actueel geneesmiddelen voor mensen
13 december 2008 - Statement CBG over Strattera (atomoxetine)
Naar aanleiding van vragen uit het publiek heeft het CBG een
statement opgesteld met betrekking tot Strattera. Strattera is
een geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van
aandachtstekortstoornis en hyperactiviteit (ADHD) bij kinderen van
6 jaar en ouder en bij adolescenten.
Hier volgt het statement:
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) houdt in het
kader van de geneesmiddelenbewaking voortdurend het
bijwerkingenprofiel van elk geneesmiddel bij, dus ook voor
Strattera (atomoxetine).
Het CBG beoordeelt de Europese ‘Periodic Safety Update Reports
(PSURs)’ en gaat na of de werkzaamheid van het geneesmiddel opweegt
tegen de risico’s of bijwerkingen van het product. Als dit niet het
geval is, kunnen de officiële productinformatie voor arts en
apotheker en de patiëntenbijsluiter worden aangepast met
bijvoorbeeld waarschuwingen. Desnoods kunnen andere, aanvullende
maatregelen worden genomen. Het CBG heeft op dit moment geen
aanleiding de balans werkzaamheid – risico’s van Strattera
(atomoxetine) als negatief te beoordelen.
CBG en transparantie
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) streeft naar
maximale transparantie over haar besluiten. Dit geldt niet alleen
voor besluiten over het al dan niet verlenen van
handelsvergunningen voor (nieuwe) geneesmiddelen, maar ook voor
afwegingen over de werkzaamheid en risico’s van deze middelen nadat
ze zijn geregistreerd (geneesmiddelenbewaking).
Het CBG is van mening dat informatie rond geneesmiddelen zoveel
mogelijk openbaar moet zijn, met uitzondering van kenmerken die
zijn terug te voeren naar personen. Ook commercieel vertrouwelijke
informatie is uitgezonderd.
Maximale transparantie wil niet zeggen dat alle bij het CBG
bekende informatie over geneesmiddelen openbaar kan worden gemaakt.
Wet- en regelgeving (zoals de Wet openbaarheid van bestuur en de
Wet bescherming persoonsgegevens) leggen hier beperkingen op. Maar
binnen die beperkingen zoekt het CBG naar maximale ruimte voor
transparantie.
Het CBG wil deze transparantie bereiken door onder meer het
publiceren van de productinformatie (samenvatting van de
productkenmerken of SPC en patiëntenbijsluiters) van alle
geregistreerde geneesmiddelen op de CBG-website. Ook plaatst het
CBG ‘Public Assessment Reports’(PAR’s, openbare
beoordelingsrapporten) van deze geneesmiddelen op de website. Voor
geneesmiddelen waarvoor op dit moment nog geen PAR beschikbaar is,
verwijst het CBG zoveel mogelijk naar PAR’s die zijn gepubliceerd
in andere Europese lidstaten.
Korte geschiedenis
Strattera wordt op 15 december 2004
in Nederland ingeschreven na afloop van een procedure van
wederzijdse erkenning waarin het Verenigd Koninkrijk is opgetreden
als referentieland (Reference Member State, RMS). Dit betekent dat
Nederland de positieve beoordeling van het Verenigd Koninkrijk
heeft erkend. Strattera krijgt als indicatie ‘behandeling van
aandachtstekortstoornis met hyperreactiviteit
(Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder, ADHD) bij kinderen vanaf
zes jaar en ouder en bij adolescenten als onderdeel van een breed
behandelprogramma”.
In 2005 wordt een Europese herbeoordeling gedaan van alle
‘Selective Serotonin Reuptake Inhibitors (SSRI’s) en ‘Selective
Noradrenaline Reuptake Inhibitors (SNRI’s). Atomoxetine behoort tot
de SNRI’s. Uitkomst van deze herbeoordeling was dat er voor
Strattera geen signaal werd gezien voor een verhoogd risico op
suïcide gerelateerd gedrag, maar wel voor vijandigheid en
emotionele labiliteit.
Op 15 september 2005 werd de Britse registratieautoriteit MHRA
door de houder van de handelsvergunning, Eli Lilly, geïnformeerd
over de uitkomsten van een klinisch onderzoek. Hieruit bleek dat er
een statistisch significante toename was te zien van suïcidale
gedachten bij atomoxetine in vergelijking met een placebo (neppil)
bij kinderen.
