actueel geneesmiddelen voor dieren

25 juli 2012 - CVMP-adviezen over geneesmiddelen voor dieren, bijeenkomst in juni 2012

Het Comité bracht in consensus een positief advies uit voor de aanvraag van een type II-wijziging voor:

  • Suvaxyn PCV (porcien circovirus recombinant virus (cPCV) 1-2 dat geïnactiveerd is) met betrekking tot de productie en kwaliteit van het geneesmiddel;
  • Nobivac Myxo-RHD (levend myxomavirus met RHD-vector, virusstam 009) met betrekking tot de productie;
  • Suvaxyn Aujeszky 783 + O/W (vaccin tegen de ziekte van Aujeszky bij varkens) met betrekking tot de productie.

Het Comité bracht tevens een advies uit voor gegroepeerde type II/IB-wijzigingen voor Onsior (robenacoxib) die op een nieuwe indicatie (behandeling van pijn en ontsteking die met orthopedische ingrepen bij katten verband houden) voor de oplossing voor injectie betrekking hebben. Het Comité adviseerde tevens om aanvullende waarschuwingen in de productinformatie op te nemen.

Het Comité bracht in consensus een positief advies uit met betrekking tot het opheffen van de schorsing van 27 september 2010 van de communautaire vergunning voor het in de handel brengen van Suvaxyn PCV (porcien circovirus recombinant virus (cPCV) 1-2 dat geïnactiveerd is), nadat de problemen met betrekking tot een mogelijk onvolledige inactivering van de vaccinstam waren opgelost.

Jaarlijkse herbeoordeling van de handelsvergunningen

Het Comité bracht adviezen uit met betrekking tot de jaarlijkse herbeoordelingen van Zulvac 8 Bovis, Zulvac 8 Ovis en 1+8 Ovis, na beoordeling van de gegevens die door de houder van de handelsvergunning waren ingediend. Het Comité adviseerde om de communautaire vergunningen voor het in de handel brengen van deze diergeneesmiddelen in uitzonderlijke omstandigheden te handhaven.

Communautaire verwijzingen en verwante procedures

Het Comité rondde een procedure af inzake de implicaties voor de diergezondheid en de consumentveiligheid van de bevinding van de Nederlandse autoriteiten dat bepaalde sulfamethoxazolhoudende diergeneesmiddelen de stof dapson bevatten, met name wat de potentiële genotoxiciteit van dapson betreft. De procedure vond plaats nadat Nederland het Comité krachtens artikel 30 van Verordening (EG) nr. 726/2004 had verzocht om een wetenschappelijk advies op te stellen, gezien het feit dat deze stof in tabel 2 van de bijlage van Verordening (EU) nr. 37/2010 (eerder: bijlage IV van Verordening (EEG) nr. 2377/90) is opgenomen als een stof die verboden is voor gebruik bij voor de voedselproductie bestemde dieren. In het advies kwam het Comité in consensus tot de volgende conclusies:

  • Dapson wordt niet beschouwd als een stof die rechtstreeks genotoxisch is.
  • De carcinogeniteit en clastogeniteit die na langdurige orale blootstelling aan hoge doses dapson bij laboratoriumdieren werden gezien, zijn hoogst waarschijnlijk het gevolg van een niet-genotoxisch werkingsmechanisme.
  • Het carcinogene risico als gevolg van residuen uit dieren die zijn behandeld met sulfamethoxazolhoudende producten die met dapson zijn vervuild, wordt verwaarloosbaar geacht voor consumenten.
  • Het carcinogene risico wordt verwaarloosbaar geacht voor kippen, varkens en runderen.
  • Daarom zijn geen specifieke risicomanagementmaatregelen nodig voor dapson als verontreiniging in diergeneesmiddelen die sulfonamiden bevatten.

Het Comité zal het advies aan Nederland doorgeven, terwijl het advies en het beoordelingsrapport binnenkort beschikbaar zullen zijn op de website van het Europees Geneesmiddelen Agentschap.

