welke diergeneesmiddelen zijn uitgezonderd van de registratieplicht en welke eisen zijn hierop van toepassing?
Voor het op de markt brengen van een diergeneesmiddel is over
het algemeen een toelating (registratie) vereist. Er is een
uitzondering op het verbod [1] om niet geregistreerde
diergeneesmiddelen te gebruiken of aan te prijzen (juridische
grondslag: artikel 19 van het Diergeneesmiddelenbesluit).
Deze uitzondering is van toepassing op:
- homeopathische diergeneesmiddelen die zijn opgenomen in de
Lijst van aangemelde homeopathische diergeneesmiddelen 1993
[2].
- diergeneesmiddelen die uitsluitend aangewezen substanties
[3] als werkzaam bestanddeel bevatten. De
substanties zijn aangewezen in bijlage 1 van de
Diergeneesmiddelenregeling en zijn opgenomen in de zogenaamde
‘rozenwaterlijst’.
- diergeneesmiddelen die:
- niet zijn gekanaliseerd [4], en:
- geen substanties [5] bevatten waarvan het gebruik als
diergeneesmiddel in het belang van de volksgezondheid ongewenst
is, en;
- uitsluitend bestemd zijn voor toepassing op de navolgende niet
voedselproducerende dieren, waarvan in voorkomend geval de eieren
evenmin zijn bestemd voor consumptie:
-
- aquariumvissen;
- terrariumdieren;
- vogels, gehouden in kooien of volières;
- postduiven;
- kleine knaagdieren, konijnen en fretten die niet bedrijfsmatig
worden gehouden.
- diergeneesmiddelen [6] welke:
- antibiotica bevatten welke uitsluitend geschikt en bestemd zijn
voor toepassing bij (niet te consumeren) aquarium- en
terrariumdieren, in een hoeveelheid van ten hoogste 5 gram van de
werkzame stof per verpakking;
- uitsluitend geschikt en bestemd zijn voor orale toepassing bij
(niet te consumeren) kooi- en volierevogels, postduiven en niet
bedrijfsmatig gehouden kleine knaagdieren, konijnen en fretten, die
in een hoeveelheid van ten hoogste 5 gram per verpakking als
werkzame stof bevatten: chloortetracycline, tetracycline,
oxytetracycline of sulfonamiden.
De verwachting is dat de onder 4 bedoelde diergeneesmiddelen bij
de implementatie van de Wet dieren op 1 januari 2013
receptplichtig zullen worden.
Eisen voor diergeneesmiddelen vrijgesteld van de
registratieplicht
Voor de onder 1 - 4 bedoelde diergeneesmiddelen zijn eisen van
toepassing met betrekking tot de verpakking en etikettering,
productie en distributie.
Hieruit volgt dat deze diergeneesmiddelen dienen te:
- voldoen aan de verpakkings- en etiketteringseisen vermeld in
art. 67, 69-73 [7] van de Diergeneesmiddelenregeling,
waarbij de aanduidingen in de Nederlandse taal dienen te zijn
gesteld;
- zijn geproduceerd door een fabrikant die, gelet op de
verstrekte productievergunning [8], hiervoor geautoriseerd is in Nederland
of een andere lidstaat, conform de in artikel 50 van de
Diergeneesmiddelenregeling vermelde richtsnoeren.
- worden gedistribueerd door een bedrijf met een daartoe
strekkende vergunning.
Een uitzondering op de vergunningplicht voor het afleveren
[9] geldt voor het afleveren van:
- de onder 3 en 4 bedoelde middelen aan dierhouders;
- de onder 1 en 2 bedoelde middelen aan houders van dieren,
indien de hierin genoemde diergeneesmiddel niet zijn bestemd om te
worden toegepast bij voedselproducerende dieren.
Vragen?
Indien u een vraag heeft of een diergeneesmiddel valt onder
bovenvermelde uitzondering en voldoet aan de gestelde eisen, kunt u
deze vraag stellen aan het Bureau Diergeneesmiddelen: infoBD@cbg-meb.nl
Toelichting
- Als gevolg van artikel 2 van de Diergeneesmiddelenwet is het
verboden niet geregistreerde diergeneesmiddelen te bereiden, af te
leveren of toe te passen. Ingevolge artikel 19 van de
Diergeneesmiddelenwet is het verboden niet geregistreerde
diergeneesmiddelen aan te bevelen of aan te prijzen.
- Welke producten dit zijn kunt u terugvinden in www.diergeneesmiddeleninformatiebank.nl
- Diergeneesmiddelen die uitsluitend ondervermelde substanties
als werkzaam bestanddeel bevatten, zijn vrijgesteld van de
registratieplicht.
