actueel geneesmiddelen voor dieren
20 januari
2010 - Jaarbericht: groei registratie diergeneesmiddelen in 2009
Het Bureau Diergeneesmiddelen van het College ter Beoordeling van
Geneesmiddelen heeft in 2009 137 nieuwe diergeneesmiddelen
goedgekeurd en in het register ingeschreven. Het aantal
geregistreerde geneesmiddelen steeg van 2.123 op 1 januari 2009
naar 2.202 op 31 december 2009.
Actieve rol in Europa
Een diergeneesmiddel kan een nationale handelsvergunning krijgen
via een nationale procedure, een decentrale procedure (DCP) en een
procedure van wederzijdse erkenning (MRP). Een diergeneesmiddel kan
een Europese handelsvergunning van de Europese Commissie krijgen
via een centrale procedure. In alle procedures heeft het CBG/BD een
rol als nationale geneesmiddelen autoriteit. Het CBG/BD is in 2009
voor één nieuwe aanvraag en 3 Maximum Residue Limits (MRL)
aanvragen[1] uit de centrale procedure als (co-)
rapporteur opgetreden.
Het CBG/BD heeft in 2009 in 14% van de Europese
aanvraagprocedures voor toelating van een diergeneesmiddel in
Nederland de rol van reference member state (RMS) vervuld (1 MRP en
9 DCP’s, bron CBG). Daarmee is Nederland één van de meest actieve
landen binnen Europa.
Naast de registratieactiviteiten van diergeneesmiddelen heeft
het Bureau Diergeneesmiddelen bijna 1.600 exportcertificaten
afgegeven en ruim 1.000 (Europese) partijkeuringen van veterinaire
vaccins. Dat is ruim 17% meer dan in 2008.
Dit jaarbericht is gebaseerd op de huidig beschikbare gegevens.
De definitieve gegevens zullen later worden vastgesteld en vermeld
in het jaarverslag over 2009.
Het CBG beoordeelt en bewaakt de werkzaamheid, risico's en
kwaliteit van geneesmiddelen voor mens en dier. Ook beoordeelt het
CBG de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen voor de mens.
[1] Maximum Residue Limits: voor iedere actieve
stof die aan voedselproducerende dieren toegediend wordt, moet
een MRL-dossier goedgekeurd worden. Op basis van de vastgestelde
MRL’s worden de wachttijden (= tijd die in acht genomen moet
worden tussen toediening en tijdstip waarop melk, eieren of
vlees weer geschikt zijn voor humane consumptie) bepaald.
Terug naar Overzicht »