Het Comité startte een procedure voor Melosolute 40 mg/ml oplossing voor injectie voor runderen, varkens en paarden (meloxicam) van CP-Pharma Handelsgesellschaft mbH. De kwestie werd krachtens artikel 33, lid 4, van Richtlijn 2001/82/EG naar het Comité verwezen, met Nederland als rapporterende lidstaat in de decentrale procedure, vanwege de problemen die door Ierland en het Verenigd Koninkrijk naar voren waren gebracht met betrekking tot het aantonen van bio-equivalentie van Mesolute met het referentiegeneesmiddel voor de doelsoort varkens.

Het Comité startte een procedure voor Strenzen 500/125 mg/g poeder voor gebruik in drinkwater voor varkens (amoxicillinetrihydraat en kaliumclavulanaat) van Novartis Animal Health d.o.o. De kwestie werd krachtens artikel 33, lid 4, van Richtlijn 2001/82/EG naar het Comité verwezen, met de Tsjechische Republiek als rapporterende lidstaat in de decentrale procedure, vanwege de problemen die door het Verenigd Koninkrijk en Nederland naar voren waren gebracht met betrekking tot het potentiële milieurisico bij gebruik van dit geneesmiddel.

Maximale residulimieten (MRL’s)

Het Comité bracht in consensus een positief advies uit met betrekking tot de aanvraag om de maximale residulimieten voor mangaancarbonaat uit te breiden tot parenteraal gebruik, waarmee dus de restrictie van de huidige MRL “uitsluitend voor oraal gebruik” komt te vervallen.

Wetenschappelijk advies

Het Comité ging akkoord met drie separate verzoeken voor een wetenschappelijk advies over:

  • de veiligheids- en werkzaamheidseisen voor een immunologisch diergeneesmiddel voor varkens;
  • de werkzaamheidseisen voor een oncologisch diergeneesmiddel voor honden;
  • de werkzaamheidseisen voor een anti-inflammatoir geneesmiddel voor honden.

‘Minor use - minor species’ (MUMS) / beperkte markten

Nadat het Comité een verzoek had beoordeeld om een immunologisch geneesmiddel voor schapen onder het beleid voor weinig voorkomende indicaties en dieren (MUMS) / beperkte markten te laten vallen, was het van mening dat het geneesmiddel voor MUMS / beperkte markten is geïndiceerd en voor een financiële stimulans in aanmerking komt.

Geneesmiddelenbewaking

Het Comité beoordeelde de periodieke veiligheidsupdates (PSUR’s) van Nobilis Influenza H5N2, Proteq West Nile, Purevax RCCh, Reconcile, Rhiniseng en Suprelorin en concludeerde dat geen verdere acties nodig zijn en dat de productinformatie niet hoeft te worden veranderd.

De Comité beoordeelde tevens de PSUR van Stronghold en adviseerde om een nieuwe bijwerking in de productinformatie op te nemen.

Coördinatiegroep voor wederzijdse erkenning en gedecentraliseerde procedures - veterinair (CMDv)

Na de terugtrekking van een aantal antiparasitaire halsbanden met dimpylaat (diazinon), propoxur en tetrachloorvinfos voor gezelschapsdieren in Frankrijk kreeg het Comité van de CMDv het verzoek om advies uit te brengen over de beste manier om het veiligheidsrisico voor de gebruiker te beoordelen bij gebruik van vlooienbanden die deze werkzame bestanddelen bevatten. De veiligheidswerkgroep van het CVMP is gevraagd om dit advies op te stellen.

Conceptartikelen, richtlijnen en ‘standard operating procedures’

Werkzaamheid

Het Comité bracht een gewijzigde versie uit van een vraag-en-antwoorddocument dat betrekking heeft op de CVMP-richtlijn over het testen en beoordelen van de werkzaamheid van antiparasitaire stoffen voor de behandeling en preventie van teken- en vlooieninfestaties bij honden en katten (EMA/CVMP/EWP/82829/2009). Er werd aanvullende informatie gegeven over de dossiervereisten voor generieke, topisch toegediende diergeneesmiddelen.

