welke bepalingen gelden voor diagnostica?
Producten waarmee een ziekte of een immunologische status van
een dier kan worden onderkend wordt ingevolge de
Diergeneesmiddelenwet (biologisch diagnosticum) aangemerkt als een
diergeneesmiddel met registratieverplichting.
Alleen diagnostica die op/in levend matriaal van dierlijke
herkomst wordt toegepast zijn registratie- en vergunningplichtig.
Een producent van een (in vivo) diagnosticum dient een vergunning
te hebben ingevolge art. 21 van de Diergeneesmiddelenwet en dient
te produceren conform de GMP richtsnoeren.
Genoemde vergunning- en GMP eis geldt alleen voor in
vivo-diagnostica die als diergeneesmiddel in de EU zijn
geregistreerd.
Uitgezonderd van registratie zijn die middelen welke bestemd
zijn voor toepassing op niet levend materiaal van dierlijke
herkomst (in vitro diagnostica). Aanvragen voor een vergunning voor
de productie of distributie van een niet in de EU geregistreerd
veterinair in vitro diagnosticum worden niet in behandeling
genomen.