actueel geneesmiddelen voor mensen
2 maart
2007 - Schorsing Cetirizine dihydrochloride-bevattende producten
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft op 22 februari
2007 besloten de inschrijving van Cetirizine
dihydrochloride-bevattende producten, voor ten hoogste twaalf
maanden te schorsen. De inschrijving is geschorst, omdat een deel
van de wetenschappelijke gegevens ten aanzien van bioequivalentie,
dat in het dossier is opgenomen en de registratie ondersteunde, bij
nader onderzoek niet aanvaardbaar blijkt te zijn.
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft op 22
februari 2007 besloten de inschrijving van de volgende producten,
voor ten hoogste twaalf maanden te schorsen:
Cetirizine dihydrochloride Dermapharm 10 mg tabletten,
tabletten - RVG 26204
ingeschreven ten name van Dermapharm AG, gevestigd in Duitsland
Cetirizine dihydrochloride Copyfarm 10 mg, filmomhulde
tabletten - RVG 26383
ingeschreven ten name van Copyfarm A/S, gevestigd in Denemarken
Cetirizine dihydrochloride-Apex 10 mg, filmomhulde tabletten
- RVG 26384
ingeschreven ten name van Apex Pharmaceuticals Ltd., gevestigd in
het Verenigd Koninkrijk
Cetirizine diHCl 10 A, tabletten 10 mg - RVG 24789
ingeschreven ten name van Apothecon B.V., gevestigd in
Nederland
Cetirizine dihydrochloride Nordic Drugs 10 mg, tabletten -
RVG 26385
ingeschreven ten name van Nordic Drugs AB, gevestigd in Zweden
Cetirizine dihydrochloride PSI 10 mg tabletten, tabletten -
RVG 28000
ingeschreven ten name van PSI N.V., gevestigd in België
De inschrijving is geschorst, omdat een deel van de
wetenschappelijke gegevens ten aanzien van bioequivalentie, dat in
het dossier is opgenomen en de registratie ondersteunde, bij nader
onderzoek niet aanvaardbaar blijkt te zijn.
Tot bovenstaande conclusie ten aanzien van de dossiergegevens,
is de Europese Commissie gekomen in zijn Beschikking van 21
december 2006. Deze beschikking is tot stand gekomen na behandeling
van een bezwaarschrift ingediend door de vergunninghouder van de
producten. Dit bezwaarschrift werd ingediend naar aanleiding van
het eerdere advies van de CHMP aan de Europese Commissie om tot
schorsing over te gaan. Het advies van de CHMP werd gegeven naar
aanleiding van een zogenaamde Artikel-36 procedure, welke was
geïnitieerd door Nederland. Deze procedure kan worden gestart
indien een Lidstaat van mening is dat vanwege
volksgezondheidsredenen regulatoire maatregelen ten aanzien van een
farmaceutisch product aangewezen kunnen zijn. Nederland heeft voor
een aantal van de bovenvermelde producten opgetreden als
Referentielidstaat (Reference Member State) in de procedures voor
Wederzijdse Erkenning van handelsvergunningen in Europa (MRP). Het
betreft de producten met de handelsvergunningen RVG 26204, 26383,
26384 en 26385. Voor de producten RVG 24789 en 28000 waren door het
CBG handelsvergunningen in het kader van een nationale
registratieprocedure verleend.
Gezien de Beschikking van de Europese Commissie, welke de
eerdere visie van het CBG heeft bevestigd, en de daaraan ten
grondslag liggende argumentatie, is het College overgegaan tot
schorsing van alle bovenvermelde handelsvergunningen waarbij ook
voor de via nationale procedure geregistreerde producten de in de
Beschikking vermelde voorwaarde aan de vergunningen voor het in de
handel brengen wordt overgenomen, welke luidt: "Binnen twaalf
maanden moet op nationaal niveau een Europese GCP/GLP-inspectie van
de bioequivalentiestudie (UK/05/015) worden uitgevoerd en
afgerond".
Voor de Beschikking van de Europese Commissie en verdere
informatie, zie de betreffende website van de
Europese Commissie.
Terug naar Overzicht »