actueel geneesmiddelen voor mensen
10 maart
2011 - Gadoliniumhoudende contrastmiddelen en risico op nefrogene systemische fibrose
Gadolinium-bevattende contrastmiddelen
(GdCA's) zijn in verband gebracht met nefrogene systemische
fibrose (NSF), een zeldzaam, ernstig en levensbedreigend
syndroom met fibrose van huid, gewrichten en inwendige organen
bij patiënten met ernstige nierfunctieproblemen. GdCA’s zijn
ingedeeld in drie risicocategorieën en er zijn aanbevelingen
gedaan om het risico op NSF bij het gebruik van GdCA’s tot een
minimum te beperken. De nieuwe aanbevelingen betreffen screening
van de nierfunctie, gebruik bij nierfunctiestoornissen en rondom
levertransplantatie, gebruik bij neonaten en zuigelingen, bij
borstvoeding en zwangerschap, en vastlegging in het dossier.
Dit concludeert het Europese
wetenschappelijke comité voor geneesmiddelen voor humaan gebruik
(CHMP), waarin het CBG is vertegenwoordigd, op basis van alle nu
beschikbare informatie. De wetenschappelijke productinformatie
(SPC) voor de GdCA’s
Optimark en
Ablavar (voorheen Vasovist) is inmiddels aangepast. Voor deze
beide middelen is een brief, een ‘Direct Healthcare Professional
Communication (DHPC)’, verstuurd naar alle zorgverleners.
Gadoliniumbevattende contrastmiddelen –
gadoversetamide, gadodiamide, gadopentetaatdimeglumine,
gadobeenzuur, gadofosveset, gadoxetinezuur, gadoteridol, gadobutrol
en gadoteerzuur – zijn intraveneuze middelen bedoeld voor
contrastversterking bij magnetische kernspinresonantie (MRI) en bij
magnetische resonantieangiografie (MRA). GdCA’s zijn beschikbaar
voor de verschillende typen MR-scan, inclusief lever-, hersenen- en
'whole body'-scan.
Meer informatie
Wilt u dat wij u op de hoogte brengen
wanneer er nieuwe, belangrijke informatie over risico’s van een
geneesmiddel bekend is? Abonneert u zich dan
op de nieuwsbrief bij belangrijke risico-informatie over
geneesmiddelen
Inleiding
De CHMP, het Europese wetenschappelijke comité voor geneesmiddelen
voor de mens, waarin het CBG is vertegenwoordigd, heeft een
herbeoordelingsprocedure voor gadolinium-bevattende
contrastmiddelen (GdCA's) afgerond[1]. In januari 2006 werden GdCA's voor het
eerst in verband gebracht met nefrogene systemische fibrose
(NSF), een zeldzaam, ernstig en levensbedreigend syndroom met
fibrose van huid, gewrichten en inwendige organen bij patiënten
met ernstige nierfunctieproblemen. Sindsdien is dit probleem
onderwerp geweest van strenge beoordelingen door regelgevende
instanties, die op nationaal niveau hebben geleid tot
maatregelen voor risicominimalisering.
De CHMP heeft in december 2007 de GdCA’s
ingedeeld in drie risicocategorieën. Na herbeoordeling van alle
beschikbare informatie heeft de CHMP het eerder ingenomen standpunt
bevestigd en aanbevelingen gedaan om het risico op NSF bij het
gebruik van GdCA’s tot een minimum te beperken. In dit bericht
wordt een volledig overzicht gegeven van deze maatregelen.
Risico-inschatting en
categorieën
Het geschatte relatieve risico van NSF werd
berekend op grond van het aantal gevallen per GdCA, waarbij één
enkel GdCA was gebruikt. Het relatieve risico van NSF is hoger voor
gadodiamide (100%), gadoversetamide (94%) en
gadopentetaatdimeglumine (10%), en <1% voor gadoteridol en
gadoteerzuur. De overige GdCA's worden te weinig gebruikt om een
relatief risico te kunnen schatten.
Op grond van verschillen in de
molecuulstructuur en de daarmee samenhangende mogelijkheid voor het
vrijkomen van gadolinium-ionen in het lichaam, concludeerde de CHMP
dat er bij GdCA's sprake is van drie verschillende categorieën mbt
het NSF-risico:
- Hoog
risico:
Omniscan (gadodiamide), Optimark
(gadoversetamide), Magnevist (gadopentetinezuur)
- Matig
risico:
MultiHance (gadobeenzuur), Primovist
(gadoxetinezuur), Ablavar (gadofosveset)
- Laag
risico:
Gadovist (gadobutrol), ProHance
(gadoteridol), Dotarem (gadoteerzuur)
Belangrijkste adviezen
aan zorgverleners
Om
het risico op NSF bij het gebruik van GdCA’s tot een minimum te
beperken dienen onderstaande adviezen voor screening van de
nierfunctie, gebruik bij nierfunctiestoornissen en rondom
levertransplantatie, gebruik bij neonaten en zuigelingen, bij
borstvoeding en zwangerschap, en voor vastlegging in het dossier te
worden opgevolgd.
Hieronder worden de adviezen per
risicocategorie weergegeven. Een samenvatting van de adviezen is
weergegeven in
tabel 1.
GdCA’s met een hoog risico
(Omniscan, Optimark, Magnevist)
- Alle patiënten moeten vóór gebruik van GdCA’s door middel van
laboratoriumtests (bv. serumcreatinine) worden gescreend op
nierfunctiestoornissen. Het is met name belangrijk dat patiënten
van 65 jaar en ouder worden gescreend op
nierfunctiestoornissen.
- Het gebruik van hoog-risico GdCA’s is gecontra-indiceerd bij
patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid < 30 ml/min/1,73 m²), bij patiënten in de
perioperatieve periode van een levertransplantatie en bij
neonaten.
