organisatie rondom geneesmiddelen
Geneesmiddelen zijn nooit zonder risico. Om zoveel mogelijk
risico uit te sluiten, wordt er zeer nauwkeurig door verschillende
organisaties naar een geneesmiddel gekeken. Daarna mag het pas
gebruikt worden.
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen beoordeelt en
registreert geneesmiddelen en bepaalt dus of zij op de markt mogen
worden gebracht. Voorafgaand aan de registratie voert de producent
van een geneesmiddel uitgebreid medisch onderzoek uit naar het
geneesmiddel. Vervolgens ontvangt het CBG een dossier met alle
onderzoeksgegevens. Op basis hiervan beoordeelt het CBG de
werkzaamheid, risico’s en kwaliteit van het geneesmiddel. Als de
voordelen (werkzaamheid en kwaliteit) van het geneesmiddel groter
zijn dan de nadelen (risico’s zoals bijwerkingen), dan mag het
geneesmiddel in Nederland gebruikt worden. Het CBG geeft dan een
handelsvergunning af voor het geneesmiddel. Dit wordt registratie
genoemd.
Een fabrikant kan een handelsvergunning aanvragen voor een
geneesmiddel voor één land of voor meer landen tegelijk. Voor het
verkrijgen van een nationale handelsvergunning van het CBG volgt de
fabrikant een nationale aanvraagprocedure of een wederzijdse erkenningprocedure. Voor het
verkrijgen van een Europese handelsvergunning volgt de fabrikant
een decentrale of centrale procedure via het Europees
geneesmiddelen agentschap, de EmeA.
Beoordeling van geneesmiddelen met een nieuw werkzaam
bestanddeel, vindt plaats op Europees niveau. Hiervoor is in 1995
het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMeA) opgericht. In het
wetenschappelijke comité van de EMeA, de CHMP, zijn alle landen van
de Europese Unie vertegenwoordigd via de nationale
beoordelingscolleges zoals het CBG. De CHMP brengt over een
geneesmiddel een advies uit aan de Europese Commissie. De Europese
Commissie besluit vervolgens of het geneesmiddel wordt
geregistreerd.
Ook na registratie bewaakt het CBG de risico’s van het
geneesmiddelen. Er vindt uitvoerig onderzoek plaats voordat
geneesmiddelen op de markt komen. De meest voorkomende bijwerkingen
zijn daarna bekend. Maar een geneesmiddel dat op de markt wordt
gebracht zal wereldwijd in de loop der jaren door miljoenen
patiënten worden gebruikt. Zeldzame, patiëntgerelateerde
bijwerkingen komen vaak dan pas aan het licht. Het signaleren,
analyseren en beheersen van deze nog onbekende bijwerkingen na het
op de markt brengen van een geneesmiddel wordt
geneesmiddelenbewaking of farmacovigilantie genoemd. Een taak van
het CBG. Voor meer informatie zie
Bijwerkingen melden en
DHPC's. Door het melden van bijwerkingen wordt nieuwe kennis
verkregen over effecten van geneesmiddelen die bij registratie nog
niet bekend waren. In Nederland verzamelt het Nederlands
Bijwerkingen Centrum Lareb de meldingen van
artsen, apothekers en patiënten. Deze taak wordt uitgevoerd in
opdracht van het CBG.
Registratie is niet hetzelfde als vergoeding door de
verzekeringen. Hiervoor wordt nogmaals een beoordeling van het
geneesmiddel gemaakt. In Nederland doet het College Voor
Zorgverzekeringen dat. Het Ministerie van VWS heeft maximaal drie
maanden de tijd om te beslissen of het middel voor vergoeding in
aanmerking komt of niet. Ga voor meer informatie naar de website
van CVZ (www.cvz.nl).