Het geüpdatete vraag-en-antwoorddocument zal op de website van het Europees Geneesmiddelen Agentschap worden gepubliceerd.

Geneesmiddelenbewaking

Het Comité bracht een conceptversie uit voor een herziening van de CVMP-richtlijn over de harmonisatie van de manier waarop de causaliteit wordt beoordeeld bij bijwerkingen van diergeneesmiddelen (EMA/CVMP/PhVWP/5507/2011), die 3 maanden beschikbaar is voor openbare raadpleging. De conceptversie werd ontwikkeld om de richtlijn in overeenstemming te brengen met deel 9B van de regels voor geneesmiddelen die in de Europese Unie van kracht zijn en om de nieuwste ontwikkelingen met betrekking tot de causaliteitsbeoordeling in de diergeneesmiddelenbewaking te verwerken.

Beoordeling van het milieurisico

Het Comité bracht een conceptleidraad uit over de beoordeling van persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen (PBT’s) en zeer persistente en zeer bioaccumulerende stoffen (vPvB’s) in diergeneesmiddelen (EMA/CVMP/ERA/52740/2012), die 6 maanden beschikbaar is voor openbare raadpleging. In de conceptleidraad worden de criteria beschreven voor de PBT/vPvB-beoordeling van diergeneesmiddelen en wordt uitgelegd hoe de PBT/vPvB-criteria die volgens de leidraad zijn ontwikkeld voor industriële chemische stoffen die onder de wetgeving inzake de registratie, beoordeling, autorisatie en restrictie van chemische stoffen (REACH) vallen dienen te worden geïnterpreteerd voor diergeneesmiddelen en welke teststrategie dient te worden gevolgd voor de PBT-beoordeling.

Toepassing van 3V’s (vervanging, verfijning en vermindering; in het Engels 3Rs) voor registratieonderzoeken van geneesmiddelen

Het Comité bracht een aanbeveling uit voor de houders van handelsvergunningen, waarin er nadrukkelijk op wordt gewezen dat aan de 3V-methoden moet worden voldaan die in de Europese Farmacopee zijn beschreven (EMA/CHMP/CVMP/JEG-3Rs/252137/2012). In de aanbeveling wordt aangegeven dat Richtlijn 2010/63/EU inzake de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doelen worden gebruikt, vereist dat 3V-methoden worden gebruikt ingeval er relevante methoden bestaan, en dat de houders van handelsvergunningen er daarom voor moeten zorgen dat hun handelsvergunningen aan deze eis voldoen.

Het Comité bracht een conceptartikel uit over de noodzaak van herziening van het standpunt over de vervanging van dierstudies door in-vitromodellen (EMA/CHMP/CVMP/JEG-3Rs/169839/2011-Rev.1), dat 3 maanden beschikbaar is voor openbare raadpleging. Het conceptartikel werd eerder al gepubliceerd als een document van de veiligheidswerkgroep van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Het doel van deze herziening is om duidelijk aan te geven dat het standpunt niet meer alleen voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik geldt, maar nu ook voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik van toepassing is. Het doel van de richtlijn is om te komen tot een proces van acceptatie van alle 3V-onderzoeksparadigma’s voor registratiedoeleinden.

Bovenstaande documenten zullen beschikbaar zijn op de website van het Europees Geneesmiddelen Agentschap.

Internationale harmonisatie

Het Comité bracht een herziene veiligheidsrichtlijn uit voor implementatie in de Europese Unie na goedkeuring door het Stuurcomité voor de internationale coördinatie van de harmonisatie van de technische eisen voor de registratie van diergeneesmiddelen:

  • GL36(R) inzake veiligheid: onderzoeken om de veiligheid te beoordelen van residuen van diergeneesmiddelen in humaan voedsel: algemene aanpak om een microbiologische ADI (aanvaardbare dagelijkse inname) vast te stellen.

Meer informatie

Raadpleeg de originele berichtgeving (in het Engels) op de EMA website.

Terug naar Overzicht »

Ontvang RSS Feeds Wat is RSS
Bookmark and Share

Terug