|
Lijst van substanties |
|
Acidum hydrochloricum dilutum |
Liquor Formaldehydi saponatus |
|
Acium aceticum (tot en met 30%) |
Lotio contra Pytyriasin |
|
Adeps lanae hydrosus |
Nitra in bacilis |
|
Aether cum Spritu |
Paraformaldehydi tabletten |
|
Alcohol alle sterkten |
Pulvis Acidi Salicylici cum Talco |
|
Ammonia (tot en met 10%) |
Sapo aromaticus |
|
Aqua Aurantil Ploris |
Solutio Camphorae spirituosa |
|
Aqua Foeniculi |
Solutio Formaldehydi (tot en met 10%) |
|
Aqua Menthae pipertae |
Solutio Hydrogenii Peroxydi (tot en met 3%) |
|
Aqua Rosae |
Solutio Iodii spirituosa 2% (buisje max. 3 ml.) |
|
Aquz Hamamelidis |
Spiritus dilitus cum Acido salicylico 1% |
|
Argenti |
Spiritus Ketonatus dilitus cum Mentholo 2% |
|
Collodium |
Spiritus saponatus |
|
Collodium cum Oleo Ricini |
Succus Liquiritiae |
|
Glycerium |
Succus Liquiritiae of Succus Liquiritiae deglycyrrhizinatus
gemengd met Amomonii Chloridum |
|
Glycerium cum Solutio Camphorae spirituosa |
Talcum cum Mentholo 2% |
- Niet gekanaliseerde diergeneesmiddelen, uitsluitend bestemd
voor niet voedselproducerende dieren, zijn de diergeneesmiddelen
die niet zijn aangewezen in artikel 77, lid 1 onder a. tot en met
n. van de Diergeneesmiddelenregeling.
Hieronder vallen ondermeer: middelen voor ontworming, middelen
tegen schimmels, parasieten en diarree, slijmoplossers,
vitamines, electrolyten, mineralen en sporenelementen,
desinfectantia en antiseptica.
- Substanties welke zijn aangewezen in art. 28 van de
Diergeneesmiddelenregeling en waarvan het gebruik als
diergeneesmiddel voor niet voedselproducerende dieren in het belang
van de volksgezondheid ongewenst is, zijn: somatotropines en
vaccins voor hond en kat die een niet geïnactiveerd
hondsdolheidsvirus bevatten.
- Op basis van artikel 77, lid 2 onder a. van de
Diergeneesmiddelenregeling zijn uitgezonderd van
kanalisatiebepalingen (vermeld in Hoofdstuk 4 van de
Diergeneesmiddelenwet) diergeneesmiddelen die:
- antibiotica bevatten welke uitsluitend geschikt en bestemd zijn
voor toepassing bij (niet te consumeren) aquarium- en
terrariumdieren, in een hoeveelheid van ten hoogste 5 gram van de
werkzame stof per verpakking, of ;
- uitsluitend geschikt en bestemd zijn voor orale toepassing bij
(niet te consumeren) kooi- en volierevogels, postduiven en niet
bedrijfsmatig gehouden kleine knaagdieren, konijnen en fretten, die
in een hoeveelheid van ten hoogste 5 gram per verpakking als
werkzame stof bevatten: chloortetracycline, tetracycline,
oxytetracycline of sulfonamiden.
Hierdoor zijn deze middelen - op basis van artikel 19, sub c
onder 1e van de Diergeneesmiddelenregeling -
tevens uitgezonderd van de registratieplicht.
- Etiketteringseisen vermeld in artikel 67 van de
Diergeneesmiddelenregeling:
1. Op de primaire verpakking en, in voorkomend geval, op de
buitenverpakking van een niet-geregistreerd diergeneesmiddel dat
krachtens artikel 19 van het besluit van registratieplicht
uitgezonderd is, wordt vermeld:
a] de naam van het diergeneesmiddel, onmiddellijk gevolgd door
de kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling naar werkzame
bestanddelen, afhankelijk van de farmaceutische vorm aangegeven per
dosis of in procenten;
b] de naam of handelsnaam en het adres van degene die
voor het in de handel brengen van het diergeneesmiddel in Nederland
verantwoordelijk is;
c] het nummer van de partij;
d] de vermelding ‘diergeneesmiddel’ of ‘geneesmiddel voor
diergeneeskundig gebruik’ en de diersoort of diersoorten waarvoor
het diergeneesmiddel is bestemd en de dosering of doseringen waarin
het dient te worden toegepast;
d] de uiterste gebruiksdatum, indien de maximale
houdbaarheidsduur minder dan 3 jaar bedraagt;
f] de aanbevelingen over de wijze van bewaring;
g] de veiligheidsmaatregelen voor de gebruiker;
h] de farmaceutische vorm en de inhoud naar gewicht, het volume of
het aantal doses.
2. Op de primaire verpakking, en in voorkomend geval, op de
buitenverpakking van een
homeopathisch diergeneesmiddel, als bedoeld in artikel 20, eerste
lid, van het besluit, wordt in afwijking van het bepaalde in het
eerste lid onder d, in plaats van het woord ‘diergeneesmiddel’
vermeld: ‘homeopathisch diergeneesmiddel vrijgesteld van
registratieplicht en zonder goedgekeurde therapeutische
indicatie’.
In artikel 69 – 73 van de Diergeneesmiddelenregeling
zijn aanvullende etiketteringseisen opgenomen inzake de
buitenverpakking (69), de bijsluiter (70, 71), de taal (72) en de
omdoos (73).
Voor de artikeltekst wordt verwezen naar de website: http://wetten.overheid.nl/BWBR0019277/geldigheidsdatum_08-03-2010
- Op basis van artikel 21 van de Diergeneesmiddelenwet geldt de
vergunningplicht voor de productie van diergeneesmiddelen, zowel
geregistreerd als niet geregistreerd.
- Op basis van artikel 31, lid 1 onder b. van de
Diergeneesmiddelenregeling geldt de vergunningplicht niet voor het
afleveren aan houders van dieren van een diergeneesmiddel dat niet
is bestemd om te worden toegepast bij voedselproducerende
dieren.