- Voor patiënten met een matige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid 30-59 ml/min/1,73 m²) en zuigelingen moet een zo
laag mogelijke enkelvoudige dosis worden gebruikt. Het gebruik van
een GdCA mag gedurende minstens 7 dagen niet worden herhaald.
- Na gebruik moet de borstvoeding minstens 24 uur worden
onderbroken.
- Gebruik tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen, tenzij
de klinische toestand van de vrouw het gebruik ervan noodzakelijk
maakt.
- Er zijn geen aanwijzingen dat het starten van hemodialyse NSF
kan voorkomen of behandelen bij patiënten die nog geen hemodialyse
ondergaan.
- Injectieflacons, spuiten en flessen van gadoliniumhoudende
contrastmiddelen worden afneembare, zelfklevende transferetiketten
aangebracht. Deze etiketten moeten op de status van de patiënt
worden bevestigd zodat de naam van het gebruikte gadoliniumhoudende
contrastmiddel nauwkeurig kan worden vastgelegd. Bij een
elektronisch patiënten dossier dient deze informatie van het etiket
te worden overgenomen. Ook de gebruikte dosis moet in de status van
de patiënt worden vastgelegd.
GdCA’s met een matig risico (MultiHance, Primovist,
Ablavar)De waarschuwingen van toepassing op GdCA’s met een
matig risico zijn meer dwingend dan die voor GdCA’s met een laag
risico.
- Het wordt aanbevolen om alle patiënten door middel van
laboratoriumtests te screenen op nierfunctiestoornissen voordat
GdCA’s worden gebruikt. Het is met name belangrijk dat patiënten
van 65 jaar en ouder worden gescreend op
nierfunctiestoornissen.
- Voor patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (GFR <
30 ml/min/1,73 m²) en patiënten tijdens de perioperatieve periode
van een levertransplantatie moet een zo laag mogelijke enkelvoudige
dosis worden gebruikt indien het gebruik onvermijdelijk is. Het
gebruik van een GdCA mag gedurende minstens 7 dagen niet worden
herhaald.
- Voor neonaten en zuigelingen moet een zo laag mogelijke
enkelvoudige dosis worden gebruikt. Het gebruik van een GdCA mag
gedurende minstens 7 dagen niet worden herhaald.
- De beslissing over het voortzetten dan wel het onderbreken van
de borstvoeding gedurende een periode van 24 uur dient u in overleg
met de moeder te nemen.
- Gebruik tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen, tenzij
de klinische toestand van de vrouw het gebruik ervan noodzakelijk
maakt.
- Er zijn geen aanwijzingen dat het starten van hemodialyse NSF
kan voorkomen of behandelen bij patiënten die nog geen hemodialyse
ondergaan.
- Injectieflacons, spuiten en flessen van gadoliniumhoudende
contrastmiddelen worden afneembare, zelfklevende transferetiketten
aangebracht. Deze etiketten moeten op de status van de patiënt
worden bevestigd zodat de naam van het gebruikte gadoliniumhoudende
contrastmiddel nauwkeurig kan worden vastgelegd. Bij een
elektronisch patiënten dossier dient deze informatie van het etiket
te worden overgenomen. Ook de gebruikte dosis moet in de status van
de patiënt worden vastgelegd.
GdCA’s met een laag risico (Gadovist, ProHance, Dotarem)
Een minder dwingende waarschuwing is van
toepassing op laag-risico GdCA’s dan op GdCA’s met een matig
risico.
- Het wordt aanbevolen om alle patiënten door middel van
laboratoriumtests te screenen op nierfunctiestoornissen voordat
GdCA’s worden gebruikt. Het is met name belangrijk dat patiënten
van 65 jaar en ouder worden gescreend op
nierfunctiestoornissen.
- Voor patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (GFR
< 30 ml/min/1,73 m²) en patiënten tijdens de
perioperatieve periode van een levertransplantatie moet een zo laag
mogelijke enkelvoudige dosis worden gebruikt als een GdCA moet
worden gebruikt. Het gebruik van een GdCA mag gedurende minstens
7 dagen niet worden herhaald.
- Voor neonaten en zuigelingen moet een zo laag mogelijke
enkelvoudige dosis worden gebruikt. Het gebruik van een GdCA mag
gedurende minstens 7 dagen niet worden herhaald.
- De beslissing over het voortzetten dan wel het onderbreken van
de borstvoeding gedurende een periode van 24 uur dient u in
overleg met de moeder te nemen.
- Gebruik tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen, tenzij
de klinische toestand van de vrouw het gebruik ervan noodzakelijk
maakt.
- Er zijn geen aanwijzingen dat het starten van hemodialyse NSF
kan voorkomen of behandelen bij patiënten die nog geen hemodialyse
ondergaan.
- Injectieflacons, spuiten en flessen van gadoliniumhoudende
contrastmiddelen worden afneembare, zelfklevende transferetiketten
aangebracht. Deze etiketten moeten op de status van de patiënt
worden bevestigd zodat de naam van het gebruikte gadoliniumhoudende
contrastmiddel nauwkeurig kan worden vastgelegd. Bij een
elektronisch patiënten dossier dient deze informatie van het etiket
te worden overgenomen. Ook de gebruikte dosis moet in de status van
de patiënt worden vastgelegd.
[1] Het onderzoek is verricht in
overeenstemming met artikel 31 m.b.t. de
verwijzingsprocedure van de Richtlijn 2001/83/EG (met
wijzigingen) voor alle niet-centraal goedgekeurde GdCA’s en
artikel 20 m.b.t. de verwijzingsprocedure van Verordening
EG 726/2004 voor alle centraal goedgekeurde
GdCA’s.
Terug naar Overzicht »