Op 3 mei 2006 werd, nadat een Europese herbeoordeling van alle
beschikbare gegevens over Strattera was afgerond, een aanscherping
van de SPC doorgevoerd over de start van de behandeling van
kinderen met Strattera. Naast de waarschuwingen voor suïcidaal
gedrag zijn aanvullende waarschuwingen opgenomen met betrekking tot
patiënten met een verhoogd risico op toevallen en aanleg voor
hartritmestoornissen. De uitkomst van de herbeoordeling is in
overeenstemming met het advies van het College om voorzichtigheid
te betrachten bij het gebruik en voorschrijven van Strattera. De
start van de behandeling dient uitsluitend plaats te vinden door
een medisch specialist in de behandeling van ADHD. De diagnose
behoort te worden gesteld in overeenstemming met de internationale
criteria van DSM-IV of de richtlijnen van ICD-10. Een bericht met
deze inhoud wordt op 3 mei 2006 de CBG-website geplaatst.
http://www.cbg-meb.nl/CBG/nl/humane-geneesmiddelen/actueel/2006-05-03-herbeoordeling-strattera-atomoxetine-afgerond-productinformatie-aangescherpt/default.htm
Wob-verzoek
Naar aanleiding van dit bericht wordt door
een burger een beroep gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur
(Wob) met de vraag om het ‘risk-benefit’ herbeoordelingsrapport
over Strattera. Het beoordelingsrapport (waar het ook in deze
rechtszaak om gaat) is opgesteld door de Britse Medicines and
Health Products Regulatory Agency (MHRA). De MHRA heeft het
beoordelingsrapport gepubliceerd op zijn website (met weglating van
persoonsgegevens en commercieel vertrouwelijke informatie). Dit
rapport is naar de eiser gestuurd. De eiser gaat hiermee niet
akkoord en eist via de rechter meer gegevens dan beschikbaar in dat
rapport. De Nederlandse rechter heeft bepaald dat het CBG beter
moet motiveren waarom bepaalde delen van het rapport van de MHRA
niet openbaar zijn gemaakt.
Eli Lilly heeft inmiddels hoger beroep aangetekend bij de Raad
van State omdat de firma van mening is dat juist teveel informatie
aan de openbaarheid wordt prijsgegeven. Het CBG besluit
daarentegen, mede gezien de inmiddels opgedane ervaring met
openbaarmaking van periodieke veiligheidsrapporten (Periodic Safety
Update Reports, PSURs) meer gegevens dan voorheen openbaar te gaan
maken.
De Wet openbaarheid van bestuur bepaalt dat een partij van wie
de belangen kunnen worden geschaad wordt geïnformeerd over een
voorgenomen besluit. In september 2008 wordt daarom dit meer
uitgebreide rapport aan de firma Eli Lilly gestuurd met de vraag of
zij kunnen instemmen met het openbaar maken ervan. De firma kan
zich hier niet in vinden en vraagt de rechter om te bepalen wat wel
of niet openbaar kan zijn. Omdat deze zaak nog onder de rechter is
kan het CBG de desbetreffende informatie nu niet openbaar maken.
Openbaarmaking van welke informatie dan ook is immers een
onomkeerbaar proces.
Balans werkzaamheid – risico’s van Strattera
In het
kader van de geneesmiddelenbewaking wordt na registratie
voortdurend het bijwerkingenprofiel van elk geneesmiddel
bijgehouden, zowel door de houder van de handelsvergunning als door
de bevoegde autoriteiten. De meldingen van bijwerkingen worden
beschreven in een door de handelsvergunninghouder op te stellen
periodiek veiligheidsrapport (Periodic Safety Update Report, PSUR),
samen met farmaco-epidemiologische onderzoeksgegevens en
literatuuroverzichten.
PSUR’s worden op Europees niveau vergeleken en besproken, dus
bijwerkingen worden niet alleen in Nederland nauwlettend gevolgd,
er is tevens afstemming op Europees niveau. Het CBG beoordeelt deze
PSUR’s en gaat na of de werkzaamheid van het geneesmiddel opweegt
tegen de risico’s of bijwerkingen van het product. Als dit niet het
geval is, kunnen de officiële productinformatie voor arts en
apotheker en de patiëntenbijsluiter worden aangepast met
bijvoorbeeld waarschuwingen. Desnoods kunnen andere, aanvullende
maatregelen worden genomen. Het CBG heeft op dit moment geen
aanleiding de balans werkzaamheid – risico’s als negatief te
beoordelen.
Terug naar Overzicht »