eisen distributie

Er zijn vergunningeisen voor de opslag en het afleveren gesteld om ervoor te zorgen, dat de kwaliteit van het diergeneesmiddel, zoals deze door de fabrikant wordt gegarandeerd, ook in het distributiekanaal gewaarborgd blijft en bij de aflevering van het diergeneesmiddel geen gevaar voor de gezondheid van mens of dier of milieu kan ontstaan.

De vergunningeisen hebben betrekking op de inrichting en gebruik van de lokaliteit voor de opslag en/of afleveren van diergeneesmiddelen, de technische uitrusting en de wijze waarop de administratie is ingericht (art. 23 DGW).

Alvorens een vergunning wordt verleend of gewijzigd wordt een onderzoek ter plaatse verricht (inspectie). Dit behoeft niet plaats te vinden indien de wijzigingsaanvraag uitsluitend betrekking heeft op administratieve gegevens of de voorgenomen wijziging in dezelfde lokaliteiten plaatsvindt (art. 46 DGR).

Nadat een afspraak voor een onderzoek ter plaatse is gemaakt worden de eisen voor een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen aan de aanvrager toegezonden (art. 57 – 59c DGR).  
 
Recall (art. 30 DGB)
Indien de registratiehouder van een diergeneesmiddel - in overleg met de fabrikant - besluit om het afleveren van een diergeneesmiddel op te schorten of te beperken en deze beslissing betrekking heeft op;

1.   de werkzaamheid van een diergeneesmiddel
2.   de bescherming van de volksgezondheid

dient de minister (het Bureau Diergeneesmiddelen) hiervan direct en onder opgaaf van reden van deze beslissing in kennis te worden gesteld. In voorkomend geval wordt de bestemming van de diergeneesmiddelen aangeduid.

Indien de beslissing betrekking heeft op de bescherming van de volksgezondheid dient tevens de minister van VWS in kennis te worden gesteld.

Ter informatie is de te volgen procedure bij een  recall van een diergeneesmiddel nader uitgewerkt.

Bookmark and Share

Terug