop de houders
van handelsvergunningen verzoeken om rekening te houden met de veel
voorkomende off-label toepassingen van een geneesmiddel. Wanneer
het zinnige toepassingen zijn, kan het CBG deze laten opnemen
in de officiële productinformatie (bijsluiter en SPC).